Drinken, drinken en dan, boem, out

Jongeren voelen de effecten van alcohol aanvankelijk meestal nauwelijks. Totdat ineens het licht uitgaat. Drie jongeren vertellen hun verhaal. „De artsen dachten dat het een zelfmoordpoging was.”

Nederland, Rotterdam, 10-05-2012 HAVOVWO theaterschool. leerlingen beelden verschillende stadia van drankgebruik uit. .foto: Evelyne Jacq, NRC Handelsblad vroeg leerlingen van het Rotterdamse Theaterhavo-vwo te acteren dat ze dronken worden - en hun act vervolgens te beschrijven. Roos (14), 3 havo. ‘Ik dronk, denk ik, een zware cocktail. Ik voelde me energiek, halfvrolijk, iets losser en uitbundiger. Eerst lachte ik normaal, toen uitbundig. Meer cocktails. Ik begreep mezelf niet meer, van de buitenwereld drong minder door. Nog meer cocktails. Nu energieloos, emoties niet meer onder controle. Mijn lichaam zakt in.’ Evelyne Jacq

Niels was zeventien toen hij het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk werd binnengebracht. Met vier man moesten ze hem dragen. Lijkbleek, van onder tot boven onder het braaksel. En koud. Berekoud.

Op de eerste hulp kregen ze zijn shirt niet uit. Het plakte aan zijn natte lijf.

Vijf uur later werd hij wakker van de piepjes van de hartbewaking. Het eerste wat hij zag: Sponge Bob. Zijn moeder: „Ik vond dat wel een goede straf. Lag hij daar, in zo’n papieren operatiejasje, met al die kindertekeningen op de muur.”

Comazuipers. We kennen ze van de cijfers. 337 in 2008, 500 in 2009, 684 in 2010, 762 in 2011. Achter die cijfers zitten de verhalen van jongeren. Verhalen met steeds dezelfde ingrediënten: liters drank, braaksel, kou, kinderen die bewusteloos raken of in coma en zo slap en zwaar zijn dat ze moeten worden versleept, naar auto of ambulance. In Nederland zijn voorzover bekend geen minderjarigen gestorven als gevolg van comadrinken.

Niels (18) zit in de woonkamer van zijn moeder en stiefvader in Noord-Holland. Een woonkamer met twee banken, een tv en een poes. Niels wil niet dat iedereen weet wat hem is overkomen. Dus noemen we zijn achternaam niet, en evenmin de opleiding die hij volgt, na het vmbo-kader. „Anders krijg ik nooit een baan.”

Het was augustus. En Niels had een feestje in Beverwijk. „Een vriend van mij had geld geleend. Vijftien euro.” Niels zei: haal maar een fles Goldstrike – een kaneellikeur met snippers bladgoud en 50 procent alcohol. Hij had er goede verhalen over gehoord.

Ze arriveerden op het feest. Niels trok in de woonkamer de fles open, zijn vriend regelde glazen. „Limonadeglazen. Wisten wij veel.” Binnen een uur was de fles leeg. Een halve liter.

Moeder: „Het ergste komt nog.”

Niels: „Zette die vader een fles Turkse drank op tafel. Een soort ouzo, 40 procent alcohol.”

Niels zag nog net twee vrienden binnenkomen. Daarna ging bij hem het licht uit. „Ik werd om half vier wakker. In het ziekenhuis.”

In de tussentijd hadden vrienden hem naar buiten gesleept. Met bekertjes water probeerden ze hem wakker te krijgen. De jongen die meedronk van de Goldstrike belde Niels’ moeder. „Vier keer”, zegt ze. „Hij was stomdronken. Ik kon er niks van verstaan.” Toen ze uiteindelijk het adres wist te ontcijferen, sprong ze met haar man in de auto. Om elf uur bereikten ze de feestlocatie.

Moeder: „De tuin lag onder het braaksel. En onder een afdakje lag Niels, helemaal wit weggetrokken. Kinderen eromheen in paniek: ‘U moet naar het ziekenhuis!’ Toen wist ik: dit komt niet zomaar goed.”

Na minutenlang gehannes met zijn zware lijf – Niels lag op de achterbank, zijn benen staken nog naar buiten – wisten ze hem in de auto te vouwen. In het ziekenhuis kreeg Niels een infuus. Hij werd aan de hartbewaking gelegd, was onderkoeld en had vocht nodig.

Het braken heeft hem gered, aldus de verplegers. Het scheelde een haar of hij lag in coma.

Dronken voelde Niels zich niet, zegt hij. Nee, het was meer als een klap op zijn kop. Dat zeggen ook de andere geïnterviewden die zich buiten bewustzijn dronken. Cheyenne (17) was net één dag zestien toen het haar „overkwam”. Ze dronk een fles Martini leeg. Stapte op de fiets en gleed in een kroeg van een kruk. De rest weet ze alleen uit de verhalen.

Cheyenne kan haar verhaal dus alleen navertellen met hulp van haar moeder, die naast haar zit in Goirle, Brabant. Net als bij Niels wordt in dit gezin over vrijwel alles gesproken, zegt haar moeder. Drinken is niet verboden, zolang de kinderen maar vertellen wanneer ze dat doen en hoeveel. Cheyenne mocht op haar vijftiende weleens een „passoaatje jus”, omdat ze dat ook bij anderen dronk, zegt haar moeder. „Ik denk dat dat ze het juist gaan doen, als je iets verbiedt.” Niels’ moeder: „Niels mocht vanaf een jaar of vijftien drinken. We gingen met vrienden op vakantie. Hun kinderen dronken ook. Je ontkomt er gewoon niet aan.”

De ouders zagen er geen kwaad in omdat het bij hen zelf ook altijd goed was gegaan. Ook zij werden vroeger wel eens dronken, maar meer dan een kater hielden ze er niet aan over. De moeder van Cheyenne: „Ik zei altijd: je weet zelf hoe ver je kunt gaan.” En daar was Cheyenne ook van overtuigd. „Het was nooit de bedoeling om in het ziekenhuis te belanden.”

Cheyenne zat in 4 havo toen het gebeurde. Ze was een goede leerling, die met gemak voldoendes haalde. Maar na die nacht in het ziekenhuis ging het mis. „Ik haalde vier onvoldoendes achter elkaar. Ik schaamde me op school. Ik dacht dat die alcoholvergiftiging op mijn voorhoofd stond geschreven.”

Waarom dronken juist deze jongeren ineens zoveel? Niels en Cheyenne zeggen beiden dat ze die fles drank uit nieuwsgierigheid leegdronken. Stoer doen, of groepsdruk was er volgens hen niet bij. Cheyenne: „Ik was met één goede vriendin. We zijn pas daarna de stad in gegaan.” Niels: „Ik kende veel mensen op dat feestje. Ik hoefde geen indruk meer te maken.”

Ze zien het als een incident, een ongeluk dat hun nooit meer zal overkomen. En ze denken dat er bij de meeste jongeren geen opzet in het spel is. Niels: „De meeste jongeren weten echt niet wat drank met je doet. Dat je zo snel van de wereld bent.” Drank heeft een ongevaarlijke uitstraling, vinden ze. Niels: „Als Goldstrike echt zo gevaarlijk was, dan zou het wel verboden zijn.” Cheyenne: „Ik dacht: ik ben zestien. Ik koop een fles drank. Het mag nu.”

Ook de derde geïnterviewde, die anoniem wil blijven, was vooral nieuwsgierig. Vier jaar geleden – hij was dertien – dronk hij op een Noord-Hollands strand een liter wodka weg, in een half uur. Hij raakte in coma. Die werd hem bijna fataal: zijn hartslag viel in die drie uur een aantal keer weg. Hij wilde ontdekken hoe dat zou zijn, alcohol drinken. „De artsen dachten dat het een zelfmoordpoging was.”

Nu ging het destijds ook niet heel erg lekker. „Ik was een lastige jongen voor mijn ouders. Niet kwaadaardig, maar gewoon heel onzeker. Dat botste wel.” Hij kreeg op de basisschool gymnasiumadvies, maar wilde naar de havo. Omdat het ook daar niet goed ging, zou hij na de zomer naar een andere school (vmbo) gaan, met een nieuwe klas. „Mijn vader denkt dat het daarmee te maken had.”

Stoer doen wilde hij in ieder geval niet. De fles wodka opende hij stiekem, zijn twee vrienden moesten er niets van hebben. „Ik dacht: laat ik het eerst eens alleen proberen. Dan ben ik voorbereid als ik met anderen ga drinken.”

Bij hem thuis was drank streng verboden. Zijn oudste broer (19) drinkt nog steeds niet. „Mijn broer studeert. Hij wil zijn hersencellen bewaren, zegt-ie.” Zelf drinkt hij, nu zeventien, wel. „Maar ik denk dat ik mijn grens nu ken. Ik heb er enorm veel spijt van, al is dat coma ook een goede wake-upcall geweest.”

Cheyenne drinkt nauwelijks meer. En om die reden gaat ze ook niet vaak meer uit. „Ik zie er de lol niet zo van in. Uitgaan doen jongeren namelijk vooral om te drinken.”

Niels drinkt nog wel, maar probeert het „rustig aan te doen”. Twee weken geleden weer eens Goldstrike. Die fles hadden collega’s hem gegeven. „Een afscheidscadeau. Dat vonden ze wel grappig.” Bij vier shotjes, schat hij, werd hij beroerd, en is hij ziek naar bed gegaan. Zijn voornemen: „Goldstrike drink ik nóóit meer.”

Volgende week: Alcohol en de supermarkt