‘Zo’n weloverwogen sloop in Scandinavische stijl’

Oslo, August 31th van het Noorse talent Joachim Trier gaat over een 34-jarige ex-junk die de puinhopen van zijn eigen leven overziet. „Antonioni op speed? Dan is dit Antonioni op heroïne.”

Anders (Anders Danielsen Lie) heeft een esthetische ervaring in het park in Oslo, August 31th

Een postpunker was hij, en skateboardkampioen van Noorwegen. Een land dat skateboards verbood tussen 1979 en 1989: veel te gevaarlijk. Dus importeerde zijn generatie ze illegaal of timmerde er zelf een in elkaar. En dan kat-en-muis spelen met de politie.

Regisseur Joachim Trier (38) houdt van zijn Noorwegen, zo rijk aan olie en gas dat bijna iedereen hogere middenklasse is. Trier: „Een land dat zich druk maakt over organisch voedsel. Iedereen heeft volop kansen en keuzen, dus zag ik vrienden tien jaar twijfelen uit angst voor die keuzes. En zich daarna schamen omdat ze falen terwijl alles werd aangereikt. Daar gaat Oslo, August 31th over.”

Joachim Trier stamt uit een filmgeslacht: moeder documentairemaker, vader geluidsman, opa regisseur en Lars von Trier een verre neef. Als kind maakte hij filmpjes op 8 en 16 mm, hij twijfelde nooit: filmmaker moest hij worden. Dan heeft het beslist voordelen als je moeder je op je zevende meeneemt naar Mon Oncle, aldus Trier, een slanke, beheerste jongeman die soms hardop zijn neiging tot snobisme onderdrukt. („Citeer ik nu Tarkovski? Schrijf dat alsjeblieft niet op.”) Het heeft ook nadelen. „Ik zag al jong hoe hard de filmindustrie is. In Noorwegen maakt 80 procent van de regisseurs maar één film. Schrijvers kunnen altijd schrijven, regisseurs lopen gefrustreerd rond met een hoofd vol ongerealiseerde plannen.”

Trier, een groot talent, onttrekt zich aan die vloek: Oslo, August 31th is zijn tweede speelfilm. Zijn debuut, Reprise, ging over twee jonge schrijvers, Philip en Erik, in de leeftijd dat hoop vervliegt en zekerheid indaalt. Een knap gecomponeerde, ambitieuze film met een alwetende vertelstem, tijdsprongen en freeze frames. Reprise werd in 2006 zo hemelhoog juichend ontvangen dat Trier „in shocktoestand veel langer dan nodig langs filmsfestivals reisde”. Daarna schreef hij Louder Than A Bomb, zijn gedroomde Amerikaanse debuut waarvoor hij onlangs bij New York locaties zocht. Oslo, August 31th kwam er tussendoor. „Het script kostte me vier maanden, niet vier jaar. Ik heb nu genoeg zelfvertrouwen om instinctief te werken, open te staan voor improvisatie. In mijn eerste film moest alles perfect zijn, op het neurotische af.” Qua vorm is hij het tegendeel van Reprise. Trier volgt een etmaal Anders, een afgekickte, 34-jarige junkie die naar Oslo terugkeert om de puinhopen van zijn leven te overzien.

Uw eerste film werd Antonioni op speed genoemd. Dit is lyrischer.

„Antonioni op heroïne? Voor Oslo, August 31th zag ik films die zich in een etmaal afspelen: Spike Lee’s The 25th Hour, La Notte. Mijn eerste film was extreme montage, je springt steeds naar het volgende interessante ding. Dit tijdsframe dwong me te ontdekken hoe wonderlijk alledaagse dingen zijn. Het klinkt kitscherig, maar je moet de blik van een kind vinden. Als ik kan overbrengen hoe ik iets zie, betekent mijn werk wat. De schoonheid van een moment: dat je met vrienden een heuvel af fietst na een feest en de zon komt op.”

De film gaat opnieuw over jonge mannen met gebroken ambities.

„Anders heeft geen zelfmedelijden, hooguit zelfhaat. Hij zegt: ik ben een verwend nest dat er een puinhoop van maakte. Waarom zou je medelijden met mij hebben? Voor drugstherapeuten zijn die types erg lastig. Ze kennen de taal van de psychoanalyse en poststructuralisme, zijn bereid op hun drijfveren in te gaan, maar je krijgt er geen grip op. Films met middenklassepersonages trekken mij meer dan sociaal-realistische films over slechte milieus. Dan is het niet moeilijk te determineren waar het fout ging. Anders genoot de zorgvuldigste, humaanste opvoeding denkbaar, en toch liep alles mis. Dat is veel onrustbarender.”

In de opening zie je hoe een kantoorgebouw in Oslo wordt opgeblazen. Dat associeer je nu meteen met Anders Breivik.

„Het ironische is: dat was niet duister bedoeld, integendeel. Het betrof zo’n kalme, weloverwogen sloop in Scandinavische stijl. Om 12 uur blazen we het op, het publiek stroomt toe, alles verloopt volgens plan, applaus. De symboliek is duidelijk als je de film ziet.

„Breivik is een vreselijk verlies van onschuld, zoals bij u Theo van Gogh. Ik vind het lastig over hem te praten. In het algemeen: we vangen het op met openheid en liefde, dat is goed. Maar waar blijft het verdriet, de woede? Kan een familie die een kind verloor dat alleen met begrip en liefde opvangen?”

Uw films bevatten een wrevelig soort acceptatie van de vrouwelijke, sociaal-democratische waarden van Noorwegen.

„Ik kom uit de punkscene. Dat voelde nooit als machoverzet, maar gewoon, als hip en energiek. Ik geloof wel dat er agressie in ons schuilt en dat we daar niet helemaal goed mee omgaan. We stoppen het weg.”

‘Oslo, August 31th’ is ook een ode aan de melancholie. Hij debuteerde in Cannes tegelijk met Melancholia van Lars von Trier.

„Hij is familie, maar ik ontmoette hem in Cannes voor het eerst. Ik vond Melancholia zijn beste film in jaren. Melancholie is de basis van alle kunst. Bederf, de geur van overrijp fruit. Scandinavische depressie en isolatie boeit me op zich niet zo, eerder eenzaamheid in een vol café. Elkaar net mislopen, vriendschappen die verdampen. Anders is een insider, hij kent het spel. Toch voelt hij zich altijd outsider.”

Dat klinkt als het oude cliché over ‘moderne onvermogen toch communicatie’.

„Dat is helemaal niet ouderwets! Ik bekeek deze week met mijn vriendin Antonioni’s L’eclisse, over prachtige, succesvolle mensen die volstrekt verloren zijn. Monica Vitti die peinst: ‘Ik zou willen dat ik veel meer van hem hield. Of helemaal niet.’ Dat knagende gevoel dat het nooit genoeg is: dat is vreselijk relevant.”