De verzoening voorbij

Het ANC bestaat 100 jaar, maar de leiders vechten elkaar nog steeds de tent uit. Zo gaat Zuid-Afrika steeds meer op Rusland lijken.

Portraits of current and former African National Congress presidents, (bottom L to R) Pixley Seme, James Moroka, Albert Luthuli, Oliver Tambo and Nelson Mandela, (top L to R) Thabo Mbeki and current president Jacob Zuma are seen at the entrance of the Luthuli house, headquarters of the ANC in Johannesburg, April 3 2012. South Africa's ruling ANC party on Tuesday harshly reprimanded rebellious Youth League leader Julius Malema, angrily condemning his assertion that President Jacob Zuma's government is a dictatorship. REUTERS/Siphiwe Sibeko (SOUTH AFRICA - Tags: POLITICS) Reuters

Fiona Forde: An Inconvenient Youth: Julius Malema and the ‘New’ ANC Picador Africa, 274 blz. € 13,50

Heidi Holland: 100 years of struggle: Mandela’s ANC Penguin SA, 240 blz. € 19,80

Frank Chikane: Eight Days in September: The Removal of Thabo Mbeki. Picador Africa, 271 blz. € 17,99

Het Afrikaans Nationaal Congres (ANC), dat in 1994 na een jarenlange strijd tegen het witte minderheidsregime in Zuid-Afrika aan de macht kwam, viert dit jaar zijn honderdste verjaardag in zwaar weer. Tijdens de struggle stonden alle neuzen dezelfde kant uit: de apartheid moest bestreden worden. Nadat Nelson Mandela begin jaren negentig aan de onderhandelingstafel de vrijheid veroverde, raakte het ANC op drift. Corruptie en richtingenstrijd staan de beloftes uit de vrijheidsstrijd steeds vaker in de weg.

2012 is een cruciaal jaar. Niet alleen om het eeuwfeest, ook omdat in december in Mangaung (voorheen Bloemfontein) de vijfjaarlijkse ANC-verkiezingsconferentie plaatsheeft. Nu al is Zuid-Afrika dagelijks aan het voorbeschouwen: heeft Jacob Zuma genoeg steun binnen de partij om zich te verzekeren van een tweede termijn als ANC-leider en president van Zuid-Afrika of heeft hij sinds de tumultueuze vorige landdagen in 2007, toen hij Thabo Mbeki van de troon stootte, te veel vijanden gemaakt? En wie krijgt in dit machtsspel de cruciale steun van de geroyeerde, maar nog altijd populaire jongerenleider Julius Malema?

Drie boeken die de recente geschiedenis van het ANC proberen te duiden komen elk tot een vergelijkbare conclusie: staat en partij zijn in Zuid-Afrika ongezond verweven en het ANC heeft, deels door corruptie en mismanagement, nog te weinig succes geboekt in het dichten van de kloof tussen arm en rijk.

Maar dat is nauwelijks nieuws. Wat vooral de Ierse journaliste Fione Forde en voormalig topambtenaar Frank Chikane blootleggen is hoe de gecorrumpeerde mechanismen van het ‘nieuwe ANC’, zoals Forde de getransformeerde partij noemt, in de praktijk werken.

Forde beschrijft in An Inconvenient Youth: Julius Malema and the ‘New’ ANC het verbijsterende patronageweb rond Malema, de politieke stokebrand die een economisch progressievere koers van het ANC bepleitte en tegelijk steenrijk werd met een zakenimperium dat handelde in overheidsopdrachten. Chikane laat in een zeldzame memoires van een regeringsfunctionaris, Eight Days in September: The Removal of Thabo Mbeki zien hoe de grootste economie van Afrika in 2008 door interne ANC-strubbelingen bijkans ontspoorde.

Typerend voor het nieuwe ANC is een citaat van voormalig partijwoordvoerder Smuts Ngonyama dat journaliste Heidi Holland aanhaalt in 100 Years of Struggle: Mandela’s ANC. ‘Ik heb niet aan de vrijheidsstrijd meegedaan om arm te worden.’ Dat voerde hij op ter verdediging toen hij in 2007 verdacht werd van morsige zakenpraktijken. In het ANC, concludeert Holland, domineert een culture of entitlement: ex-verzetsstrijders hebben privileges op grond van hun staat van dienst tijdens de apartheidstrijd. Een nieuwe zwarte elite, verbonden aan de partij, verdient geld met overheidsopdrachten, terwijl de massa crepeert.

Slagveld

Met voortschrijdend gevoel van deceptie beschrijft Holland de eerste honderd jaar van de oudste bevrijdingsbeweging van Afrika. Haar hoofdstukken over het ANC ‘aan de macht’ overstijgen nauwelijks de dagelijkse krantenanalyses, maar om het huidige ANC te begrijpen is vooral de vroegere geschiedenis onmisbaar. Dat weet ook Julius Malema. De man die tot zijn recente schorsing de invloedrijke jongerenafdeling van het ANC leidde, ziet zichzelf als erfgenaam van Mandela. En dan niet Mandela ‘de grote verzoener’ van begin jaren negentig, maar Mandela de agitator uit de jaren veertig, die het gezapige en elitaire ANC destijds op een radicalere koers bracht.

Malema wil dat het ANC terugkeert naar zijn wortels en de overwegend neoliberale economische politiek inruilt voor klassieke herverdeling, zodat de zwarte massa eindelijk economisch geëmancipeerd raakt. Hij kent zijn klassiekers: pleitte Mandela in de jaren veertig voor ‘political freedom in our lifetime’, Malema zegt te strijden voor ‘economic freedom in our lifetime’. De door Mandela begin jaren negentig zorgvuldig uitonderhandelde pragmatische afspraken met het blanke bedrijfsleven moeten daarvoor op de schop. Malema wil het rijke mijnwezen en de banken nationaliseren en landbouwland zonder compensatie in zwarte handen brengen.

De in bittere armoede opgegroeide Malema (31) is eigenlijk te jong om in de struggle een serieuze rol gespeeld te hebben. Maar hij beweert dat hij op zijn negende al in de partij actief werd en niet veel later zelfs militaire training genoot om de onderhandelende partijtop indien nodig met wapengekletter bij te kunnen staan. Wat daarvan klopt blijft in Fordes van losse eindjes aan elkaar hangende boek onduidelijk, maar het illustreert volgens haar het onbevredigende gevoel van Malema’s generatie dat Mandela’s vrijheid aan een onderhandelingstafel bereikt is en niet op het slagveld.

Daarvoor leunt Forde zwaar op de Kameroense denker Achille Mbembe, die al jaren in Zuid-Afrika woont. Hij schreef het voorwoord in haar boek. Volgens Mbembe verkeert Zuid-Afrika in een ‘impasse’ na de ‘democratische schikking die de „revolutie” in 1994 opschortte, terwijl apartheid niet voorgoed uit het sociale, economische en mentale landschap verwijderd was’. Dit voedt wat hij noemt een ‘lompenradicalisme’, frustratie omdat na 350 jaar onderdrukking niet radicaal en gewelddadig met de witte man is afgerekend.

De militante Malema gokte in 2007 dat de volkse Zuma de man was die het ANC naar links zou bewegen teneinde electoraal interessant te blijven voor de arme massa. Malema’s aanhangers, de leden van de ANC-jongerenliga, verbrandden T-shirtjes met het hoofd van de studieuze en elitaire Mbeki erop. Nu is Malema van gedachten veranderd: Zuma heeft de op economisch terrein gewenste ruk naar links niet gemaakt en ligt volgens hem nog steeds in bed met de witte heersers van weleer.

In een soepele tournure noemt Malema nu Mbeki de beste leider die het ANC ooit heeft gehad, want Mbeki stond met zijn visie over een ‘Afrikaanse renaissance’ tenminste retorisch in de traditie van pan-Afrikaanse blackconsciousness-denkers als Frantz Fanon en Steve Biko, waar het ANC de laatste jaren weinig boodschap aan had. Als het aan Malema ligt, dan wacht Zuma dit jaar een zelfde lot als Mbeki, die in 2007 tijdens een tumultueus congres in provinciestad Polokwane het partijleiderschap aan de linkerflank verloor.

Poetinse taferelen

Dat is geen optimistisch stemmend vooruitzicht. Mbeki’s voormalige rechterhand, directeur-generaal Frank Chikane, beschrijft hoe Mbeki driekwart jaar na ‘Polokwane’ door de nieuwe partijbaronnen gedwongen werd af te treden als president. Deze ‘terugroeping’ was ongekend en volgens Chikane ‘ongrondwettelijk’ bovendien. De ANC-paleisrevolutie grensde volgens hem aan een ‘staatsgreep’. Alleen het parlement, dat in Zuid-Afrika de president kiest, kan een president naar huis sturen, niet de partij die hem tot dat ambt gebracht heeft. Maar Mbeki gehoorzaamde de partij, waardoor bloedvergieten uitbleef.

Chikane laat geen moment onbenut om de grootse visies van zijn ex-baas te verdedigen. Kritiek op het aidsbeleid of Zimbabwe, flaters die volgens Heidi Holland tot Mbeki’s eind leidden, wil Chikane niet horen – en waren volgens hem in ieder geval niet de werkelijke redenen voor het afzetten van de president. Dat was een gerechtelijke uitspraak die Zuma vrijpleitte van corruptie omdat Mbeki’s ambtenaren en veiligheidsdiensten zich in het juridisch proces zouden hebben gemengd.

Dat is erg genoeg. Chikane schetst een beeld van een land waarin alle echelons van de staat worden ingezet om ordinaire ruzies in een tot op het bot verdeelde regeringspartij te beslechten. Daarmee bevestigt hij het onrustbarende toekomstscenario dat Forde en passant schetst. Onder Zuma, schrijft zij, is Zuid-Afrika steeds meer op het Rusland van Vladimir Poetin gaan lijken. Ook Zuma omringt zich door jarenlange vrienden, die zakelijk en justitieel profiteren van zijn politieke macht. Het land is een zogenoemde ‘geleide democratie’ geworden: een voor het oog democratische staat met toenemend autocratische trekken. In december moet blijken of het ANC dat tij kan keren.