Marcel Wintels praat veel over jongeren

Ieder debat stelt Marcel Wintels zich voor. Oud-ondernemer, zo gaat hij het rijtje af, 48 jaar, gezin met vier kinderen, onderwijsbestuurder.

Hij was de grote onbekende. De enige kandidaat van buiten. Daarom ook heeft hij geen politieke anekdotes om op terug te vallen als hem iets gevraagd wordt. Hoe moet het CDA weer groot worden? „Bij scholengemeenschap Amarantis, waar ik interim-bestuursvoorzitter ben, was vervreemding een groot probleem. Dat is ook zo bij het CDA. We moeten het vertrouwen van de gewone burger terug zien te krijgen.” Hoe zorgen we voor een kleinere overheid? „Bij Amarantis hebben we iets unieks gedaan, we hebben schaalverkleining toegepast.”

Wintels, lang van stuk, kan zich soms maar moeilijk een houding geven achter de kleine tafeltjes die bij ieder debat worden opgesteld. Hij mist de vanzelfsprekendheid waarmee de andere kandidaten hun plek in een ruimte opeisen. Gisteren, tijdens het debat in Leeuwarden, moest hij om Liesbeth Spies heen, ze liet hem er niet tussen.

Hij praat het minst van de kandidaten, maar als Wintels eenmaal aan het woord is, groeit zijn zelfvertrouwen. Langzaamaan gaat hij steeds harder praten, bijna bozig. Met veel armgebaren vertelt hij over „zeer belangrijke” en „ongelofelijk belangrijke” onderwerpen. Zoals Brussel, daar moeten we niet te negatief over doen, vindt Wintels. Of regels vanuit Den Haag, die zijn er te veel. De voorbeelden komen veelal uit het onderwijs. En het meest van allemaal praat Wintels over jongeren. Hij heeft dan ook een relatief jonge kiezersgroep: gemiddeld 42 jaar.