Dickens’ favoriete raaf te bezichtigen in Amerikaanse bibliotheek

Dickens' raaf 'Grip'

In de week van 7 februari 2012 stonden de NRC boekenblog en de Boekenbijlage stil bij de 200ste geboortedag van de schrijver Charles Dickens (1812-1870). Wereldwijd wordt de romancier geëerd met tentoonstellingen. De openbare bibliotheek in Philadelphia stelt een wel heel bijzondere Dickens curiosum ten toon, meldt Mail Online.

Tussen de eerste edities van Dickensromans als Olivers Twist en grofweg 1,200 brieven staat, in een glazen vitrinekastje in de Free Library of Philadelphia, de favoriete raaf van Dickens. Dickens hield de raaf, ‘Grip’ genaamd, als huisdier.

De vogel speelt een kleine rol in Barnaby Rudge, Dickens’ historische roman uit 1840-1841 over de voorgeschiedenis van een Engelse oproer in 1780. In het verhaal behoort de raaf toe aan protagonist en dorpsgek Rudge. Na diens dood heeft Dickens de raaf laten opzetten.

De literaire waarde van raaf Grip gaat verder. De roman Barnaby Rudge werd in de jaren veertig van de negentiende eeuw gerensenceerd door de in Philadelphia woonachtige tijdschriftredacteur en schrijver Edgar Allan Poe (1809-1849). Poe zou, zo staat in het artikel op Mail Online te lezen, onder andere kritiek geuit hebben op de magere rol die de raaf in de roman krijgt toebedeeld.

Raaf ‘Grip’ moet de inspiratiebron zijn geweest voor Poe’s beroemde gedicht The Raven dat vier jaar na zijn recensie, in 1845, in de februari-editie van het tijdschrift American Review: A Whig Journal of Politics, Literature, Art, and Science verscheen.

In dat jaar, het jaar van de doorbraak van Edgar Allan Poe in het New Yorkse literaire circuit, verscheen het gedicht ook in de New Yorkse Evening Mirror, de krant waarvoor Poe toen redacteur was. De Nederlandse vertaling van dat gedicht wordt voorgelezen op YouTube:

Charles Dickens bezocht Philadelphia zelf tweemaal, in 1842 en 1860. De raaf bevindt zich sinds 1971 in de collectie van de zeldzame boekencollectie van de openbare bibliotheek van Philadelphia. In dat jaar werd het aan de bibliotheek geschonken door de erven van de Amerikaanse warenhuistycoon en verzamelaar Richard Gimbel (1898-1970).