De Bovenbazen (12)

Intussen ontstond er een kleine paniek in het anders zo rustige bankgebouw. Van alle kanten begonnen geldstukken in de richting van de kluis te rollen en bankbiljetten fladderden ritselend door de gangen. Ook kon men een verwilderde portier waarnemen, die achter een daalder aanholde die hem plotseling uit de zak gesprongen was.

Wat men hier ziet gebeuren was het gevolg van een oude natuurwet die de meer geschoolde lezertjes wel zullen kennen: Geld trekt geld aan. Als men weinig heeft, zal men het kwijtraken aan iemand die meer heeft; en als men veel heeft, komt er steeds meer bij.

Dit laatste nu zag heer Ollie voor zijn onthutste ogen gebeuren. Rinkelend en rammelend stroomden de geldstukken de duistere kluis binnen om zich bij zijn aanwezige bezittingen te voegen. Al spoedig balde het edele metaal samen tot een glinsterende hoop die, opgefleurd door de kleurige bankbiljetten, snel groter werd.

Waar dit toe had kunnen leiden, weet ik niet. Maar gelukkig was de kassier een ervaren bankman die het hoofd koel hield. ‘Het kapitaal in de Bommelkluis heeft de kritische massa overschreden!’ sprak hij tot zichzelf. ‘Er is een reactie ingetreden. Ik moet opschieten, want anders staat er een crisis voor de deur.’ Met deze woorden repte hij zich naar een controlebord om een handle over te halen.