Blauw oog

Groot nieuws zit er niet meer in tijdens de nakende sportzomer. We zijn quasi voorgeprogrammeerd op een opspelende hamstring, een dopinggevalletje, botsende ego’s in de kleedkamer. Voor diepzinnigheden over het menselijk tekort is geen tijd meer.

Dezer dagen was het grote nieuws: Klaas-Jan Huntelaar met een blauw oog. Bouwvakkers komen niet anders thuis, maar bij Klaas-Jan krijgt het ongemak zowat de dramatische dimensie van palliatieve zorg. Nog net geen vragen over leven en dood, maar veel scheelt het niet.

Want: spits van Oranje.

Straks horen we ineens dat Yolanthe of Sylvie een miskraam heeft gehad. Wekenlang zal het spel van Sneijder en Van der Vaart worden afgemeten aan dit malheur van alledaagsheid. Ook wereldnieuws.

Een blauw oog.

Zou het de scherpte of de conditie van de spits benadelen? Klaas-Jan heeft ooit met een masker gespeeld en toen scoorde hij ook aan de lopende band. Geen mens die het erover had. Maar bij Oranje wordt alles anders. Daar is een blauw oog het sterven nabij.

De komende weken komen we in een cascade van klein nieuws terecht dat zal worden opgepompt tot de drempel van een sterfhuis. Robin van Persie die met een eksteroog op training verschijnt: Oranje kan het schudden in Polen en Oekraïne. Het hele toernooi herleid tot een medisch bulletin.

Het zegt iets over de terreur van nevenverschijnselen in voetbal. En ook over de vaak ranzige mediahonger. Alle proporties van zorg en ongemak worden uitvergroot en door elkaar gehusseld. Specialisten worden ingehuurd, sjamanen doen de rest.

Lichaamscultuur als het nieuwe dogma van de natie.

Ook zo raar: de selectie gaat in afzondering. Eerst in Hoenderloo, vervolgens in Lausanne. Modieuze rituelen waar niemand wijzer van wordt. Officieel heet het dat het groepsgevoel in het geding is. Van Hoenderloo weet ik zeker dat de grote ego’s van Oranje er alleen maar gefrustreerd uitkomen. Zij willen de thrill van de wereld voelen, desnoods in Huis ter Duin in Noordwijk. Hoenderloo voelt aan als een gesticht.

Bert van Marwijk weet dat ook, maar hij is vastgeroest in commerciële afspraakjes van de KNVB. Eerst moet de regio worden verwend voor het grote werk begint. In Zeist noemen ze dat injecties voor het thuisgevoel. Alsof er een international zou zijn die in Hoenderloo tot een verhevigd patriottisme komt.

Juist niet.

Spelers van AC Milan, de Spurs, Bayern en Malaga hebben in Hoenderloo niets te zoeken. Ze voelen er zich lijfeigenen van en systeem. Donkere beelden over de Goelag doemen op. Ieder balletje wordt met grote tegenzin getrapt. Hoogtepunt van de dag: uren bellen met de wereld.

Arjen Robben denkt in Hoenderloo alleen aan zijn hond in München, niet aan looplijnen. In de voetbalindustrie is de afzondering tot mythe verheven. Je kan het bondscoach Van Marwijk niet eens kwalijk nemen: ook hij mist zijn dorpscafé. In ingehouden verachting gaat hij een paar dagen gewichtig doen in afzondering.

Omdat het moet.

Hij kent wel andere manieren om zijn spelers te motiveren. En de meisjes mogen er altijd bij zijn. Maar voor de bureaucraten van Zeist is dat niet demonstratief genoeg. Zij willen zich even ingraven als generaals van een leger. Een beetje minister Hillen spelen – sukkel van onnozele deftigheid.

In het buitenland gelouterde voetballers willen niet naar Hoenderloo. Noordwijk kan nog net, maar ook niet van harte. Internationals moeten altijd de stad ruiken, op zijn minst even met vrouw en kind genieten van Amsterdam. Zeker nu zij weten dat in Polen en Oekraïne alleen duisternis wacht. En prikkeldraad.