Botte bijl is beter voor orkestbestel

Nieuwsanalyse

Maandag spreekt de Raad voor Cultuur zich uit over de subsidieaanvragen van de Nederlandse orkesten.

Rond de 500 minder – dat is de prognose voor het aantal orkestbanen dat de komende jaren zal verdwijnen. Het sommetje is simpel. De rijkssubsidie voor orkesten neemt af met ongeveer een derde, dus het aantal banen, nu rond de 1500, ook. Een paar orkesten zullen verdwijnen, lijkt de logische conclusie. Maar dat is niet waar het orkestbestel op lijkt af te stevenen.

Tien symfonieorkesten hebben voor het kunstenplan 2013-2016 een subsidieaanvraag ingediend bij OCW. Er is 47,5 miljoen te verdelen, terwijl dat bedrag tot nu toe rond de 66 miljoen lag. De orkesten zijn realistisch geweest in hun aanvragen. Overleven staat voorop. Dat is menselijk. Maar is het ook wenselijk?

Het was de intentie van staatssecretaris Zijlstra (VVD) niet met de kaasschaaf te bezuinigen, maar door ferm te kiezen. Het opheffen van een handvol orkesten zou een forse besparing opleveren én leiden tot meer publiek per resterend concert. De toenmalige coalitiepartijen beperkten die daadkracht door toch extra geld (vijf ton per orkest) te reserveren voor de regio-orkesten en in de kamerbrief Meer dan kwaliteit, een nieuwe visie op cultuurbeleid (2011) viel de bijl nog wat zachter. Afgezien van het Nederlands Philharmonisch Orkest (huisorkest Nederlands Opera), het Concertgebouworkest en het ene straks resterende omroeporkest mogen er straks vier symfonieorkesten overblijven, één voor elke regio. Tegelijkertijd werd de vluchtroute uitgestippeld: orkesten die op een volwaardige manier de symfonische taak (kunnen) uitvoeren met minder rijksgeld en meer subsidie van provincie en/of gemeente, mogen na 2013 ook zelfstandig door.

De uitweg bleef niet onopgemerkt. In Gelderland zeiden de Provinciale Staten een investeringssubsidie toe van 3,5 miljoen euro aan Het Gelders Orkest. Dat krimpt in omvang, maar wil dat opvangen door alle musici minder uren te laten werken. Het Orkest van het Oosten (Nederlands Symfonieorkest) kreeg 5 miljoen van de provincie Overijssel als eerste deel van een totaalbedrag van tussen de acht en tien miljoen euro waarmee de provincie de bestaande subsidierelatie met het orkest op termijn afkoopt. In Zuid-Nederland hebben het Brabants Orkest en het Limburg Symfonie Orkest getwist over de intensiteit van de voorgenomen samenwerking. Eindhoven zag die ambitie deze week bekrachtigd door de provincie Noord-Brabant, die het orkest gedurende vier jaar twee miljoen per jaar (nu: drie ton) heeft toegezegd op voorwaarde dat er intensief met Maastricht wordt samengewerkt. Vooralsnog houdt het Limburgs Symfonie Orkest echter vast aan een zelfstandige toekomst. Maar of het nieuwe provinciaal bestuur de nodige steun zal verlenen is nog onduidelijk.

Rest de regio West. Het Rotterdams Philharmonisch en het Residentie Orkest in Den Haag zijn van oudsher orkesten die behalve door het rijk vooral door de stad worden ondersteund. Beide gemeenten hechten aan behoud van een eigen symfonieorkest maar Den Haag maakte pas bekend dat het Residentie Orkest straks twee miljoen per jaar minder krijgt. Daardoor zal de formatie grofweg moeten krimpen van bijna honderd naar zestig musici. Het orkest moet, vindt de gemeente, meer gaan samenwerken met het Rotterdams Philharmonisch en de formatie af en toe uitbreiden met conservatoriumstudenten. De beide orkesten hebben ook een gezamenlijke rijksaanvraag ingediend, die uitgaat van samenwerking op het gebied van educatie, uitwisseling van musici en een complementaire programmering.

Ook na 2013 behoudt Nederland dus waarschijnlijk gewoon tien orkesten. De Raad voor Cultuur sprak zich in zijn laatste nota uit voor behoud van alle orkesten, dus het lijkt waarschijnlijk dat het maandag in zijn weging van alle businessplannen de overlevingsdrift van de orkesten niet zal temperen.

Het resultaat is een weinig opwekkend polderscenario. Een ogenschijnlijk nauwelijks kleiner maar vermagerd orkestbestel met minder geld, minder musici en hogere eisen aan commerciële slagvaardigheid. Het inhuren van freelancers kan soelaas bieden bij grote producties of tournees, maar remplaçanten zijn een bedreiging voor de klankcultuur van een orkest. En voor de vaste musici zal de werkdruk hoe dan ook omhoog gaan, omdat ze straks flexibeler inzetbaar moeten zijn en de nieuwe CAO gaat tellen in uren in plaats van in diensten.