Voorwaar: de recessie wordt bijbels

Hoeveel verloren jaren hebben we inmiddels al achter de rug? Gisteren bleek dat de Nederlandse economie met 0,2 procent kromp ten opzichte van het vierde kwartaal van 2011. Het is het derde krimpkwartaal op rij. We zitten vol in de dubbele dip, na de recessie van de eerste helft van 2009.

Deze recessie is uniek. Het volume van het bruto binnenlands product is terug op het peil van het derde kwartaal van 2007. We zijn in bijna vijf jaar niets opgeschoten.

Stel dat de potentiële groei van de Nederlandse economie 2 procent per jaar bedraagt, een inschatting die niet zo lang vóór de kredietcrisis werd gedaan door het Centraal Planbureau. Dan zou – als dit een normale tijd was geweest – onze economie, en onze ‘welvaart’, zo’n 9 procent hoger zijn geweest dan nu het geval is.

Dat is de prijs van de kredietcrisis en de eurocrisis, gegarneerd met de gevolgen van onze eigen vastgoedbel. Die manifesteert zich nu niet langer alleen op de woningmarkt, maar ook in het commerciële vastgoed.

Daar hebben beleggers jarenlang de Baron von Münchhausen uitgehangen, totdat de opgeblazen waarde van al hun kantoren in de boeken met geen enkele resterende truc meer kon worden gerechtvaardigd.

Het inzakken van de investeringen in de bouw, en van de bouwproductie in het eerste kwartaal is volgens het CBS vooral te wijten aan bijzondere weers- en seizoensinvloeden. Maar daaronder gaapt het ravijn van de dubbele vastgoedcrisis. De inzakkende winst die bouwreus BAM rapporteerde is slechts een voorbode.

Hoe gaat het verder? De Europese Commissie raamde afgelopen vrijdag een krimp van 0,9 procent voor de Nederlandse economie in 2012, gevolgd door een licht herstel in 2013: een groei van 0,7 procent. Daar zijn de effecten van het Lente-akkoord, waar gisteren de laatste hand aan werd gelegd, niet in meegenomen.

Het Centraal Planbureau komt op 14 juni met een doorrekening van de effecten daarvan. Op basis van het nu achterhaalde Catshuisakkoord is er wel een voorlopige slag naar te slaan. De doorrekening daarvan leverde een negatief groei-effect op van een half procentpunt in 2013.

Dat was overigens opvallend bescheiden voor een bezuinigingsinspanning van die omvang, waarvan een groot deel bestond uit lastenverzwaringen. De consumptieve bestedingen in Nederland doen het al niet al te best, met een krimp op jaarbasis van 1,1 procent in het afgelopen kwartaal. Maar wie weet nemen Nederlanders al een voorschot op wat komen gaat. Het consumentenvertrouwen beweegt zich nog steeds rond een laagterecord.

Gecombineerd met de raming van de Europese Commissie levert die halve procentpunt minder groei een economische groei op van 0,2 procent in 2013. Of daar de crisis in het commerciële vastgoed al bij is ingecalculeerd, is de vraag. Veel economische modellen zijn daar namelijk niet zo sterk in.

Maar goed: een krimp van 0,9 procent dit jaar dus, en een ‘groei-tje’ van 0,2 procent in 2013. Wie dat loslaat op een model voor de kwartaalgroei kan niet anders dan concluderen dat de recessie nog wel even duurt.

Je komt namelijk vrijwel alleen uit op deze jaarcijfers door met ingang van het nu lopende tweede kwartaal vijf (!) achtereenvolgende kwartalen van nulgroei te veronderstellen, gevolgd door een ‘herstelletje’ van 0,3 procent in de laatste twee kwartalen van 2013. Een beter herstel volgend jaar, veronderstelt een diepere dip nu. Een beter herstel nu, dat theoretisch zo goed als onmogelijk is, vergt een derde dip in 2013.

Tegen die tijd in het bruto binnenlands product nog steeds even groot als in het derde kwartaal van 2007. Het aantal verloren jaren gaat dan richting de zeven. Het verlies ten opzichte van wat had kunnen zijn komt op zo’n 14 procent. We zijn dus ook een zevende minder welvarend dan anders het geval was geweest. We zitten in een recessie van bijbelse proporties.

Maarten Schinkel