De toekomst: robotarmen aan het bed

Nederland vergrijst in rap tempo. Wie gaat al die oudjes verzorgen? Een leger sociale zorgbots, zeiden sprekers tijdens de presentatie van het boek Overal robots.

Een @Home-robot moet kunnen communiceren en samenwerken met mensen en ze uiteindelijk kunnen verzorgen. Foto Bart van Overbeeke Fotografie

Het Rathenau Instituut zou graag zien dat Nederland de kansen van een op handen zijnde roboticarevolutie aangrijpt. Daartoe presenteerde het gisteren het boek Overal robots: Automatisering van de liefde tot de dood. Zorgrobot Eva, gemaakt door een team bachelorstudenten aan de TU Delft, reikte een eerste exemplaar uit aan een willekeurige aanwezige in het publiek.

Wereldwijd gaat sinds jaar en dag veel geld naar de ontwikkeling van gevechtsrobots, die op afstand bestuurbaar maar ook toenemend autonoom zijn. Op de internationale robotcompetitie RoboCup, sinds 1997 een verzamelplaats voor robotici, is verreweg het populairste onderdeel RoboCup Soccer, voor louter voetballende robots. Maar universitair docent robotica Tijn van der Zant van de Rijksuniversiteit Groningen, een van de sprekers tijdens Rathenau’s boekpresentatie, betoogt dat we vooral moeten gaan inzetten op de sociale zorgrobot. In 2006 zette hij een eigen afdeling voor sociale bots op binnen de internationale RoboCups: de RoboCup@Home League.

Een @Home-robot moet kunnen communiceren en samenwerken met mensen, en ze uiteindelijk kunnen verzorgen. Uiteindelijk, want voorlopig lijkt het oppakken van een blikje cola om dit naar een specifieke dorstige mens te brengen al een hele opgave voor het robotbrein.

De robot wordt niet bestuurd. Hij moet op eigen houtje een onbekende omgeving in kaart brengen, een onbekende mens in zich opnemen, een onbekend blikje identificeren als cola en dit voorts afleveren op weer een nieuwe plek – waar die lastige mens dan ook heen is gewandeld.

Van der Zant bedacht het @Home-concept in 2003 toen hij scheidsrechter speelde bij een RoboCup voetbaltoernooi. Robots speelden toen nog met een oranje bal, op een veld zonder ommuring. Tijdens één van de wedstrijden zat een Aziatisch meisje in een oranje jurkje aan de rand van het veld. „Opeens zie ik één van die robots zich omdraaien en richting meisje rollen, klaar om haar met 60 à 80 kilometer per uur weg te trappen.” Het is oranje, bevindt zich op het groen en is dus een bal, zal de robot gedacht hebben. Van der Zant dook op de bot en redde het meisje.

„Toen besefte ik dat er iets niet goed gaat met robotintelligentie als robots zich puur met voetbal bezighouden.” Voetbal is complex gedrag, in een extreem gecontroleerde en simpele omgeving. „Je weet tot op de millimeter hoe groot het veld is, welke regels er gelden. Daar bouw je je robot op. Verander je iets aan die omgeving, dan stort het robotgedrag acuut in. Laat robots simpele dingen doen, dacht ik toen, maar dan in complexe omgevingen.” De echte wereld laat zich immers niet voorspellen. „Dan bouw je aan algoritmes die altijd en overal werken.” En krijg je robots die wél opgewassen zijn tegen kleine meisjes.

Tijdens internationale RoboCups@Home worden bots nu dus losgelaten in een wereldstad om daar bepaalde taken uit te voeren. „Je komt er zo achter welke problemen zich voordoen tussen robot- en mensenwerelden. In 2011 waren we in een supermarkt in Istanboel, waar bijvoorbeeld duidelijk werd dat menig robot gedesoriënteerd raakt door de bonte winkelschappen.”

In juni is de internationale RoboCup@Home in Mexico-Stad. Daar gaan de sociale bots een vol restaurant in, waar robotici kijken hoe goed ze inmiddels tafels kunnen bedienen. De programma’s achter kunstmatige intelligentie worden namelijk snel zó complex dat robotici nooit helemaal zeker zijn wat hun robot gaat doen in bepaalde situaties. „Proefondervindelijk pielen we verder. We kijken welke robot wat het beste deed en door welke software of hardware dat kwam.”

Volgens een andere spreker tijdens Rathenau’s boekresentatie, hoogleraar robotica Pieter Jonker van de TU Delft, ontkomen we er niet aan om dit soort sociale robots in te gaan zetten in ons dagelijks leven, in bijvoorbeeld de zorg. „We hebben simpelweg een demografisch probleem, een chronisch personeelstekort in de zorg – en dat wordt de komende jaren alleen maar erger. Met sociale robots kun je dat opvangen.”