Politieke impasse bedreigt Griekse banken

De politieke impasse in Griekenland frustreert ook

de pogingen om Griekse banken te stabiliseren. Met alle risico’s van dien.

Als de Europese Centrale Bank (ECB) de liquiditeitsvoorziening aan Griekse banken stopzet, zijn de dagen van Griekenland in de eurozone geteld. Griekse banken zijn afhankelijk van goedkope kredieten uit Frankfurt.

Velen schrokken dus van het bericht, vanmorgen in Het Financieele Dagblad, dat de ECB de zogenoemde Emergency Liquidity Assistence aan Griekse banken nagenoeg halveert. Als Griekse banken onderuit gaan, heeft het land geen zuurstof mee. Dan is de Griekse exit uit de eurozone geen politieke keuze meer die regeringsleiders van eurolanden moeten maken, maar een voldongen feit.

Een woordvoerder van de ECB wil het bericht bevestigen noch ontkennen. De ECB geeft nooit informatie over de kredieten aan Europese banken. Maar bronnen verzekeren dat de ECB zich niet terugtrekt uit Griekenland. Ze kiest alleen een andere route: Griekse banken kunnen voor dezelfde kredieten bij de Griekse centrale bank terecht, met toestemming van de ECB. De ECB zou een probleem hebben met Griekse banken, omdat die een te zwakke kapitaalbasis hebben. Herkapitalisatie door het noodfonds EFSF is al in Athene, maar kan door de verlamming van het Griekse overheidsapparaat niet worden doorgestort.

Dat het hier gaat om een technische kettingreactie (weliswaar met politieke oorzaak) en niet om een principebesluit over een Griekse exit, strookt met de afspraak die ECB-president Mario Draghi maandag heeft gemaakt tijdens een lunch met EU-president Herman Van Rompuy, eurogroepvoorzitter Jean-Claude Juncker en Commissievoorzitter José Manuel Barroso: dat Griekenland voorlopig in de euro blijft en dat zij de uitslag van de Griekse verkiezingen (op 17 juni) afwachten voor ze beslissen hoe het verder moet. ’s Avonds schaarden de euroministers van Financiën zich daarachter. Juncker droeg die boodschap voor de tv-camera’s uit.

Griekse banken zijn hard getroffen door de haircuts voor Griekse obligatiehouders, dit voorjaar: om de schulden van Griekenland te verminderen moesten zij, net als buitenlandse banken en fondsen, 75 procent van de waarde van die obligaties afschrijven. Ze worden daarvoor gecompenseerd door eurolanden. In het tweede leningenpakket voor Griekenland is daarvoor eerst 25 miljard en later nog eens 23 miljard aan herkapitalisatie voorzien.

Het noodfonds EFSF heeft die 25 miljard half april overgemaakt. Dit staat op een rekening van het ‘Hellenic Financial Stability Fund’, dat het moet doorsluizen naar de banken. Maar eerst moet de Griekse overheid onderhandelen over een tegenprestatie van de banken.

Het betreft equity, eigen vermogen zoals aandelen met of zonder stemrecht. Deze onderhandelingen zijn gestopt, nu er geen Griekse regering is. Die verlamming van het staatsapparaat manifesteert zich overal: een ander fonds maakte vandaag bekend dat de privatiseringen die met de trojka waren afgesproken, zijn bevroren.

De ECB krijgt intussen zulke verzwakte banken aan het kredietenloket, dat ze volgens de huisregels moet zeggen: sorry. Als er geen ander loket zou zijn waar Griekse banken terecht konden, was dit einde verhaal. Maar er ís een ander loket dat hetzelfde type krediet verleent: de Griekse centrale bank – ook aangesloten op het eurosysteem.

Als de herkapitalisatie erdoor is, kan het ECB-loket weer open. Tot die tijd blijft het hopen dat de Griekse verlamming de centrale bank niet bereikt.