film

The Dictator

Tegenwoordig is Sacha Baron Cohen beroemder dan zijn typetjes (Borat en Brüno). En dat is er vast de reden voor dat hij met The Dictator een andere weg is ingeslagen. Niet langer zaait hij verwarring met zijn sublieme vorm van reality-speelfilm. The Dictator is een echte speelfilm waarin Baron Cohen de overduidelijk fictieve dictator Aladeen van het verzonnen Afrikaanse oliestaatje Wadiya speelt. Ook alle mensen om hem heen zijn door een team van scenarioschrijvers bedacht. President-premier-admiraal-generaal Aladeen is meer een filmdictator dan een van die politieke brekebenen die het echte wereldtoneel onveilig maken. Hij is de über-Kim Jong-il/Saddam/Gadaffi: een megalomane, narcistische, oversekst glimlachende schurk die uit is op wereldheerschappij en het liefste met kernwapens speelt.

Oslo, August 31st

Voordat dertiger Anders vanuit zijn afkickkliniek naar Oslo vertrekt voor een sollicitatiegesprek, doet hij een zelfmoordpoging. Een handeling die alles wat erna komt kleurt. Wil hij echt dood? Waarom? In Oslo gaat hij langs bij vrienden en kennissen die hij al lange tijd niet heeft gezien. Door de gesprekken die hij voert, komt de toeschouwer langzaam meer te weten over Anders’ verleden als junkie.

Superclásico

De superklassieker waar het in Superclásico om draait, is de strijd der seksen. En die wordt uitgevochten door twee vervreemde echtelieden van een eindje in de veertig van wie de man een voetbalhater is en de vrouw een blonde, bijdehante voetbalmakelaar. Die het dan weer met een Argentijnse topscoorder doet. En daarom is manlief haar achterna gereisd naar Buenos Aires om hun huwelijk te redden. Superclásico neemt dat onderwerp niet ter hand om er iets nieuws over te beweren, of even spannend en onvoorspelbaar te zijn als een klassieke voetbalwedstrijd, maar om zijn toeschouwers te behagen.

Marley

Kevin Macdonald weet in zijn documentaire Marley van het icoon weer een mens te maken, zonder de mythe te ontkrachten. In chronologische volgorde voert hij de kijker langs Bob Marley’s jeugd, als zoon van een zwarte tienermoeder en een oudere Engelse legerkapitein die verder geen rol in zijn leven heeft gespeeld, via de eerste muzikale successen, tot de uiteindelijke mix van rastafarigeloof, humanistisch politiek engagement, en muzikale toegankelijkheid die hem zo groot heeft gemaakt.

Marley’s levensgeschiedenis wordt gereconstrueerd aan de hand van veel nieuwe interviews en archiefmateriaal.