Wennen aan nieuwe normen

De voorwaarden voor schoolcijfers, zowel in de klas als bij het eindexamen, zijn glashelder. Een voldoende betekent: je weet genoeg. Onvoldoende wil zeggen: je weet te weinig. Niettemin is het idee van het compenseren van een lichtelijk onvoldoende cijfer met een dikke voldoende voor een ander vak tot op zekere hoogte navoelbaar. Maar eigenlijk slaat het nergens op. De leerling kan daardoor óf opsteken dat er wat te schipperen valt óf leren dat een onvoldoende een onvoldoende is, punt uit. Het tweede is hard maar wel zo reëel – in het ‘echte’ leven gaat het meestal precies zo toe. Wen er maar vast aan.

Op de scholen werd de waan van het compenseren echter de werkelijkheid. Vanaf hun eerste rapport leren scholieren kruidenieren. Velen zoeken standaard naar de rek in hun cijferlijst, ook om een moeilijk, ‘vervelend’ vak te kunnen laten versloffen. Zo werd de zesjescultuur geboren: waarom zou je je inspannen als het ook met minder kan?

Ja, waarom?

Het antwoord dat ouders en leerkrachten hadden moeten geven, is dat je niet voor die cijfers op school zit, maar voor je toekomst. Desondanks is voor velen die net voldoende zes de norm geworden.

Leerlingen die graag leren (en die zijn er altijd, alleen krijgen zij zelden de aandacht omdat ze geen problemen opleveren), worden afgeserveerd als studiebollen. Die studiebollen zijn te verstandig om terug te schelden met ‘luilak’.

Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) maakt zich zorgen over de zesjescultuur die onder de maat presterende leerlingen uit de wind houdt. Daarom scherpt ze de eindexameneisen aan. Vanaf dit jaar moeten eindexaminandi gemiddeld een voldoende halen voor alle vakken waarin ze centraal schriftelijk eindexamen doen. Vanaf 2013 mag daarenboven op de examens van vwo en havo nog maar één onvoldoende worden gescoord voor Nederlands, Engels of wiskunde.

Scholieren klagen nu massaal over de eindexamens. Dat is begrijpelijk, want ze zijn jarenlang gewend dat een moeilijke test of een mogelijk onvoldoende cijfer hun probleem niet was. Deze generatie leerlingen, gepokt en gemazeld in en gewend aan het compenseren, mag niet uitgroeien tot een gestresste lost generation.

Aparte aandacht verdienen de vmbo-leerlingen die via de compensatieregels wisten door te stromen naar een hoger schooltype en zich konden handhaven, hoewel het niveau zelden goed aansluit.

De zesjescultuur is een feit, die kan de minister niet hoppekee wegpoetsen met strengere regels en normen. Die verdwijnt pas als zij vanaf de brugklas consequent als werkhouding wordt afgewezen.