‘Assad is sterk maar hij redt het niet’

Door de steun van onder andere Rusland en Iran kan het Syrische regime de strijd langer volhouden. „Er zullen meer mensen worden gedood en opgepakt.”

Het is van het grootste belang dat de vredesmissie van internationaal bemiddelaar Kofi Annan in Syrië slaagt. „Als het hem niet lukt een geweldloze machtsoverdracht te realiseren, zal het geweld verder escaleren. En we weten niet waarheen dat ons zal leiden, misschien naar een burgeroorlog, maar niet zonder meer naar de val van het regime”, zegt de Syrische mensenrechtenactivist Maen Abdul Salam. Hij was deze week in Nederland op uitnodiging van de vredesbeweging IKV-PaxChristi.

Maar op dit moment ziet het er niet goed uit. „Annan krijgt te weinig steun van de internationale gemeenschap, speciaal van Rusland en de Verenigde Staten. Rusland weigert in te stemmen met een resolutie in de VN-Veiligheidsraad die met maatregelen dreigt als het Syrische regime niet met Annan meewerk. En de Verenigde Staten zeggen elke dag dat Annans missie al is mislukt. Ik weet niet of ze zo druk willen zetten op het Syrische regime, maar het ondermijnt de missie wel”, zegt hij in een vraaggesprek in Utrecht. Aan de andere kant weigert het Syrische bewind zijn geweld te staken. „Bashar al-Assad wil bereiken dat Annans missie een deal sluit met de internationale gemeenschap waaronder hij tegen een paar concessies kan aanblijven.”

Abdul Salam leidde in Syrië Etana Press, een onderzoekscentrum voor mensenrechten annex bibliotheek, waarmee hij wilde helpen een nieuwe cultuur van vrij denken en lezen te creëren.

„Vóór de revolutie was er een beetje ruimte en wij probeerden die te vergroten door mensen in staat te stellen zichzelf uit te drukken. We hadden bijvoorbeeld een wekelijks literatuurcafé en een filosofiecafé. Wanneer je over literatuur of filosofie begint te praten, beland je uiteindelijk bij vrijheid en vrij denken, en bij je hoop voor de toekomst. Het was een uitwisseling van meningen die moest leiden tot politieke verandering.”

Vorig jaar april was hij een van de initiatiefnemers voor een conferentie in Damascus van intellectuelen, ter ondersteuning van de demonstraties tegen het regime die een maand eerder waren begonnen. In het Semiramis-hotel kwamen 220 mensen bijeen. „Het was de eerste keer in de geschiedenis van Syrië dat oppositie publiekelijk kon bijeenkomen om de praten over de toekomst van Syrië. We zeiden voor de camera’s dat we de betogers steunden, dat de overheid het geweld moest staken en dat alle gevangenen moesten vrijkomen.”

De conferentie was toen mogelijk, zegt hij, omdat het regime „in shock” was door de niet-verwachte protesten. Maar het herpakte zich snel. Abdul Salams bibliotheek moest in september sluiten na een offensief van dreigementen tegen de staf, inclusief hemzelf. Hij ging een maand later naar Libanon in ballingschap.

Bent u nu tot de oppositie toegetreden?

„Ik blijf mensenrechtenactivist. Ik wil geen deel uitmaken van een politieke partij. Tegen de achtergrond van de revolutie zijn veel activisten politici geworden. Maar ik vind het gevaarlijk voor het democratisch proces en een democratische toekomst als activisten politici worden. Er moeten onafhankelijke waarnemers zijn die schendingen van de burgerrechten en van de democratie in de gaten houden. Politici hebben belangen in de macht. Mensenrechtenactivisten hebben die belangen niet.” Abdul Salam wil geen bijzonderheden in de krant hebben over zijn huidige werk om activisten binnen Syrië niet in gevaar te brengen.

De oppositiepartijen blijven verdeeld en hebben zo weinig impact. Waarom kunnen zij het niet eens worden?

„De meerderheid van de mensen die nog demonstreren maakt geen deel uit van de formele oppositie en zij hebben wel degelijk impact. Anders zou het regime niet met zoveel geweld hoeven te reageren. De autoriteiten hebben de meeste steden bezet, 15.000 mensen gedood en 150.000 gevangen gezet. Dat noem ik een behoorlijke impact.

„De verdeeldheid van de oppositiepartijen is met name een weerspiegeling van de verdeeldheid van de internationale gemeenschap over de aanpak van de kwestie-Syrië. Landen of groepen landen trekken hun eigen plan en steunen verschillende oppositiegroepen. Het Westen, de Arabische Golfstaten, allemaal hebben ze hun eigen oppositiepartij. Er is geen duidelijke boodschap. Het Westen riep al snel: president Bashar al-Assad moet weg, maar tegelijk: geen militaire interventie. Dat heeft verwarring geschapen.”

Maar de oppositie heeft weinig impact in die zin dat het regime nauwelijks is verzwakt.

„Het regime is sterk omdat het omdat het als enige goed georganiseerd is. Voor de revolutie begon was het voor burgers al verboden om met meer dan vijf tot tien mensen bijeen te komen om over politiek te praten. Het bewind heeft bovendien volledige controle over de veiligheidsdiensten en het leger. Maar het is de mensen kwijt en het heeft daarmee zijn legitimiteit verloren.

„Een andere reden waarom het nog sterk is, is de internationale steun van het front van dictaturen: China, Rusland, Iran en Irak, die tegen democratische verandering zijn. Als dit front deze slag zou winnen, kunnen landen als Noord-Korea, Cuba en Zimbabwe voortaan ook ongestraft de mensenrechten schenden.

„Het Syrische regime kan op deze manier langer overleven, maar ik denk niet dat ze het uiteindelijk kan redden. Er is een revolutie aan de gang. Het lot van Syrië is in ónze handen. Maar het duurt langer. Er zullen meer mensen worden gedood en opgepakt, maar het zal ons lukken. Iedereen die ons komt zeggen: ik ben bang voor de toekomst want die is in handen van de Saoediërs, of de Amerikanen, of de Russen, die zeg ik: nee, het is in handen van het Syrische volk.”

Of van de gewapende rebellen?

„De rebellen zijn in actie gekomen als reactie op het overheidsgeweld tegen het volk. Een deel wordt gevormd door deserteurs, die hun eigen mensen niet wilden doden, en een deel door burgers die hun familie willen beschermen. Ze willen niet Bashar al-Assad omverwerpen en de macht grijpen; ze vechten voor vrijheid. Wanneer het geweld stopt en hun recht is gedaan, is er geen ‘wij’ en ‘zij’ meer.”

Bent u niet naïef? Kijk naar Libië, waar de rebellen na de val van Gaddafi weigerden hun wapens in te leveren.

„Ik ben er echt niet bang voor. Libië is een tribaal land. Zelfs onder Gaddafi had elke stam zijn belangen. Nu hij weg is, willen ze meer. Syrië is niet tribaal, het is een verstedelijkte samenleving.”