Iedereen is over, behalve minister Spies

Op ‘woensdag gehaktdag’ kan iedereen zien wat er van de plannen en begrotingen in Den Haag is terechtgekomen. Maar of het beleid ook succesvol was, wordt minder duidelijk, concludeert de Rekenkamer. Complimenten zijn er ook. „De minister heeft dit goed opgepakt.”

Een wandelaar langs de dijk aan de Wadden op het eiland Vlieland. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Vlieland, 20 oktober 2009

Als het indexcijfer van een bedreigde diersoort is gestegen, lopen er dan meer of minder rond op Nederlandse bodem? Dat vroeg de Rekenkamer zich af bij het lezen van het jaarverslag van het ministerie dat verantwoordelijk is voor het natuurbeleid. Een antwoord bleek het jaarverslag over 2011 niet te geven.

Zomaar een illustratie van de worsteling die lezers van jaarverslagen van de overheid jaarlijks doormaken. De vragen die de Algemene Rekenkamer stelt, lijken eenvoudig: wat heeft het beleid gekost en wat krijgt de burger voor dat belastinggeld terug? Krijgt hij waar voor zijn geld?

De jaarverslagen die het Rijk vandaag op ‘Verantwoordingsdag’ – de derde woensdag in mei – publiceert, moeten antwoord op die vragen geven. Het is het inhoudelijke equivalent van Prinsjesdag. Op de derde dag van september presenteert het kabinet zijn plannen en begrotingen, op ‘woensdag, gehaktdag’ kan de buitenwacht zien wat er allemaal van terecht is gekomen.

De Algemene Rekenkamer, de belangrijkste controleur van ’s Rijks financiën, heeft de taak deze vloedgolf aan rapportages van de overheid op waarde te schatten.

De 237 miljard euro die het Rijk vorig jaar uitgaf, waren in belangrijke mate rechtmatig. Dat is het goede nieuws van de Rekenkamer. Maar de jaarverslagen die demissionair minister De Jager (Financiën, CDA) vanmiddag publiceert, bieden „nog weinig inzicht” of het beleid succesvol is en het geld dus effectief is besteed, zo maakte de Rekenkamer bekend.

Bij maar liefst 40 procent van de doelstellingen is onduidelijk wat de ministers hebben bereikt. „Juist in deze tijd van bezuinigingen is het nodig dat overheden en met name de burgers weten waar ze aan toe zijn”, zei president Saskia Stuiveling vanochtend in een toelichting.

Toch houdt de nationale controleur zijn klaagzang beperkt. In het eerste, en laatste, volle jaar van het kabinet-Rutte, zijn tal van ministeries herschikt en heeft veel beleid in het teken gestaan van bezuinigen. „Wij zijn in grote lijnen tevreden”, aldus Stuiveling. Zo is het aantal geconstateerde onvolkomenheden in de bedrijfsvoering vorig jaar slechts licht gestegen, van 56 naar 61. Het aantal ernstige onvolkomenheden daalde van zes naar één. „Dat is een compliment waard als je ziet hoe departementen zijn gereorganiseerd en gebundeld.”

Maar de controleur heeft ook een „ernstige onvolkomenheid” gevonden – de grofste belediging die de Rekenkamer in huis heeft, zo grapte collegelid Gerrit de Jong. Het ministerie van Binnenlandse Zaken krijgt het op de jaarlijkse gehaktdag hard te verduren. Er bestaat volgens de Rekenkamer grote onduidelijkheid over 1,4 miljard euro die het afgelopen jaar via het ministerie aan lagere overheden heeft uitgekeerd.

„Het gaat om maar liefst 10 procent van de specifieke uitkeringen die gemeenten krijgen”, zegt Stuiveling. Verdenking van fraude of opzet is er niet. Het is meer een technische kwestie, waarbij accountants van verschillende overheden hun eigen methodiek hebben. „En de regiefunctie van Binnenlandse Zaken komt daarbij onvoldoende uit de verf”, zegt Stuiveling met haar gevoel voor understatement.

De meningverschillen met minister Schultz (Infrastructuur en Milieu) over Prorail lijken te zijn bijgelegd. Afgelopen najaar constateerde de Rekenkamer dat de minister geen grip had op het spoorbedrijf. Zo zou een deel van het budget – ruim 1 miljard euro – helemaal niet aan het onderhoud van spoor zijn uitgegeven. Een openlijke discussie volgde, waarbij Schultz onder meer beweerde dat de Rekenkamer zich had verrekend. „U zorgt maar dat het lek boven komt” had de Rekenkamer gezegd.

Inmiddels is het miljard boven water. De ene helft bleek voor latere jaren te zijn gereserveerd, voor de andere helft was er minder besteed dan verwacht. Ook dit geld wordt de komende jaren in het spoor gestoken. Collegelid Gerrit de Jong gaf vanochtend de credits aan Schultz. „De minister heeft dit goed opgepakt”.

Het ministerie van Defensie heeft traditioneel veel fouten in zijn verantwoording. Het departement maakt zich schuldig aan maar liefst zeventien ‘onvolkomenheden’, maar dat zijn er vijf minder dan vorig jaar. „Een spectaculaire verbetering”, noemt de president van de Rekenkamer dat. Zo zijn de problemen bij het voorraadbeheer en de financiële administratie minder groot. Maar er is ook weer een probleem bijgekomen. De MIVD loopt „verschrikkelijk” (Stuiveling) achter bij het screenen van mensen op vertrouwelijke functies op het departement. Die hebben toegang tot gevoelige informatie, zelfs staatsgeheimen. Het Ministerie van Defensie is echt al jaren een zorgenkind, zegt Stuiveling. „Dat vinden ze overigens zelf ook.”