Hij wilde niet eens winnen

Mitt Romney is zijn laatste concurrent als Republikeinse presidentskandidaat kwijt. Het ging Ron Paul (76) nooit om de verkiezing, maar om het verspreiden van zijn libertaire ideeën.

Correspondent Verenigde Staten

Washington. Niets staat meer tussen Mitt Romney en de Republikeinse presidentskandidatuur in. Deze week blies de laatste uitdager, de 76-jarige Ron Paul, zijn campagne af. Doorgaan met campagnevoeren zou Paul „tientallen miljoenen dollars” kosten, schreef hij in een e-mail aan zijn aanhangers, en dat geld heeft hij niet. Formeel blijft Paul nog wel op het stemformulier staan – een vaker gebruikte truc om nog campagnedonaties te kunnen binnenhalen.

In het geval van Paul zit er ook iets anders achter: nooit was het hem er om te doen presidentskandidaat te worden. Paul wil met gedelegeerden invloed verwerven op de Republikeinse Conventie, eind augustus, en daarmee op de partijkoers. Paul, schreef hij zelf, kijkt niet op een verkiezing meer of minder. Hij is bezig met een missie van veertig jaar. Die missie is ook nu niet ten einde.

Op geen enkel moment was de voormalige gynaecoloog Ron Paul (76) een serieuze bedreiging voor Mitt Romney. In geen enkele Republikeinse voorverkiezing won Paul de meeste stemmen. Wel won hij door ingewikkelde ‘getrapte’ verkiezingen de meeste gedelegeerden in twee staten, Maine en Minnesota. Waar de Republikeinse kandidaten probeerden elkaar in conservatisme te overtreffen, trok Paul altijd zijn eigen lijn. Hij pleit voor maximale vrijheid van het individu en verzet zich tegen elke inmenging in die vrijheid door de overheid. Het grootste meningsverschil tussen hem en het dominante Republikeinse denken is zijn idee dat de Verenigde Staten niets te zoeken hebben in de rest van de wereld. Hij is fel tegen de oorlog in Afghanistan en wil een einde aan de financiële steun aan Israël. Amerika moet zich volgens Paul niet als mondiale supermacht gedragen. In de jaren tachtig was het buitenlands beleid van president Reagan voor Paul, jarenlang lid van het Huis van Afgevaardigden, een reden om te breken met de partij. Maar hij keerde terug en deed in 1988 en 2008, net als nu, een vergeefse gooi naar de presidentskandidatuur. Hij gebruikte televisiedebatten om te pleiten tegen het fouilleren op vliegvelden, tegen economische interventies van de Amerikaanse centrale bank en tegen de Patriot Act, die burgervrijheden beperkt om terrorisme te bestrijden.

Zo uitzonderlijk als zijn ideeën in de partij waren, zo uniek was ook zijn campagne. Paul mobiliseerde een jonge, gedreven aanhang, die via Facebook en Twitter voor hem opkwam. Bij open voorrondes, zoals in Iowa, liet hij partijloze Paul-fans uit omringende staten meedoen. Wat veel van hen bond, was een sterk gevoel buitenstaander te zijn. Media, ook deze krant, kregen het verwijt Paul bewust te negeren. Via internet werden voorbeelden van anti-Paul-berichtgeving door duizenden gedeeld. De bejaarde Paul werd online een meme, een veel verspreid cultureel fenomeen, met grote aantrekkingskracht op jongeren. In die zin lijkt zijn campagne op die van Barack Obama in 2008. Ook Obama wist jonge, niet-partijgebonden kiezers aan zich te binden via nieuwe media.

Tijdens de eerste maanden van 2009 leek hij een voorman te worden van de Tea Party, een activistische vleugel in de partij. Maar zijn libertaire ideeën bleken te ongrijpbaar. Toch zullen die blijvend gehoord worden in de Republikeinse partij. Paul is te oud om nog lang zelf actief te blijven, maar heeft de opvolging geregeld via zijn zoon Rand Paul. Deze senator uit Kentucky voerde de afgelopen maanden steevast het woord op conservatieve zenders als Fox News. Hij is ook libertair, maar geen outsider als zijn vader. Rand Paul, die behoort tot de rechtervleugel van zijn partij, viel de afgelopen dagen Obama hard aan op diens opmerkingen over het homohuwelijk. „Nichteriger krijg je ze niet”, zei hij. Rand Paul kan nog jarenlang het gedachtegoed van zijn vader vertegenwoordigen en vermoedelijk meer aanhang verwerven in de partij.