Dansers in de nissen van Utrecht

Festival a/d Werf, voorstellingen gezien: 17/5, Utrecht. T/m 26 mei. Inl: www.festivalaandewerf.nl

Gisteren begon het Utrechtse Festival a/d Werf in positieve stemming aan zijn laatste editie. Volgend jaar vloeit het samen met Springdance en de gemeente Utrecht heeft deze week een gunstig oordeel over de fusie uitgesproken. Met uitzicht op gemeentelijke subsidie, extra Europese gelden en wellicht ook een bijdrage van het rijk lijkt het Spring Festival (werktitel) klaar voor de start.

Te oordelen naar de eerste dag van editie 2012 is een algehele opfrisser welkom. Op het Neude is weer eens een tijdelijk festivalkampement verrezen, waar donderdag om vijf uur het festival tamelijk onopgemerkt werd ingeluid. Eerder al was in de Noorderstraat het ouderwets aandoende locatiestuk Urbandrifting te zien van de Oostenrijker Willi Dörner. Zes dansers puzzelden zichzelf tot stapels of torentjes en wurmden zich in, rond, op en onder wrakkige meubelstukken om te eindigen in een zorgvuldig gearrangeerde installatie van nog meer alledaags meubilair. Daarin voerden zij een kettingreactie uit in de geest van de beroemde kunstfilm Der Lauf der Dinge van het duo David Weiss/Peter Fischli. Ook de gemoedelijke „stadswandeling met free running tot slot” imponeerde niet echt, al veroorzaakten de hier en daar in nissen geklemde of dubbelgevouwen lichamen van de dansers regelmatig verraste uitroepen: „Daar heb je er weer een!”

’s Avonds riep de première van The Dry Piece van Keren Levi herinneringen op aan Herses (une lente introduction), waarin Boris Charmatz in 1997 vijf naakte dansers ten tonele voerde op een manier die op geen enkele wijze aan erotiek refereerde, maar de lichamen puur en direct presenteerde. Levi doet iets vergelijkbaars met vier naakte danseressen. Achter een transparant projectiescherm bewegen zij als een saamhorig kwartet van atletes, gratiën, odalisken – de vrouw zoals ‘wij’ haar kennen. Hun naaktheid is onontkoombaar, maar omdat bloot nu eenmaal snel went, transformeert hun seksualiteit tot een esthetische vorm.

Dat laatste wordt benadrukt door de Busby Berkeley-achtige, kaleidoscopisch krimpende en uitwaaierende lichaamscomposities die op het projectiescherm worden getoond. Ironisch genoeg presenteert Levi het vrouwenlichaam, dat zij van de „gewelddadige (mannelijke) kijk” wil verlossen, zoals die de schoonheidsindustrie beheerst, zo óók als een object, zij het een object met de neutraliteit van een bouwsteen.