Madeleine van Toorenburg is praktisch

„Het CDA heeft goud in handen”, vindt Madeleine van Toorenburg. Het is haar mantra. Het staat ook op de folders die bij ieder debat in ruime hoeveelheden in de zaal worden verspreid.

Kamerlid Van Toorenburg is een vrouw van de praktijk en positioneert zich als voorvechter van meer veiligheid. Elk debat haalt ze haar vroegere werk aan, ze was directeur van een jeugdgevangenis.

En ze weet ook hoe Den Haag werkt, zoals ze graag duidelijk maakt. Ze vertelt over de Kamercommissie Veiligheid en Justitie, waar ze deel van uitmaakt. Ze ondervraagt Marcel Wintels, die hier geen ervaring mee heeft, naar zijn visie op veiligheid. Als hij een verhaal afsteekt over een veilig gevoel in de wijken, zegt ze dat hij „nu eens concreet” moet worden. Ze vertelt over doorgeschoten regelgeving uit Brussel die ze als Kamerlid „soms wekelijks” onder ogen krijgt. Zelf wordt ze niet concreet.

Het is haar favoriete onderwerp, de Brusselse regelgeving en bemoeizucht. Als de andere lijstrekkers zich positief uitlaten over Europa, zegt zij dat er niet geregeerd moet worden „over de hoofden van de mensen heen, Geert Wilders kan toch niet de enige zijn die realistisch-kritisch praat over Europa?” CDA-leden die Van Toorenburg steunen, noemen haar euroscepsis vaak als belangrijkste reden.

Een echte CDA-vrouw is ook een gezinsvrouw. Elke keer als Van Toorenburg over het Lenteakkoord praat, vertelt ze over de kritiek erop in de ochtendkranten. „Ik ontbeet die ochtend met mijn twee dochters, want dit akkoord ligt er ook voor hen.”