Financiële meevaller van 1,5 miljard euro voor kabinet

Door een historisch lage rente is het kabinet 1,5 miljard euro minder aan rentelasten kwijt dan verwacht. Foto Hollandse Hoogte / Luuk van der Lee

Het kabinet is 1,5 miljard euro minder kwijt aan rentelasten dan verwacht. Dit is een direct gevolg van de historisch lage rente waartegen de Nederlandse overheid op de kapitaalmarkt kan lenen. Dat blijkt uit het financieel jaarverslag dat het demissionaire kabinet-Rutte (VVD en CDA) vanmiddag heeft gepresenteerd.

Het kabinet maakte in het kader van de jaarlijkse Verantwoordingsdag – de inhoudelijke tegenhanger van Prinsjesdag – de gerealiseerde prestaties over 2011 bekend. Op de derde dag van september presenteert het kabinet zijn plannen en begrotingen, op ‘woensdag, gehaktdag’ kan de buitenwacht zien wat er allemaal van terecht is gekomen.

Rentemeevaller geeft geen ruimte voor extra uitgaven

De rentemeevaller geeft geen ruimte voor extra uitgaven, maar is de afgelopen maanden telkens rechtstreeks in het begrotingstekort verwerkt. Dat is vorig jaar uiteindelijk uitgekomen op 4,7 procent van het bruto binnenlands product. De rijksoverheid gaf circa 28 miljard euro meer uit dan het binnenkreeg.

Algemene Rekenkamer in grote lijnen tevreden

De Algemene Rekenkamer is in grote lijnen tevreden over de rechtmatigheid van de 276 miljard euro die het Rijk vorig jaar uitgaaf, maar de belangrijkste controleur van de overheidsfinanciën zegt dat er “nog weinig inzicht” bestaat of het beleid succesvol is en of het geld dus effectief is besteed, zo maakte de Rekenkamer bekend.

Grote onduidelijkheid over ‘ernstige onvolkomenheid’ van 1,4 miljard euro

Zo bestaat er grote onduidelijkheid over 1,4 miljard euro die het afgelopen jaar via het ministerie van Binnenlandse zaken aan lagere overheden is uitgekeerd. Deze “ernstige onvolkomenheid” is voor de Algemene Rekenkamer aanleiding om bezwaar te maken en verbeteringen te eisen.

Vorig jaar al heeft de Rekenkamer de minister van Binnenlandse Zaken aanbevolen om de falende controle over deze bestedingen aan te pakken, maar volgens de Rekenkamer is dit “slechts in beperkte mate” gedaan.