Boeken voor levensmiddelen

Romans zijn geschikter om deze tijd te vatten dan filosofie, vond Hermann Broch al in de jaren twintig. Een hartstochtelijke briefwisseling geeft inzicht in zijn werk.

Hermann Broch en Egon Vietta: ‘Sich an den Tod heranpürschen...’ Briefwechsel 1933-1951. Bezorgd door Silvio Vietta en Roberto Rizzo. Wallstein, 373 blz. € 30,80

Als literatuurcriticus schrijf je graag over Hermann Broch (1886-1951). Dat komt omdat de grote Oostenrijkse schrijver zo’n hoge dunk had van ons soort mensen. Volgens Broch hebben we een ‘ethisch’ beroep, de echte criticus is een ‘in het leven vooruitgeschoven post van de filosofie’. Aangezien de criticus geen regels deduceert maar ‘met zijn eigen ‘ik’ instaat voor de objectiviteit van zijn oordeel, zou je hem een ‘lyricus van de filosofie’ kunnen noemen.

Wie zoveel lof heeft voor de recensent mag uiteraard op een positieve reactie rekenen, en hiervoor biedt de onlangs verschenen briefwisseling tussen Hermann Broch en de schrijver-publicist Egon Vietta (1903-1959) de nodige aanleiding. De band bevat schitterende, hartstochtelijke brieven die een beeld geven van Brochs moeilijke leven in de jaren dertig en veertig, toen hij op de vlucht was voor het nationaal-socialisme en in Amerika onderdak vond. Maar ook de ontstaansgeschiedenis van zijn grote romans Die Schlafwandler en Der Tod des Vergil komt ter sprake, naast onderwerpen als het existentialisme en de fenomenologie of de mening van beide auteurs (gepassioneerde lezers) over veel collega-schrijvers.

Toen Broch en Vietta elkaar leerden kennen was de eerste al een eind in de veertig, maar feitelijk nog een beginnend schrijver – zojuist was zijn trilogie Die Schlafwandler verschenen. Broch was tot 1927 mededirecteur geweest van een grote textielfabriek (familiebedrijf, 700 man personeel) in Teesdorf, ten zuiden van Wenen. Hij besloot echter om de fabriek te verkopen en zich voortaan geheel aan de wetenschap te wijden. Broch wilde wiskundige of filosoof worden en in 1925 meldde hij zich aan voor een studie in deze vakken.

Logica

Het was de glorietijd van het neopositivisme en van de ‘Wiener Kreis’ rondom Rudolf Carnap en Moritz Schlick, beiden docenten van Broch. Aanvankelijk bewonderde Broch zijn leermeesters en hun op de spits gedreven logica, maar nadat dezen openlijk hun onvermogen tot het oplossen van ethische en metafysische kwesties hadden erkend, zocht Broch zijn heil bij de literatuur.

De literatuur en vooral de moderne romankunst à la Joyce, Kafka, Musil of Proust waren volgens Broch beter geschikt om een oplossing te vinden voor de wezenlijke levensvragen. Toch is Broch altijd voor een belangrijk deel filosoof (en rationalist) gebleven, die zijn romans graag lardeerde met theoretische traktaten – in dit opzicht verwant aan zijn stad- en tijdgenoot Robert Musil. ‘Een in de literatuur verdwaalde filosoof’ noemt Paul Michael Lützeler hem zelfs in zijn schitterende Broch-biografie, overigens de best denkbare introductie tot zijn werk.

In de briefwisseling met Vietta komt Brochs laveren tussen literatuur en filosofie, tussen de polen intuïtie en ratio, herhaaldelijk ter sprake. Broch was een uitgesproken ethisch denker, die een afkeer had van het estheticisme en van mooischrijverij; hoewel hij met Der Tod des Vergil, een prozagedicht van vijfhonderd bladzijden, een van de stilistisch bekoorlijkste romans van de vorige eeuw heeft geschreven. Broch wilde, zo herhaalt hij telkens, met zijn boeken de wereld verbeteren, de lezer aan het denken zetten.

Des te pijnlijker was het voor hem dat zijn geschriften, en die van veel collega’s, tijdens het nationaal-socialisme verboden waren in de Duitstalige wereld, en dat ze ook na WO II weinig succes hadden. (In de Engelstalige wereld was hij daarentegen een grootheid.) In 1935 schrijft hij aan Vietta: ‘Als de wereld niet meer luistert naar de filosoof en schrijver, omdat ze hem niet meer horen kan, de taal niet meer begrijpt, alleen nog de politieke, lijkt het me bijna immoreel om in een dergelijke wereld een intellectueel en literair leven te willen leiden, want het leidt tot een isolement in de ivoren toren.[...] Het ethische en religieuze naar buiten te brengen is en blijft plicht.’

Verval van de waarden

Egon Vietta heeft veel moeite gedaan om Brochs werk na WO II in Duitsland en daarbuiten te propageren. Hij publiceerde enthousiaste artikelen over hem (deels in de brievenband opgenomen), hield voordrachten en zette zich in bij uitgevers en vertalers. Als briefpartner is hij volledig tegen Broch opgewassen. Meteen in de eerste brief vraagt Vietta, eveneens filosofisch geschoold, in hoeverre de beroemde uitweidingen over het ‘Verval van de waarden’ in het derde deel van Die Schlafwandler beïnvloed zijn door Heideggers Sein und Zeit – wat door Broch subtiel wordt ontkend. Later prikkelt hij hem tot lucide opmerkingen over de poëtica van Der Tod des Vergil, de roman die hij blijkbaar in ‘droomachtige trancetoestanden [...] welhaast in een visioen’ heeft geschreven.

Hermann Broch bleef ook na 1945 in Amerika wonen, waar hij bevriend was met onder anderen Hannah Arendt en Thomas Mann, die hem bewonderde maar niet echt van zijn romans hield. Inmiddels was de voormalige fabrieksdirecteur uit Wenen straatarm geworden; twee dollar voor de wasserij waren een fikse uitgave. Uit de brieven komt hij naar voren als een maniakale workaholic, die zich ook door enkele hartinfarcten (waaraan hij uiteindelijk zou sterven) niet liet ontmoedigen. Maar Broch was ook een man met humor, charme en altijd bereid om anderen te helpen.

Naar Egon Vietta in Duitsland, die met zijn gezin nauwelijks te eten had, stuurde hij regelmatig levensmiddelenpakketten. Vietta dankte hiervoor met boeken, die vaak uit de eigen bibliotheek kwamen. Boeken voor levensmiddelen – een mooi beeld voor het leven van de intellectueel in die naoorlogse tijd.