Doeve

Het is jammer dat er nooit een standbeeld is opgericht voor Eppo Doeve. Hij had het beslist verdiend. Voor de generatie tekenaars waar ik toe behoor was hij een groot voorbeeld en tegelijkertijd een niet te evenaren meester. Een natuurtalent en autodidact, want hij heeft nooit een kunstacademie bezocht. Eigenlijk was hij voorbestemd om planter te worden in ons voormalig Nederlands-Indië en studeerde aan de Landbouwhogeschool in Wageningen, waar hij het studentenblad vol tekende. Al heel snel dacht hij: „Planter? Niks planter! Ik word tekenaar!”

Hij werd, samen met Ten Harmsen van der Beek, de vaste illustrator van de Avrobode van voor de oorlog.

Wat hij kon, kon niemand. Je hebt tweebenige voetballers, die zowel links als rechts een feilloos schot in de benen hebben. Doeve was een tweehandige tekenaar. Hij kon met zijn linker- en zijn rechterhand tekenen en dat dan ook nog tegelijkertijd.

Soms, als hij een avondje uit was en luid „pep, pep!” roepend Sociëteit de Kring binnenkwam, wisten alle aanwezigen: dit wordt een vrolijke avond. Op de toen nog witte bar gaf hij, sigaartje in de mond, op veler verzoek een demonstratie van zijn kunnen. In iedere hand een krijtje, begon hij links aan het hoofd en rechts aan de voeten en terwijl zijn handen zich al schetsend naar elkaar toe bewogen lag er binnen vijf minuten een weelderig naakt op de witte bar. „Pep, pep!”

Ook kon hij met vaste hand ondersteboven tekenen. De enige die ik dat ook heb zien doen was de, helaas al weer vergeten, tekenaar Pim van Boxsel.

Gelukkig zijn er van Doeves politieke prenten, die hij voor Elseviers Weekblad maakte, nog enorm veel bewaard gebleven voor het nageslacht. Ze bevinden zich in het Persmuseum en men hoopt binnen afzienbare tijd een overzichtstentoonstelling te organiseren. Ook is iemand bezig aan een biografie. Toch nog een soort standbeeld.