Niet onberekenbaar of gevaarlijk, wel grappig

The Dictator. Regie: Larry Charles. Met: Sacha Baron Cohen, Anna Faris, Ben Kingsley, Jason Mantzoukas. In: 89 bioscopen.

Een film van Sacha Baron Cohen is nooit zomaar een film. Dat is een mix tussen de door hem uitgevonden guerrillasatire en een mediaspektakel dat de grenzen slecht tussen nep en echt, tussen feit en fictie. Sacha Baron Cohen: dat is Ali G, de politiek-incorrecte rapper/interviewer waarmee hij doorbrak. Dat is Borat, de namaak-journalist uit Kazachstan die Amerikaanse dommeriken op hun plek zette. En dat is Brüno, de Oostenrijkse modeontwerper die de Amerikaanse (seksuele) hypocrisie aan de kaak wilde stellen.

Tegenwoordig is Sacha Baron Cohen beroemder dan zijn typetjes. En dat is er vast de reden voor dat hij met The Dictator een andere weg is ingeslagen. Niet langer komt hij als een van zijn fictieve personages de levens van echte mensen door elkaar schudden. Niet langer zaait hij verwarring met zijn sublieme vorm van reality-speelfilm.

The Dictator is een echte speelfilm waarin Baron Cohen de overduidelijk fictieve dictator Aladeen van het verzonnen Afrikaanse oliestaatje Wadiya speelt. Ook alle andere mensen om hem heen zijn door een team van scenarioschrijvers bedacht. Maar als vanouds wist Baron Cohen de nodige rumoer rondom zijn film te creëren. Onder andere door ‘in character’ de rode loper bij de Oscaruitreiking te betreden, wat als ongepast geldt. En daar zogenaamd per ongeluk de as van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-il over een televisiereporter uit te strooien.

President-premier-admiraal-generaal Aladeen is meer een filmdictator dan een van die politieke brekebenen die het echte wereldtoneel onveilig maken. Hij is het extract van Kim Jong-il, Saddam en Gadaffi: een megalomane, narcistische, oversekst glimlachende schurk die uit is op wereldheerschappij en het liefste met kernwapens speelt. Onder een enorme baard verstopt Baron Cohen ook nog handig wat snufjes en foefjes die hij van Charlie Chaplins The Great Dictator (1940) en Peter Sellers’ Dr. Strangelove (1964) afkeek, en die bij de gemiddelde mediaverslinder diep in het collectieve beeldgeheugen zijn geworteld. Aladeen is daardoor vooral grappig, nooit echt gevaarlijk of onberekenbaar. Dat is de makke van de film.

The Dictator komt dus niet binnen met die brutale zevenmijlslaarzen waarmee Baron Cohen in zijn eerdere films de draak stak met vrouwen, homo’s, Amerikanen, Arabieren, Joden, links, rechts, slinks, slechts en de duvel en z’n oude moer. The Dictator bekijk je met de mildheid van een oude bekende. Hij is een supermix van alle politieke potentaten die er in film of in het echt ooit hebben bestaan. Als Aladeen naar New York gaat om de Verenigde Naties toe te spreken, raakt hij zowaar verwikkeld in een echte speelfilmplot. Zijn baard wordt afgeschoren, zijn dubbelganger neemt de macht over en de enige die hem kan helpen is de feministische, veganistische activiste Zoey. Op die momenten heeft de film meer van een romantische komedie dan van de scherpe politieke satire die hij beloofde te worden.

Natuurlijk. Niemand is echt veilig voor de venijnige tong, de pijlsnelle associaties en de kameleontische imitaties van Baron Cohen. Je kunt in deze milde variant op zijn controversiële humor zelfs beter zien hoe goed hij is dan als hij maar door dendert. Al levert dat laatste natuurlijk wel de betere lachkrampen op. Zoals in de scène waarin Baron Cohen met kernfysicus Nadal een helikoptertochtje boven New York maakt en ze met een Midden Oostenachtig brabbeltaaltje, gekruid met de nodige ‘9/11’s’ (ze hebben het over het Porsche model 911) en ‘Empire State Buildings’ twee toeristen de stuipen op het lijf jagen, ook al omdat ze ook nog een rugkorset onthullen dat veel op een bomgordel lijkt. Ouderwets briljant is ook het moment waarop Aladeen zelfmoord wil plegen op Brooklyn Bridge en Nadal hem vraagt waarom hij eigenlijk Jiddisch praat; het is geestig en ontroerend tegelijk zoals alleen een echte witz dat kan zijn. ‘Sidekick’ Nadal (Jason Mantzoekas) steelt sowieso vaak de show. Voor de goede verstaander zit er veel commentaar in de film over de manier waarop de wereldpolitiek is verworden tot klucht. Maar dat hoor je alleen als je niet om alle grappen wilt lachen. Wat dat betreft is Sacha Baron Cohen, zoals alle komieken die iets willen vertellen, slachtoffer van zijn eigen kolder: op het moment dat je echt iets te melden hebt, word je vaak niet gehoord. Baron Cohen lijkt ook voor zijn eigen ernst terug te schrikken. Aladeens laatste speech weet weer ouderwets pro- en anti-Amerikanen in de gordijnen te jagen met woorden die uiteindelijk alleen maar een liefdesverklaring blijken te zijn. Of wacht eens. Was dat niet toch nog een addertje onder het gras? Gelukkig heeft Baron Cohen zichzelf nog niet helemaal getemd.