Sybrand van Haersma Buma overtuigt

Bijna de helft van de debatbezoekers – de harde kern van het CDA – geeft zijn stem aan Sybrand van Haersma Buma. Hij heeft humor en is integer, zeggen zijn aanhangers. Maar ze hebben ook heel andere redenen om hem te steunen. Hij is een Fries, hij zou „een goede tussenpaus” zijn, hij heeft een rijke woordkeuze, hij is schaatser.

Over zijn rol in het mislukte PVV-avontuur zijn de meningen, ook onder de leden die hem steunen, verdeeld. „Jammer van de PVV”, wordt gezegd. Maar ook: „Hij heeft weerstand geboden aan de PVV.”

Van Haersma Buma laat tijdens de debatten zelf weten dat hij er niet meer bij stil wil staan. Zelf begint hij er niet over. Sterker: hij benadrukt telkens weer hoe betrokken hij was bij het Strategisch Beraad, de commissie die de nieuwe partijlijn bepaalde. Daarvan was hij adviseur en hij schoof op zaterdagochtenden aan als zij samenkwamen in een zaaltje in Utrecht.

Als enige heeft hij een slotspeech voorbereid bij het eerste debat om de steun van de leden te vragen. Hij gebruikt schaatsen metaforisch: het lijkt, net als de politiek, een solosport te zijn. Maar, zegt Van Haersma Buma, op kop moet je soms wisselen om de wind op te vangen. Daarna bedenken de andere kandidaten ook zo’n slotwoord.

Overige partijen noemt hij niet, ook niet als hij het met vier andere partijen gesloten Lenteakkoord aanhaalt. En die enkele keer dat hij het Catshuis noemt, waar hij zeven weken probeerde met de VVD en de PVV tot miljardeningrepen te komen, heeft hij het alleen over zijn „boosheid” over de opstelling van de PVV.