Kapitalisten maken het verschil, zie Facebook

Kijk naar Facebook en je ziet het verschil tussen ondernemen in Europa en de Verenigde Staten. Dat is meer dan de grenzeloze interne Amerikaanse markt. Het zit ’m ook in ongrijpbare kenmerken: durf, geld en de wisselwerking met een personen- en bedrijvennetwerk dat zelf weer durf en geld oplevert. Enzovoort.

Silicon Valley is het middelpunt van een nationale markt én financieel-technologische springplank naar de doorbraak op wereldschaal. Zoals een Europese ‘koppelaar’ van technologiebedrijven en investeerders deze week in Het Financieele Dagblad zei: je kan in de VS uitgroeien tot een mondiaal merk zonder het land ooit te verlaten.

Het Amerikaans-Europese verschil zit ’m in de kapitalisten. Amerikaanse bedrijven hebben niet, zoals de meeste Nederlandse, een scheiding tussen de dagelijkse leiding en het toezicht daarop. Tussen een aparte raad van bestuur en de raad van commissarissen. Bij Facebook zitten de directieleden onder leiding van oprichter Mark Zuckerberg en de commissarissen samen in één raad, de board of directors.

De zes mensen die je als commissaris (naar Nederlands begrip) kunt aanmerken zijn allemaal mannen. Allemaal (genaturaliseerde) Amerikanen. En hebben een tamelijk identieke achtergrond.

Hoezo diversiteit?

Drie zijn kapitaalverschaffers aan starters en rappe groeiers, met name technologiebedrijven. Het echte venture capital. Eén doet het al 25 jaar. Hoge risico’s, hoge verlieskansen, soms uitzonderlijke opbrengsten. Zij hebben zelf of met hun venture firma’s kapitaal gestoken in Facebook. Commissaris vier is een technologie-ondernemer, onder meer commissaris bij Microsoft. Nummer vijf heeft een achtergrond bij een zakenbank. Nummer zes komt uit een ‘traditioneel’ mediabedrijf: The Washington Post.

In Europa zou je met commissarissen uit vijf of zes landen aan tafel zitten. Verschillende talen. Verschillende culturen. Verschillende opvattingen over ondernemerschap, succes en falen.

Wat zeggen de aandeelhouders die nu verkopen, terwijl talloze beleggers juist willen kópen, al is het maar om de gehoopte koerssprong bij de beursopening. De verkopers zijn een bonte stoet. Van mondiale internet-investeerders, zoals DST Global en Mail.ru, tot financiers, als Elevation Partners, de firma die geld van onder meer Bono (U2) en John de Mol investeert. Zoals iemand de voorbije dagen schreef: Bono verdient meer met Facebook dan muziek.

Andere verkopers zijn Microsoft, The Founders Fund van entrepreneur Peter Thiel (44, oprichter PayPal) en Mark Pincus (46, oprichter van spelbedrijf Zynga, een Facebook-hit). Ze hebben in de beste traditie van de Silicon Valley coterie geïnvesteerd in elkaars bedrijven en pakken de winst. De sensationele kapitaalaccumulatie die uit de beursgang voortvloeit, financiert huizen, jachten, auto’s en politieke campagnes (Thiel stak miljoenen in de campagne van de libertaire republikein Ron Paul), maar ook een nieuwe serie Silicon Valley starters.

En Zuckerberg? Hij verkoopt 30,2 miljoen aandelen om een belastingaanslag te betalen. Maar door afspraken met een serie bestaande investeerders behoudt hij na de beursgang de absolute zeggenschap, met 58,8 procent van de stemmen. Hij houdt als ouderwetse pater familias het eigendom én de leiding van Facebook in één hand. Zuckerberg (27) ‘zondigt’ daarmee tegen een oud credo: liever een klein deel van een grote tent, dan een groot deel van een kleine tent. Zijn zonde is de nieuwe wijsheid: neem allebei. Een groot deel van een grote tent.

Menno Tamminga