Elk wat wils in lentecoalitie

Ooit had D66 het idealistische idee dat alle fractievergaderingen van deze vrijzinnige partij voor het volk openbaar moesten zijn. Heel lang heeft D66 die openbaarheid natuurlijk niet volgehouden. Tijdens onderhandelingen is vertrouwelijkheid nu vaak effectiever dan quasitransparantie. D66-leider Pechtold stak niettemin gretig de draak met de ‘radiostilte’ die de gedoogpartners zeven weken lang in het Catshuis in acht namen. Maar nu Pechtold de voortrekker is van een vijfpartijencoalitie, bedrijft de D66’er zelf ook quasitransparantie. Deze erfgenaam van de openbare politiek weigert het Lenteakkoord aan het publiek vrij te geven, zolang het Centraal Planbureau (CPB) het niet heeft doorgerekend. Spot over deze wending is zijn deel. En dat laat zich raden.

Voor enige publicitaire terughoudendheid is overigens wel reden. Voorzover het akkoord via De Telegraaf is uitgelekt, rijst een beeld op van veel plak- en knipwerk om alle vijf partijen tevreden te stellen. Het is dus verstanding dat het CPB eerst het saldo opmaakt om te kijken of dit akkoord een besparing van 12,2 miljard euro netto kan realiseren. Dat de coalitie onderling heeft uitgeruild, is ook geen verwijt. Dat is bij elke bezuinigingsronde onvermijdelijk.

Maar toch: geen beter voorbeeld voor het ‘voor elk wat wils denken’ in het Lenteakkoord dan de plannen met de zorg. De interim-coalitie schaft de heilloze eigen bijdrage in de zware geestelijke gezondheidszorg af. Ze compenseert lagere inkomens met een hogere zorgtoeslag en inkomensafhankelijke bijdragen voor langdurige voorzieningen die betaald worden uit de AWBZ en de WMO.

Om aan een bedrag van 1,6 miljard euro te komen, voert de coalitie het eigen risico op naar 350 euro en wordt in het ziekenhuis een bijdrage van 7,50 euro per dag voor het eten berekend. Dat laatste kan nog tot spektakel leiden op zaal, als de klant zich koning waant en ontevreden is over het geserveerde diner. Zelfs het schrappen van de rollator uit het basispakket – symbool van onhoudbare overvloed; de kinderfiets wordt ook niet betaald – kan onvoorziene neveneffecten krijgen. Als ouderen zonder rollator vaker vallen, stijgen de kosten voor traumatologie.

Er moet een einde komen aan de verkwisting met rollators. Maar dit voorbeeld illustreert wel dat de duivel in het detail schuilt. In de zorg is preventie de eerste stap naar kostenbesparing. In de ouderenzorg speelt dat zeker. Hoe langer ouderen, dankzij wijkhulp of thuiszorg, op zichzelf kunnen blijven, hoe minder er kosten er worden gemaakt.

Dit soort noties over preventie lijken aan het Lenteakkoord echter niet besteed. Het is een compromis, geen regeringsdocument dat lang standhoudt. Helaas. De kosten voor de gezondheidszorg moeten onder controle komen. Die opdracht, de belangrijkste taak van de komende tien jaar, noopt tot ingrijpende bezuinigingen én hervormingen.