Even last minute naareen crisisland

Hoe is het om op vakantie te zijn in een land dat op instorten lijkt te staan? Op het Griekse eiland Rhodos zijn de bewoners jaloers op Turkije.

Om m’n drukke leven voor even te ontlopen, boekte ik een lastminute naar de Egeïsche Zee. Ik verwachtte drommen naar tzatziki en ouzo walmende toeristen, maar op het eiland Rhodos was het opvallend rustig. De honderden cafés en restaurantjes waren grotendeels leeg. De straten muisstil.

De uitslag van de parlementsverkiezingen in Griekenland geeft een grimmig beeld. Radicaal-links en extreemrechts scoorden flink ten koste van de conventionele partijen. „Heb je het gehoord?”, vraagt de zevenentwintigjarige Kostas, ober en trotse vader van een pasgeboren tweeling. „Die vreselijke zakkenvullers uit Athene hebben ons land verwoest en het volk in handen van de extremisten gedreven.”

De eens zo trotse Grieken zijn wanhopig en gefrustreerd. Bestolen door hun leiders en vernederd door Brussel wijken steeds meer kiezers uit naar de extreme flanken van het politieke spectrum. Hierdoor raakt het verscheurde politieke landschap steeds verder versnipperd en gepolariseerd.

In een winkeltje waar crucifixen en iconen worden verkocht, kijkt een oud vrouwtje van 87 jaar oud met trieste ogen naar de televisie.

„Het is voorbij”, zegt ze verdrietig. „Nazi’s, ze hebben op de nazi’s gestemd! Stelletje fascisten.” Ze wijst naar een Wehrmachthelm die in het antiekwinkeltje op de grond ligt. „Die ga ik toch maar niet verkopen. Misschien heb ik hem nog nodig. Je weet nooit of er oorlog komt.” De ironie dat juist een Duitse helm haar tegen nazi’s moet beschermen, lijkt haar te ontgaan.

Een groeiend deel van de Grieken wil nu zelfs de drachme terug. De ober gooit z’n handen verwilderd in de lucht. „De drachme, moet je nagaan!”

Kostas wijst naar de geelbruine bergen in de verte. „Aan de overkant kun je zelfs betalen met euro’s, maar de Grieken willen hun koperen muntjes terug.” Daar aan de andere kant van het blauwe water van de Middellandse Zee, op nog geen paar uur varen afstand, liggen de witte zandstranden van de Turkse kust.

„De mensen worden door de populisten opgeruid. Ze hebben geen idee wat voor gevolgen het voor ons land zou hebben als we uit de eurozone stappen; wegblijvende toerisme, hyperinflatie. Tegelijkertijd maakt de EU het iedere gewone Griek onmogelijk. We moeten maar inleveren en inleveren, er komt geen einde aan.”

Hoewel de prachtige hotels en luxe resorts wellicht anders doen geloven, hebben veel Grieken het moeilijk. De prijzen zijn vrijwel gelijk aan die in Nederland, maar de lonen liggen beduidend lager.

Met verbazing luister ik naar een conversatie tussen twee jonge Zweden en drie Griekse dienstplichtigen. „In Zweden kun je na drie maanden vrijwillige dienstplicht instromen in het vaste leger”, leggen de twee hoogblonde toeristen uit. „En hoeveel verdien je dan?” willen de Grieken onmiddellijk weten. „Niets, maar duizend euro per maand!” De soldaten stoten elkaar aan en kijken verlekkerd. „Duizend euro, ongelofelijk! Dat is een heel goed salaris in Griekenland.”

„De politici nemen precies die maatregelen die ze niet zouden moeten nemen”, aldus Kostas, die eigenlijk econoom blijkt te zijn. De ober heeft een master in economie en legt in vloeiend Engels de basisregels van de economische crisisbestrijding uit. „Ten eerste moet je als overheid investeren, niet bezuinigen. Ten tweede verlaag je de rente om particuliere investeringen aan te moedigen. En ten derde druk je geld bij. Maar Europa en de ECB doen geen van alle.”

Het zijn de gouden regels van Keynes. Maar de investeringen blijven uit. En ook de toeristen blijven steeds vaker weg. „Je kunt maar met één ding geld verdienen hier op Rhodos”, verzucht Kostas die alleen werk heeft in het hoogseizoen. „De toeristenindustrie.”

„En daar gaat het niet zo goed mee…”, merk ik voorzichtig op. Kostas knikt gelaten. „De Turken hebben het beter aangepakt. Dezelfde muziek, hetzelfde voedsel en voor de helft van het geld zwem je in dezelfde zee.”

Griekenland verliest al jarenlang terrein. De eens zo populaire eilanden in de Egeïsche Zee moeten concurreren tegen de spotgoedkope badplaatsen van de Turkse Rivièra.

„Deze crisis is nog lang niet over.” Kostas aarzelt even en vervolgt dan. „Ik ben jaloers op de Turken. Zij hebben hun crisis al gehad aan het begin van dit millennium. Tussen 2000 en 2001 hadden ze het erg moeilijk daar. De Turkse regering besloot massaal in onderwijs, infrastructuur en de toeristenindustrie te investeren. Nu is de Turkse economie booming terwijl Griekenland en de rest van het Europese continent verder afglijden.”

Terwijl Kostas naar de kabbelende zee kijkt, voorspelt hij nieuwe verkiezingen – het is een dag nadat de verkiezingsuitslag bekend is gemaakt.

Hij had een vooruitziende blik. De partijen weigeren samen te werken. Elke formatiepoging mislukt. Voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, waarschuwde afgelopen weekend alvast dat als Griekenland zich niet aan de Europese bepalingen zou houden het land uit de eurozone zal worden verwijderd. „Nu kan dit eigenlijk niet”, merkt Kostas opgelucht op. „Maar je zult zien dat die gekken in Athene straks nog vrijwillig de drachme invoeren.”

We staren weer naar de zee.

Kostas spreekt over de verloren generaties. Hij, zijn kleine kinderen, die voor de kosten op zullen moeten draaien. „Maar hier op Rhodos wonen we op een prachtig eiland. In Athene leven de mensen in getto’s waar het wemelt van de illegalen en criminelen. Daar is geen zee om in af te koelen.”

Hij snuift in de lucht. „De Arabische wereld is niet ver weg. Het broeit in de vieze straten van Athene. Er hangt een revolutie in de lucht. Ik ruik het.”

Monique Samuel (1989) is politicoloog en schrijver. Vorige week verscheen haar boek ‘Mozaïek van de Revolutie: een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten’ (De Geus).