Voetbalsprookje in Swansea: Sir Johnny meets Sir Bobby

John van Zweden ‘redde’ Swansea City in 2002. Nu is zijn club middenmoter in de Premier League. „Ik hoop dat dit sprookje nog lang duurt.”

John van Zweden (50), mede-eigenaar van Swansea City, leeft in een „sprookje”. Tien jaar geleden kocht de Haagse behangverkoper zich voor 50.000 pond in bij de club uit Zuid-Wales, toen nog uitkomend op het laagste profniveau. Samen met een paar vrienden redde hij Swansea City Association Football Club met zijn investering van de ondergang. De club in de marge van het Engelse profvoetbal zette de weg naar boven in, een opmars die een jaar geleden uitmondde in promotie naar de Premier League.

Ineens was de Haagse volksjongen te gast in de board rooms van Chelsea, Arsenal, Liverpool en Manchester United. Het eerste seizoensduel speelden The Swans bij Manchester City. „Vroeg ik om een biertje, hadden ze niet, alleen maar champagne. En op je bord allemaal van die priegelige hapjes om indruk te maken. Bij Swansea hadden we Welsh lamb.” Van Zweden, ook fervent ADO-aanhanger, beleefde een „schitterend jaar”, vertelt hij in zijn Haagse behang- en woningparadijs. „Ons bestuur is bij uitduels net een stel kleine kinderen in een snoepwinkel. Ik ben trots en hoop dat dit sprookje nog heel lang mag duren.”

Zondag speelde Swansea City de laatste (thuis-)wedstrijd waarin het Liverpool versloeg. De degradatiekandidaat eindigde als elfde en werd overladen met complimenten voor het goede en offensieve spel, van onder meer United-manager Alex Ferguson. Oranje-doelman Michel Vorm van Swansey kreeg ook lof.

Vindt u de prestaties verrassend?

„Ik heb gezegd dat we in het linkerrijtje zouden eindigen en dat is bijna gelukt. Ondanks een kleine begroting spelen we vol op de aanval. We zijn door iedereen geprezen voor ons aantrekkelijke spel, bij de BBC zeiden [oud-internationals] Gary Lineker en Alan Hansen blij te worden van Swansea. Bij elk uitduel zijn we hartelijk ontvangen, iedereen heeft sympathie voor ons. Swansea is een van de weinige clubs in de Premier League zonder schulden. Als [UEFA-baas] Michel Platini zijn plannen voor financial fair play doorzet, worden wij kampioen.”

Volgens u verziekt geld het voetbal.

„De bedragen in de Premier League gaan nergens meer over. Neem Nigel de Jong die na een verloren duel tegen ons niet voor de Nederlandse camera’s verscheen. Hij verdient 3,5 miljoen euro netto per jaar, maar vergeet voor wie hij het doet: de mensen in het stadion en voor de tv. Wij proberen dat nooit te vergeten, verhogen geen toegangsprijzen. Wij hebben de goedkoopste kaartjes.”

Maar Swansea koopt straks wel spelers van ADO, uw andere grote liefde.

„Ik haal nooit ADO-spelers weg als die club er slechter van wordt. Het liefst helemaal niemand, maar als andere clubs zich melden doen wij mee. De kans is groot dat Christian Kum en Jens Toornstra komen, al blijf ik buiten de onderhandelingen. Het is net als met onze spelers die zich sportief en financieel kunnen verbeteren: die houd je niet tegen.”

Wat is u het meest bijgebleven van uw eerste seizoen in de Premier League?

„De ontmoetingen met mensen als [voormalig United-ster] Bobby Charlton en [Arsenal-trainer] Arsène Wenger! Ik ben van jongs af aan fan van het Engelse voetbal en dit zijn grootheden, idolen. Charlton is een van de beste Engelse spelers ooit en overleefde een vliegtuigongeluk [in 1958 met de United-selectie]: een levende legende. Die kom ik nu tegen in de bestuurskamer. Ik durfde geen handtekening te vragen, maar toen een ander bestuurslid van ons dat deed heb ik het ook maar gedaan. En ik ben met hem op de foto gegaan. Daar heb ik een schilderij van laten maken: Sir Bobby en Sir Johnny.”