Stad en staat op laatste Festival aan de Werf

Festival aan de Werf moet dit jaar waardig afscheid nemen, vindt artistiek directeur Rainer Hoffmann. Volgend jaar fuseert het festival.

Onder het thema This is where we live brengt Festival aan de Werf vanaf morgen zo’n dertig voorstellingen op twintig verschillende locaties in Utrecht. Hoffmann: „Het thema behelst enerzijds de concrete ruimte die je aantreft als je je huis uit gaat: de stad. En anderzijds het grote sociale en politieke framework van die ruimte: de staat.”

Deze twee kanten van het thema worden zichtbaar in twee grootschalige projecten die tijdens het festival te zien zijn. De stad staat centraal in Parallel cities van Lola Arias en Stefan Kaegi: zeven performances waarin op zeven verschillende locaties het leven van mensen die daar wonen of werken wordt getoond. De staat vormt het middelpunt in Dat Staat van Floris van Delft. In zes voorstellingen ontwikkelt hij met publiek, acteurs en experts een nieuwe staat in het plantsoen voor de Stadsschouwburg Utrecht. „Aangezien locatietheater altijd een belangrijke speerpunt was in de geschiedenis van het festival, is deze 27ste editie met zo veel locatievoorstellingen een waardig afscheid”, meent Hoffmann.

Vanaf 2013 zal het festival, dat dan met Springdance is gefuseerd, een grootschalig project als Dat Staat niet meer zelf kunnen produceren. Hoffmann: „De fusie met Springdance is artistiek logisch, want we varen al enkele jaren eenzelfde artistieke koers van cross-overs in dans en theater. Maar de fusie is ook noodzakelijk. Het is in deze tijden moeilijk om alleen te overleven en dat betekent dat er iets verloren gaat: onze producerende functie.”

Festival aan de Werf was verbonden aan productiehuis Huis aan de Werf. Veel jonge theatermakers die wilden experimenteren met meerdere disciplines, konden terecht in het Huis en gingen tijdens het festival in première. Dries Verhoeven, dit jaar voor de achtste keer te zien op het festival – met de voorstelling Donkere Kamer, heeft zich via deze weg ontwikkeld tot een vooraanstaand maker van ervaringstheater en theatrale installaties. Verhoeven: „De constructie van Huis en Festival aan de Werf verenigde onderzoek en experiment met een groot publieksbereik. Toen ik als scenograaf besloot om te gaan maken en dat niet vanuit de geijkte theaterconventies wilde doen, werd ik hier serieus genomen en voor de leeuwen gegooid.”

Met de fusie is de verbinding met het productiehuis gesneuveld. Hoffmann: „Vooral de heel jonge makers zonder eigen gezelschap gaan dit voelen. Dit jaar staan er op het festival vijf eigen producties en vier coproducties. Dat kan volgend jaar niet meer en het is de vraag of deze jonge mensen hun producties elders gefinancierd krijgen.”

Het toekomstige festival zal nog slechts twee of drie coproducties kunnen realiseren. Vanwege de toegezegde Europese subsidies zullen dit internationale coproducties worden. Sowieso zal het festival expliciet een internationaal karakter krijgen, slechts een kwart van de programmering wordt Nederlands.

Verder dit jaar op Festival aan de Werf: Please continue, [Hamlet] van Yan Duyvendak en Roger Bernat, waarin echte rechters, advocaten, forensisch experts en psychiaters optreden in de rechtszaak tegen Hamlet die Polonius heeft gedood. En Dinner with dad , waarin Lucas De Man met het publiek de verhouding van vaders en zonen onderzoekt.

Festival aan de Werf. Utrecht, 17 t/m 26 mei. Inl.: festivalaandewerf.nl.