G500 op zoek naar macht (en naar 500.000 euro)

Een actiecomité dat maximaal gebruik poogt te maken van nieuwe en oude media om zijn doel te bereiken. Zo opereert de jongerenbeweging G500. Zij wenst de gratis zendtijd die ze met grote regelmaat van het televisieprogramma De Wereld Draait Door beschikbaar krijgt, aan te vullen met reclamespotjes op tv, internet en radio. En uiteraard benut G500 al in ruime mate de mogelijkheden van de ‘sociale media’.

Het hervormingsgezinde G500 heeft goede, zij het niet uitsluitend originele plannen. Zoals de aanbevelingen om 2,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) aan onderwijs te besteden, de staatsschuld te verminderen en het gebruik van duurzame energie te bevorderen. Los van de kwaliteit van die ideeën: het is toe te juichen dat er een beweging is opgestaan die, al dan niet specifiek, de belangen van jongeren behartigt. Er zijn meer initiatieven in die richting. Bij de nieuwe vakbeweging, opvolger van de FNV, wordt gewerkt aan de oprichting van een vakbond speciaal voor jongeren.

Om nog meer aandacht te genereren, is G500 nu op zoek naar geld, naar donaties van „vermogende Nederlanders”, zoals initiatiefnemer Sywert van Lienden dat woensdag in DWDD aanduidde. Zij moeten 500.000 euro bijeenbrengen.

Het OranjePAC wordt dit initiatief genoemd, waarbij PAC staat voor political action committee. Het idee is op Amerikaanse leest geschoeid; diners waarbij geld wordt opgehaald voor G500 behoren ook tot de plannen. Het is wel te hopen dat G500 niet alle voorbeelden uit de VS overneemt, zoals de vuile campagnes die er via spotjes op tv worden gevoerd.

G500 lijdt ook aan een klassiek misverstand. De actiegroep wil politici „dwingen” zich aan hun beloftes te houden. Dat lukt al zeker niet bij alle politici, daarvoor zijn de ‘beloftes’ te verschillend, maar los daarvan: de term beloftes is misplaatst. Een verkiezingsprogramma is niet meer en niet minder dan een opsomming van intenties en voornemens, die slechts, en dan nog misschien, uitvoerbaar zijn wanneer de desbetreffende partij op een meerderheid van de stemmen kan rekenen. Dat is in Nederland nooit het geval. Programma’s zijn op hun best een leidraad voor onderhandelingen bij coalitievorming en kunnen overigens snel door de financieel-economische werkelijkheid worden ingehaald.

Verder hoopt G500 ‘coups’ te plegen op de komende partijcongressen van VVD, PvdA en CDA. De ervaring leert dat het op lokaal niveau soms niet eens zo moeilijk is om bij een partijafdeling de macht over te nemen; vraag maar aan de PvdA. Landelijk is dat minder eenvoudig. Maar wie via tijdelijke, gelijktijdige en daardoor ongeloofwaardige lidmaatschappen van drie partijen wil proberen om meerderheden te forceren, maakt in wezen misbruik van de (partij)democratie. De goede plannen van G500 ten spijt: het doel heiligt niet alle middelen.