'Corruptie en leed zijn eeuwig'

AHK-bestuursvoorzitter Jet de Ranitz verklaart haar literaire liefde aan ‘Het groene huis’ van Mario Vargas Llosa.

Jet de Ranitz, bestuursvoorzitter van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten: ‘Het groene huis van Mario Vargas Llosa is het eerste boek dat ik heb moeten veroveren. Het beslaat tientallen jaren, kriskrast van de Amazone naar de woestijn van Peru en volgt tientallen personages: nonnen, militairen, hoeren. De lagen van het verhaal vloeien in elkaar over, soms verandert de setting zelfs halverwege een paragraaf. Op een goed moment is duidelijk dat dingen zich niet in dezelfde tijd afspelen, maar je weet niet hoe alles zich tot elkaar verhoudt.

„Op het eind ontvouwt het boek zich op weergaloze wijze. Vargas Llosa brengt je langzaam naar een wonderbaarlijk begrijpen, een openbaren van wat de verbanden zijn binnen het boek: het is een groots inzicht dat zich traag ontvouwt. Het gebeurt zonder tromgeroffel of plotse ontknopingen. Vargas Llosa heeft dat op mooie wijze verwoord: ‘Het schrijven van een roman is een ceremonie die vergelijkbaar is met een striptease. Net als het meisje in de schijnwerpers dat haar kleren afwerpt en haar geheimen een voor een onthult, ontbloot de schrijver zijn eigen intieme wezen middels zijn romans’.

„Vargas Llosa floreert in traagheid. Het boek bevat enorme beschrijvingen, het is soms best ploeteren. Vargas Llosa geeft zijn geheimen niet makkelijk prijs, je moet ze hem ontfutselen door de personages te leren kennen. Als je ze eenmaal kent, grijpt het verhaal je bij de lurven.

„De verschillende verhaallijnen verbinden een bordeel, het leger, een priester, indianen, migranten – allemaal essentiële ingrediënten van de Latijns-Amerikaanse samenleving. Het boek is er een prachtige schets van. Zelf kwam ik eens midden in de nacht in Lima aan, met een taxi ging ik naar een hotel zonder te weten of daar überhaupt een kamer vrij was. Het eerste dat ik zag toen ik uitstapte was een gigantische tank midden op straat. Dat beeld, een tank te midden van talloze kerken, dat is de Peruaanse maatschappij. Religie wordt er op een bijzondere manier beleden, de Indianencultuur en het katholieke geloof verweven zich, de madonna’s met hun gitzwarte gezichten zijn het symbool daarvan.

„Vargas Llosa maakt de dilemma’s helder van mensen met invloed; de militair in het leger, de priester in de kerk. Hij legt bloot wat er misgaat bij mensen die te veel macht krijgen. Het interessantste is dat hij duidelijk maakt hoe keuzes van individuen uitwerken binnen een systeem. Het boek behandelt weliswaar de kerk en het leger, maar dat gaat ook op voor mijn eigen werk binnen organisaties. Je krijgt een bepaalde opdracht mee, maar uiteindelijk heb je ook altijd een eigen verantwoordelijkheid. Je keuzes blijven een spel tussen die twee. Medemenselijkheid moet de boventoon voeren. Dat kan betekenen dat je ook ‘nee’ moet zeggen tegen het systeem. Het knappe is dat Vargas Llosa dit duidelijk maakt zonder het expliciet te zeggen.

„Door het verhaal zich af te laten spelen in verschillende tijden maakt Vargas Llosa pijnlijk duidelijk dat corruptie, onrechtvaardigheid en leed een eindeloze herhaling van zichzelf is. Dat maakt hem tot een meester-verteller uit de Latijns-Amerikaanse maatschappij die doordrongen is van seks, geweld en religie.”

Mario Vargas Llosa: Het groene huis. Vert. Mariolein Sabarte Belacortu. Meulenhoff, 240 blz. € 12,50