Het publiek maakt me dapperder

Bij elk toneelstuk heeft theatermaker Laura van Dolron het idee dat zij een politieke partij opricht. „Je kunt met theater de wereld verbeteren.”

We spreken elkaar in de trein van Groningen naar Hilversum, het enige moment dat Laura van Dolron (35) rustig de tijd heeft voor een interview. Want deze week toert haar toneelstuk Ariane Schluter speelt alleen voor jullie door Nederland, voert ze The best of Laura op in het Groningse Theater de Machinefabriek en is er in het Amsterdamse Frascati een heel festival gewijd aan de gelauwerde actrice, toneelschrijver en regisseuse.

Met een bakje aardbeien op schoot („die heb ik meegenomen omdat ik hoopte dat je daar het interview mee zou inleiden”) praat ze aan een stuk door. Zou je haar geen vragen stellen, dan houdt ze vermoedelijk moeiteloos een twee uur lange monoloog. Dat is dan ook wat ze in veel van haar voorstellingen doet: in haar eentje filosoferen met veel wijsheden én humor. Over het conflict in Israël, over het individualisme van haar generatie of over het belang van verlegen mensen.

Waarom houd je van monologen?

„Omdat het conflictmodel me niet zo interesseert. Ik vind het boeiender als mensen met zichzelf in gesprek raken. Als iemand mij aanvalt, heb ik de neiging een eerste gedachte te blijven verdedigen, terwijl ik er juist van houd om mijn gedachtes een aantal keer te kantelen. Dat is volgens mij ook wat deze maatschappij nodig heeft. Zo krijg je meer genuanceerde inzichten.”

Heb je daar publiek bij nodig?

„Ja, het publiek geeft mij een dapperheid die ik anders niet zou hebben. Omdat ik weet dat er publiek komt kijken, durf ik bepaalde vragen te stellen, denkpistes in te gaan en confrontaties met mezelf aan te gaan. Als het alleen om mij zou gaan, zou ik bijvoorbeeld de krant nauwelijks lezen, omdat het mij teneerslaat. Maar omdat er mensen naar mij komen kijken, kan ik iets met mijn worsteling en onmacht over wat er in de wereld gebeurt.”

Hoe deed je dat dan voordat je theater maakte?

„Ik geloof niet dat ik toen zo geëngageerd was. Pas op de toneelschool leerde ik over het werk van Brecht en dacht ik ineens: hé, wacht eens even, je kunt met theater de wereld verbeteren. Ik heb toen een speech gehouden waarin ik beloofde de nieuwe Brecht te worden. Mijn medestudenten reageerden serieus, terwijl de leraren heel hard moesten lachen. Ik vond dat typisch, want als ergens de nieuwe Brecht zou moeten opstaan dan is het op de toneelschool. Maar het was not done om de wereld te willen verbeteren en moralistisch te zijn.”

Hoe verbeter jij de wereld met jouw toneelstukken?

„Bij elke voorstelling heb ik het idee dat ik een kleine politieke partij opricht, steeds met een ander programma. Bijvoorbeeld als ik het in Iemand moet het doen opneem voor de boeddhistische monniken in Thailand. Ik probeer vooral de schoonheid van de dingen te laten zien.”

Tegelijkertijd zeg je fan te zijn van sombere filosofen als Jean-Paul Sartre en Henry David Thoreau.

„Ja, want die somberheid zit ook wel in mij. Als die te lang wordt ontkend, dan heb ik het gevoel dat ik boven de realiteit zweef. Aan de oppervlakte van de maatschappij wordt gedaan alsof alles goed gaat, leuk is en klopt. Sombere filosofen steken daar een stokje voor, zij erkennen dat het leven een worsteling is en dat niemand weet waarom we hier zijn. Eerst vind ik dat fijn. Daarna ga ik me eraan ergeren en komt er bij mij een soort levensdrang naar boven. Door die somberheid krijg ik het verlangen om de dingen te omarmen en er de schoonheid van te zien.”

Gaan al je voorstellingen over die schoonheid?

„Nee, in Sartre zegt sorry kon ik niet anders dan mijn somberheid delen met het publiek. Ik was eenzaam en verdrietig, omdat de relatie met mijn grote liefde was verbroken. Aanvankelijk wilde ik een stuk schrijven waarin Simone de Beauvoir Sartre zijn nihilisme vergeeft, maar daar kwam ik niet aan toe. Elke dag dacht ik: ik schrijf nog even over mijn verdriet en dan ga ik echt beginnen. Uiteindelijk paste het ook wel bij elkaar, omdat ik bijvoorbeeld net als Sartre een open relatie had, maar als ik een stuk over Hitler had geschreven was het ook over mijn liefdesverdriet gegaan. Pas na de première hoorde ik gelukkig dat anderen zich erin herkenden en er wat aan hadden.”

In die voorstelling kom je tot de conclusie dat je wel mooie theorieën kunt hebben, maar dat het uiteindelijk allemaal draait om liefde en niet eenzaam zijn.

„Ja. Die relatie werd ingewikkeld, omdat ik steeds in mijn hoofd zat. We waren allebei heel cerebraal. Bovendien hadden we een langeafstandsrelatie waardoor we, in plaats van elkaars hand vast te houden, twee uur per dag telefonisch reflecteerden op wat er gebeurt tussen twee mensen die verliefd op elkaar zijn. Ik heb de neiging om te denken dat je in taal alles kunt vinden. Dan analyseer ik alles in mijn hoofd, terwijl ik eigenlijk gewoon vastgehouden wil worden. Uiteindelijk vroeg ik hem ten huwelijk, geheel tegen de logica van onze relatie in. Hij zei nee en toen ging het uit.”

Pak je het nu anders aan?

„Hm. Bij nieuwe relaties moet ik mezelf enorm tegenhouden om niet al tijdens de eerste nacht het failliet van de romantische liefde uit te spreken. Toegegeven, ik heb dat inmiddels al wel weer een paar keer gedaan, maar ik weet nu wel dat het nergens toe leidt.”

Waarom kun je het niet laten?

„Omdat ik het eng vind om mijn hart open te stellen voor iemand. Om niet van tevoren een kosten- en batenanalyse te berekenen: hoe groot is de kans dat het pijn gaat doen? Hoeveel risico wil ik daarbij lopen? Dan vind ik het gemakkelijker om samen de onmogelijkheid van de liefde te erkennen en daarbinnen nog iets voor elkaar te boksen. Maar ik weet nu dat je sommige dingen gewoon niet moet uitspreken. Als ik nu iemand leuk vind, probeer ik woorden als ‘pijn’ en ‘onmogelijk’ in te slikken.”

Pleit je daarom in de voorstelling Wat nodig is om gewoon elkaars handen vast te houden?

„Ja. Ik zeg dat vooral tegen mezelf, omdat ik het steeds weer vergeet. Misschien wil ik het ook wel vergeten, omdat het nu eenmaal niet altijd voorhanden is.”

De komende drie weken is Laura te zien in Frascati in Amsterdam met verschillende voorstellingen tijdens haar festival ‘Wat mij lief is’. 18 & 19 mei: Iemand moet het doen. 23 & 24 mei: Sartre zegt Sorry. 25 & 26 mei: Wat nodig is. Meer info: www.lauravandolron.nl