Bankia kan Spanjaard zijn spaargeld kosten

De Spaanse Bankia bank staat nog, maar spaarders en beleggers maken zich grote zorgen. Spaarrekeningen worden leeggehaald en het aandeel schiet op en neer.

Merijn de Waal

Bankia mag sinds vorige week in handen zijn van de Spaanse staat; de vierde bank van het land blijft voor grote onrust zorgen. Nadat dagblad El Mundo gisteren berichtte dat rekeninghouders sinds vorige week 1 miljard euro spaargeld wegtrokken, stortte de aandelenkoers van Bankia op de Madrileense beurs gisterochtend volledig in.

De regering en de bank zagen zich genoodzaakt de bankrun met officiële verklaringen te ontkennen. Dit had enig effect. Na een recorddaling van 30 procent voor het middaguur, sloot het aandeel uiteindelijk met een verlies van 14 procent. Vanochtend stond Bankia weer 15 procent in de plus.

Hoe groot de onrust is, bleek toen minister Montoro (Financiën) gisteren werd aangeklampt door een verontruste rekeninghoudster. Toen de bewindsman zijn dienstauto uitstapte, vroeg de vrouw hem of haar geld wel veilig is bij Bankia. „Of moet ik het morgen weghalen.” Montoro suste dat dit niet nodig is, waarop de vrouw antwoordde: „Ik vermoord nog iemand als jullie mijn geld afpakken”.

De crisis rond Bankia – een fusie van zeven spaarbanken (cajas) waaronder de grote Caja Madrid – houdt nu twee weken aan. Ze brak uit toen de bank de jaarrekening over 2011 deponeerde, zonder dat externe accountants hun handtekening er onder hadden willen zetten.

Premier Rajoy liet hierop doorschemeren te willen ingrijpen bij Bankia, dat 10 miljoen klanten telt. Vervolgens vertrok vorige week maandag eerst de topman, werd de bank twee dagen later goeddeels genationaliseerd en werd vrijdag een nieuwe hervorming van de hele financiële sector aangekondigd.

Deze week bleek dat die maatregelen het vertrouwen van beleggers in het Spaanse bankwezen vooralsnog niet doen terugkeren. Spaanse banken verliezen al dagen op rij fors. Alleen al deze maand hebben ze tezamen 6 miljard euro aan beurswaarde ingeleverd.

De banken worden verder uitgehold door de aanhoudende kapitaalvlucht uit Zuid-Europa. Deze wordt aangewakkerd door de toenemende speculatie op een Grieks vertrek uit de eurozone. Door de zich opstapelende afwaarderingen door kredietbeoordelaars, zoals vandaag nog door Moody’s. En doordat de rente op de Spaanse staatsschuld blijft stijgen: woensdag brak de spread (het renteverschil met Duitsland) door de symbolisch belangrijke grens van 500 basispunten. Deze onrust over de overheidsfinanciën voedt weer de paniek over de bankensector, en vica versa.

Ondertussen legt de regering de banken almaar strengere kapitaaleisen op. Begin dit jaar werden de banken al gedwongen voor 50 miljard euro extra buffers aan te leggen voor hun problematische vastgoedactiva en leningen aan de bouwsector en projectontwikkelaars. Vorige week vrijdag kwam hier nog eens 30 miljard bij.

De regering zei vrijdag te verwachten voor slechts 15 miljard te hoeven bijspringen. Ze maakt hiermee een fors lagere schatting dan veel buitenstaanders. Madrid lijkt echter te vrezen dat bredere steun aan de bankensector een beroep op het euronoodfonds onvermijdelijk zou maken. Het voedt de verdenking dat Spanje de volledige omvang van de problemen nog niet onder ogen wil komen. Dit helpt niet om het vertrouwen van beleggers te herwinnen.

Wat ook niet helpt is dat er vanuit de rechtse regeringspartij PP toenemende kritiek klinkt op de rol van de centrale bank en de beurswaakhond rond het Bankia-debacle. Hoewel PP-politici zelf ook een grote rol spelen binnen het bestuur van Bankia, is die kritiek deels zeker terecht. Maar het geharrewar tussen toezichthouders en de politiek vergroot niet meteen het vertrouwen dat ze ook in staat zijn deze crisis op te lossen.