Vijf zonen

Je mag het in Nederland niet hardop zeggen, wat niet wegneemt dat ik het toch dacht, en u ook:

Mona Keijzer heeft vijf zonen. Ze is kalm, knap, een hardloper. Ze imponeert als kandidaat-lijsttrekker voor het CDA. En ze heeft geen huisman, want die heeft als uroloog genoeg te doen.

Dus hoe doet ze dat?

Noot voor Andries Knevel en Thijs van den Brink: dit is niet hetzelfde als haar op televisie vragen:

„Wat hebt u gekregen voor moederdag?”

„Komt het als een verassing dat het eigenlijk best goed gaat?”

„Zijn uw kinderen blij met uw kandidatuur?”

Ik maakte dus een afspraak met haar in Volendam. Mona Keijzer sprak daar een handvol CDA-leden toe – in het voetbalstadion. CDA-wethouder Gina Kroon-Sombroek vertelde alvast hoe zij samen met Mona opgroeide op het Volendamse Vissersvenplein, „maar we waren niet de hele tijd vriendinnen”, wat mogelijk samenhing met Mona’s talent „enorm te focussen”.

En daar was ze al, met een opgetrokken wenkbrauw. Gina Kroon-Sombroek bloosde nu, wees op mij en zei schuldbewust: „Ze vróeg ineens van alles.”

Ik vroeg of Mona Keijzer me zou willen uitleggen hoe ze het doet.

„Nee.”

André Rouvoet, ook vijf kinderen, vragen ze zoiets nooit, zei ze.

Ja. Maar gek genoeg ontwijken Nederlandse politici vragen over kinderen altijd, alsof kinderen voor wie flink wil overkomen een handicap zouden zijn. Terwijl bijvoorbeeld Amerikaanse politici hun ouderschap juist als wapen inzetten. Zie Sarah Palin, die zichzelf ‘Mama Grizzly’ doopte: een sterke vrouw met de hardheid van een roofdier. Of hoe Mitt Romney zijn vijf mini-me’s meetroont. En neem Michelle Obama, die pas echt gezaghebbend werd toen ze ophield over haar Harvard-diploma en zichzelf als ‘Mom in Chief’ profileerde.

Mona Keijzer keek alsof zij het in Keulen hoorde donderen.

„Maar wat zou ik er dan over moeten zéggen?”, vroeg ze. Haar kinderen zijn 8, 10, 13, 16 en 17. „Wie uit een groot gezin komt, weet hoe je zoiets met elkaar oplost. Dat is een kwestie van doorademen en niet overal een probleem van maken.”

Nogal overtuigend begon ze toen weer gewoon over het CDA. Wat me voor haar innam, want het Amerikaanse ‘moederisme’ is natuurlijk vooral een populistische truc. Een truc die wérkt, maar je moet ervan houden.

Later die dag ging mijn telefoon: Mona Keijzer weer. ,,Misschien lijkt het te veel alsof bij mij thuis altijd alles op rozen loopt”, zei ze enigszins bezorgd. „Maar dat is niet zo.”

„Brand los”, zei ik.

„Nou”, zei Mona Keijzer, „ze eten dus soms hun bord niet leeg.”

Nu leek ze diep na te denken.

„Of dat je een oppas hebt die wel eens afzegt.”

Toen zweeg ze weer.

Mona Keijzer had haar best gedaan. Maar iets ingewikkelders, dat kon ze er echt niet van maken.