Doe niet zo cynisch over voedselhulp. Alleen gezond mens kan vis vangen

Foto AP

Ontwikkelingsgeld rendeert het beste als je het investeert in voedselhulp. Met 2,4 miljard euro per jaar slinkt chronische ondervoeding met 36 procent. Dat levert sterkere en slimmere kinderen op - mensen die later zelfredzaam zijn.

Dat is de uitkomst van achttien maanden studie naar ‘de beste oplossingen voor de grootste problemen’ in ontwikkelingslanden, uitgevoerd door het Copenhagen Consensus Center. Het project - gefinancierd door de Deense regering en een HIV-stichting - rangschikt om de paar jaar wereldproblemen op basis van een kosten-baten-afweging.

Onder leiding van de invloedrijke Deense politicoloog Bjørn Lomborg beoordeelde een vijfkoppig expertpanel van economen, bestaande uit vier Nobelprijswinnaars, veertig verkenningen en voorstellen van vijfenzestig topwetenschappers. De leden Robert Mundell, Vernon Smith, Nancy Stokey, Finn Kydland en Thomas Schelling zijn van mening dat ondervoeding alle ontwikkeling in de kiem smoort en daarom topprioriteit moet krijgen.

Tegen de publieke opinie in, kozen zij dus niet voor projecten die zich richten op economische en politieke hervormingen, maar voor een bord eten. 925 miljoen mensen ontbeert het aan die zekerheid. 180 miljoen kinderen, die nog niet de schoolgaande leeftijd hebben, kampen met een ernstig tekort aan vitale voedingsstoffen.

Investeer 60 miljard euro: waar beginnen?

Het onderzoek stond in het teken van een heldere vraagstelling: ‘Als je 75 miljard dollar over hebt voor goede doelen, waar moet je dan beginnen?’ 75 miljard dollar, 60 miljard euro, staat gelijk aan 15 procent van het totale ontwikkelingsbudget op dit moment. “Groot genoeg om het verschil te maken”, aldus Lomborg. “En klein genoeg om keuzes af te dwingen.”

De intellectuele exercitie leverde een prioriteitenlijst van 16 investeringsprojecten op, bestemd voor overheden en filantropen. Bovenaan prijkt ‘interventies met micronutriënten ter bestrijding van honger en verbetering van onderwijs’, kosten 2,4 miljard euro per jaar. Het idee: zonder voedzaam eten (voldoende mineralen en vitaminen, met name jodium, ijzer en vitamine A) kunnen mensen zich überhaupt niet ontwikkelen.

Op plaats 2 tot en met 5 staan malariabehandeling, een uitgebreid vaccinatieprogramma, ontworming en tuberculosebestrijding. Plaats 6 is voor onderzoek naar productievere landbouw en ontwikkeling daarvan, plaats 7 voor alarmsystemen die tijdig natuurrampen signaleren, plaats 8 voor versterking van de chirurgische capaciteit, plaats 9 voor hepatitis B-vaccinatie en plaats 10 voor hartmedicijnen.

De Nobelprijswinnaars zetten dus al hun kaarten op acties die direct de gezondheid aangaan. Een stellige keuze, want ze kregen ook voorstellen die de nadruk leggen op gewapende conflicten, biodiversiteit, klimaatverandering, onderwijs, water & riolering en bevolkingsgroei.

Ondervoeding schaadt spier- en hersenontwikkeling

Als project is voedselhulp allerminst eenzijdig, vindt econoom John Hoddinott, auteur van het winnende voorstel. “Chronische ondervoeding heeft grote neurologische gevolgen”, schrijft hij in zijn rapport. “Het heeft een negatieve invloed op de hippocampus en schaadt daarmee het ruimtelijk inzicht, geheugenvorming en myelinisatie van axonvezels (overdracht zenuwimpulsen). Dit leidt tot verlies van cognitieve vaardigheden en dus lagere inkomens. Iedere dollar die besteed wordt aan ondervoeding, levert uiteindelijk meer dan 30 dollar op. Dit op basis van zeer voorzichtige prognoses.”

De onderzoekers benadrukken dat het voedselprobleem eigenlijk een verdelingsvraagstuk is, want er wordt op zich voldoende geproduceerd. Maar, zo betogen ze: productieverhoging drukt de prijzen en creëert een voedselbuffer tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Innovatie van landbouwtechnologie betaalt zich vervolgens dubbel uit, niet alleen omdat er meer op minder grond geproduceerd kan worden, maar ook omdat het bossen spaart die CO2 opnemen.

Voedselhulp geeft honderd miljoen kinderen een eerlijke start, leert het onderzoek verder. Volgroeide spieren en normaal ontwikkelde hersenen zijn namelijk een voorwaarde voor het behalen van een diploma, productieve arbeid en een redelijk salaris.

Nobelprijswinnaars koppelden investering los van hervorming

Het adagium wil dat je mensen in onderontwikkelde delen van Afrika ‘geen vis moet geven, maar een vis moet leren vangen’. Een liberale en populaire gedachte, die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 2010 nog eens onderschreef. “Van armoedebestrijding is nog geen enkel land rijk geworden”, regeerde VVD’er Arend Jan Boekestijn destijds instemmend in NRC Handelsblad.

Afgelopen maart laaide de discussie wederom op, vanwege mondiale verontwaardiging over de voortvluchtige krijgsheer Joseph Kony. De gedachte achter de campagne: pak de rebellen die Oeganda verlammen. Zelfs die benadering werd te simplistisch bevonden, want in het debat dat volgde buitelden Afrika-deskundigen over elkaar heen om te zeggen hoe complex het land wel niet is. En hoe fijnzinnig je te werk moet gaan om democratisch bestuur en rechtsstaat te realiseren.

Ondanks die verstandige inzichten, kiezen de panelleden van ‘Copenhagen Consensus 2012’ voor de makkelijke, klassieke weg: voedsel en medicijnen uitdelen. Institutionele hervormingen? Ze reppen er met geen woord over. Ongetwijfeld vinden ze dat hulpbehoevenden op den duur zelf hun vis moeten vangen, maar dat kan volgens hen alleen als ze er de kracht voor hebben. Dat langdurige voedselhulp afhankelijkheid in de hand werkt, en daarmee de noodzaak ‘om te vissen’ wegneemt, blijft onvermeld.

Het kan zijn dat de Nobelprijswinnaars teveel in hun rol bleven hangen. De instructie was namelijk: hier heb je een zak met geld, zorg voor rendement. Voorstellen over bestrijding van corruptie en het slechten van handelsbarrières wilden ze niet in behandeling nemen, “omdat de oplossingen voor deze uitdagingen eerder politiek dan investeringsgerelateerd zijn”. Dat is de zwakte van het Deense project, want de ‘winnende strategie’ geeft nu niet de garantie dat gezonde, weldoorvoede kinderen daadwerkelijk hun talenten kunnen ontplooien.