Voor eerst in 22 jaar weer Amerikaanse ambassadeur in Birma

Ministers Hillary Clinton (VS) en Wunna Maung Lwin (Birma) kort na hun overleg. Foto AP / Susan Walsh

Het Witte Huis heeft een ambassadeur voor Birma aangesteld. Dat heeft de Amerikaanse regering vandaag bekendgemaakt. De Verenigde Staten hadden sinds 1990 geen ambassadeur meer in het land.

Derek Mitchell, die de afgelopen tijd optrad als de speciale Amerikaanse gezant voor Birma, wordt de nieuwe ambassadeur. Het besluit van het Witte Huis is ingegeven door de politieke hervormingen die de afgelopen tijd in het Aziatische land zijn doorgevoerd.

Zo werden onlangs gedeeltelijke parlementsverkiezingen gehouden. Slechts een klein deel van de zetels was te vergeven, maar het maakte wel mogelijk dat oppositieleidster Aung San Suu Kyi in het parlement terecht kwam.

De benoeming van Mitchell moet nog wel worden bekrachtigd door de Amerikaanse Senaat. Minister Hillary Clinton ontmoette vandaag haar Birmese collega Wunna Maung Lwin.

Ook versoepeling van andere Amerikaanse sancties

De Verenigde Staten maakten vandaag ook bekend dat zij enkele andere sancties tegen Birma gaan versoepelen. Maar een bron bij de Amerikaanse regering benadrukte tegen persbureau AP dat het voor Amerikaanse bedrijven voorlopig nog wel verboden blijft te investeren in bedrijven die banden hebben met het machtige leger van Birma.

De versoepeling van de sancties wordt later vandaag officieel bekendgemaakt door het Witte Huis. De versoepeling is economisch gezien een zege voor Birma.

Veel mensenrechtenorganisaties vrezen echter dat de regering-Obama te snel handelt. Nog altijd zitten honderden politieke gevangenen vast in Birma en is er geregeld sprake van etnisch geweld in het land. Human Rights Watch (HRW) wil onder meer bindende regelgeving over de verantwoordelijkheid van Amerikaanse bedrijven die in Birma gaan werken. John Sifton, directeur van HRW voor Azië, zei vandaag tegen persbureau AP:

“Strenge regelgeving is nodig om ervoor te zorgen dat nieuwe investeringen de bevolking van Birma ten goede komen en dat ze geen schendingen van de mensenrechten en corruptie in de hand werken of de grip van het leger op de burgerautoriteiten versterken.”