Column

Der Jan is back

D e man hield me staande in de supermarkt. Vanachter de groenten doemde hij op. Zijn gezicht bracht hij dicht tegen het mijne. „Het is een schande”, riep hij. De gezichten van de andere winkelende stervelingen draaiden naar ons toe. Het was druk, we waren niet alleen op de wereld. Ik zal de man voor de duur van dit stukje een naam geven: Werner.

Werners hoofd was ongewoon rood. Gedronken had hij volgens mij niet want zijn adem rook neutraal. Ik ken hem al heel lang. Het eerste contact gaat terug naar de basisschoolperiode van mijn reeds uitgevlogen jongste zoon. Nadien kwam ik hem tegen in schoenwinkels, kledingzaken, bij de kaasboer, of gewoon langs de waterkant.

„Ze hebben hem helemaal kapot geschreven, de Duitse pers”, blies Werner verder. „En het gaat maar door. Maar wat deed Jan anders dan de rest? Je begrijpt wat ik bedoel, hè?” Had ik iets gemist in de actualiteit? Was er nieuws over Jan Ullrich? Wist Werner iets dat ik nog niet wist?

Werner is Duitser van geboorte, maar hij is in staat zich in vlekkeloos ABN uit te drukken. Tegen mij spreekt hij accentloos het dialect van de streek. In zijn jonge jaren was hij bodybuilder. Wat hij toen omwille van zijn musculatuur in zijn donder spoot heeft hij mij, niet zonder trots, allemaal opgebiecht. Werner heeft mij lang geleden gebombardeerd tot gelijkgestemde.

„Zonder spuit vaart niemand wel!” Werners stem vult de hele groenteafdeling. De mensen achter hun winkelwagentjes dralen. Alsof ze niets willen missen van het zich ontvouwende medische vergezicht. Ik zwaai met het boodschappenbriefje ten teken dat ik haast heb en door moet. Tegenover Werner verbleek ik toch.

Thuis google ik ‘Jan Ullrich’. Er is geen nieuws behalve dan dat Jan ‘sorry’ zegt. Allang gestopt met wielrennen kreeg hij begin dit jaar toch een schorsing van twee jaar aan zijn broek omdat bewezen werd geacht dat hij een trouwe klant was van het Spaanse transfusiegenie Eufemiano Fuentes. Der Jan gaat nu aan de slag als blogger bij Eurosport. De jaren van ontkenning en depressie zijn voorbij, stelt hij. De zon schijnt weer.

Via Jan kom ik terecht bij een hoogst merkwaardig, heel recent interview met zijn gewezen kwelgeest Lance Armstrong. Hoewel die begin februari werd vrijgesproken van het inzetten van overheidsgeld ten behoeve van zijn persoonlijke dopingprogramma (en van zijn ploeg US Postal), lijkt hij de wereld er toch op voor te bereiden dat binnenkort een of meerdere van zijn Tourzeges aan de geschiedenis kunnen worden onttrokken.

Klokkenluider Floyd Landis, waarmee alle ellende begon, maakt op cyclingnews.com gewag van een kolossaal probleem: „Aan wie moeten we die Tourzeges dan wel geven? Er is niemand.”

Ik zou zeggen aan Jan. Al is het maar om Werner te kalmeren.