Econoom Paul Krugman over de eurocrisis: de apocalyps nadert

Winnaar van de Nobelprijs voor de economie Paul Krugman. Foto Reuters / Brendam McDermid

We zien plotseling hoe de eurozone uit elkaar zou kunnen vallen. En het kan al binnen een paar maanden zover zijn, met enorme gevolgen. Dat schrijft Paul Krugman, Nobelprijswinnaar voor de Economie, vandaag in The New York Times.

De hoogleraar economie en internationale betrekkingen aan de Universiteit van Princeton schetst vandaag een uiterst somber toekomstbeeld in de Amerikaanse krant. Als het echt misloopt in de eurozone, betalen we daar flink voor, schrijft hij - zowel financieel als politiek. “Ik wou dat ik optimistisch kon zijn.”

Het is echter nog niet te laat. Volgens Krugman moeten vooral de Europese Centrale Bank en Duitsland zich nu radicaal anders op gaan stellen. De houding die sinds het uitbreken van de Europese schuldencrisis aangenomen wordt, voldoet geenszins. Bezuinigingen zijn hun devies, terwijl:

“Zoals elke verstandige econoom je had kunnen vertellen (en dat hebben we gedaan, echt) zorgden de bezuinigingen alleen maar voor meer problemen in de kwetsbare Europese economiën. Dat ondermijnde het vertrouwen van de financiële markten en zorgde voor politieke instabiliteit.”

Maar hoe lossen we het dan wel op? Door hoop te bieden, schrijft Krugman. Door voorwaarden te scheppen voor een economie die bezuinigingen en een depressie redelijkerwijs zou kunnen ontgroeien. Dat kan alleen als geaccepteerd wordt dat er enkele jaren een inflatie van 3 of 4 procent plaatsvindt. Daar zijn de ECB en Duitsland fel op tegen, maar het is de enige manier waarop we de munt kunnen behouden. “De tijd van halve maatregelen om tijd te kopen, is voorbij.”

Het artikel is hier te lezen.