De opmars der hufters

Bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam, mei 1969 Foto Vincent Mentzel

In zijn afscheidsbundel analyseert politicoloog Meindert Fennema hoe de elite wordt uitgedaagd. De huidige anti-elitaire volksbeweging wordt gedragen door autochtone ouderen en lager geschoolden, die in de strijd met nieuwkomers iets te verliezen hebben. Hun verlangens zijn vooral behoudend. Een nieuwe elite is daarom niet nodig.

Tien jaar is de bestorming nu gaande. Maar de anti-elitaire volksbeweging heeft nog altijd geen eigen elite in het zadel geholpen. Fortuyn, Verdonk en Wilders hebben in hun hoogtijdagen bijna driekwart tot anderhalf miljoen kiezers aan zich gebonden, maar hebben geen magistraat, grootondernemer, omroepbestuurder of academicus van formaat geproduceerd, nodig om de maatschappij naar je hand te zetten.

Hoe anders was het bij die vorige opstand tegen het establishment, die van de jaren zestig-zeventig toen het bestel kraakte onder druk van de anti-elitaire democratiseringsbeweging. Politiek, universiteit, advocatuur, justitie, regering en tot slot bedrijfsleven: bijna overal schikte en plooide de oude elite zich of maakte plaats voor een jongere generatie.

Die wisseling van de wacht is een ongekend succes geworden. Volgens Martin Bosma, de chef-ideoloog van de PVV, is deze elite van ‘linksmensen’ na veertig jaar nog steeds aan de macht. Dat klopt. Het ligt ook voor de hand.

Anders dan toen is er nu geen alternatief. De anti-elitaire volksbeweging van deze eeuw wordt gedragen door autochtone ouderen en lager geschoolden, die in de strijd met nieuwkomers iets te verliezen hebben. Hun verlangens zijn vooral behoudend. Daar heb je geen nieuwe elite voor nodig.

De provo’s en jongeren in de vorige eeuw vertolkten qua demografie en toekomstperspectief precies het omgekeerde sentiment. Er was toen juist een wereld te winnen. En daarbij komt een eigen elite wel van pas.

Politicoloog Meindert Fennema (1946) is één van de intellectuele jongeren die daar indertijd van profiteerde. Dankzij een opstand tegen de heersende politicologengarde in Amsterdam werd hij een invloedrijk wetenschappelijk medewerker aan de de Universiteit van Amsterdam. Net als sommige kompanen sloot ook hij zich toen aan bij de Communistische Partij Nederland. Hij werd in 1971 lid en bleef dat tot de opheffing van de CPN in 1991. Vandaag nam hij, inmiddels hoogleraar, afscheid van de universiteit met een vrolijk afscheidscollege: Help! De elite verdwijnt. Deze openbare les is tevens het slot van een bundel (wetenschappelijke) artikelen over politieke filosofie, machtsvorming, economie, academie, extremisme en democratie. De meeste beschouwingen gaan over de tegenstellingen die rijzen als de gevestigde maatschappelijke orde wordt uitgedaagd door politieke buitenstaanders.

U kunt het hele artikel van NRC-redacteur Hubert Smeets hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 11 mei 2012, pagina 2 - 3.