Antwerpen moet het hebben van zijn brille

Antwerpen is in enkele decennia uitgegroeid tot hét wereldhandelscentrum voor diamanten. Maar die positie staat onder druk door de crisis, enkele grote fraudezaken en strengere regulering. „Er zijn veel kapers op de kust, de concurrentie is bikkelhard.”

Antwerpse diamantwijk - Hoveniersstraat WDK

De Antwerpse schepen (wethouder) Ludo Van Campenhout zegt dat het met diamanten net zo is als met bier: het Belgische bier is het beste ter wereld, toch kent die wereld vooral Heineken. „En als je aan een Amerikaan vraagt waar het centrum van de diamanthandel is, zegt hij Amsterdam.”

Maar het is Antwerpen. Daar wordt 80 procent van alle ruwe diamanten verhandeld, en 50 procent van alle geslepen diamanten. De Antwerpse diamantindustrie had vorig jaar een omzet van 42,7 miljard euro (in Amsterdam was het zo’n 500 miljoen, volgens een schatting van de Nederlandse ‘Vereniging Beurs voor den Diamanthandel’).

De omzet stijgt in Antwerpen al jaren. Alleen na het begin van de bankencrisis was het ook even en heel hevig crisis bij de diamanthandel: in Antwerpen daalde de omzet van bijna 35 miljard euro in 2008 naar 23 miljard in 2009. In de Indiase slijperijen – van de grootste bedrijven in Antwerpen – werd zo’n 30 procent van het personeel ontslagen.

De redding kwam van China, waar verlovingsringen met diamanten opeens heel populair werden. Ook Indiërs bleven diamanten kopen, soms als investering omdat ze de banken niet vertrouwen en denken dat diamanten hun waarde voorlopig wel behouden: er zijn al jaren geen nieuwe diamantmijnen ontdekt.

Maar heel groot is de opluchting niet in Antwerpen. De diamantairs voelen zich bedreigd door concurrenten die ze tien of vijftien jaar geleden nauwelijks zo wilden noemen: in Mumbai, Tel Aviv en vooral Dubai, dat de afgelopen twee jaar fors profiteerde van sancties van de Europese Unie tegen Zimbabwe.

Op de sanctielijst staan diamanthandelaren waar Europese bedrijven geen zaken mee mogen doen en vooral in Antwerpen zijn de controles streng. In Dubai, zeggen Antwerpse diamantairs, wordt daar niet moeilijk over gedaan.

De koepelorganisatie Antwerp World Diamond Centre (AWDC) kwam dit voorjaar met een eigen masterplan, bedoeld om de stevige positie van Antwerpen te behouden: met nieuwe ideeën, zoals de eerste online diamantenbeurs Diamdax die vorige week werd geopend door de Britse zakenman Richard Branson.

De Antwerpse bedrijven willen ook proberen om diamanten door robotten te laten slijpen, waardoor die industrie teruggehaald zou kunnen worden naar België. En ze hebben plannen om van hun slechte imago af te komen in Vlaanderen – het gevolg van grote belastingfraudezaken van jaren geleden, die in de Belgische media nu vooral aandacht trekken omdat er bij justitie ruzie over wordt gemaakt.

Het grootste diamanthandelscentrum ter wereld is gevestigd in drie kleine, zwaar bewaakte straatjes vlakbij het centraal station in Antwerpen. Daar zitten de meeste diamantbedrijven, banken, beurzen. Daar is ook een douanekantoor en in hetzelfde gebouw controleren ambtenaren van Economische Zaken en van Financiën alle diamanten die België binnenkomen: elke dag voor een waarde van zo’n 200 miljoen euro.

Voor de Tweede Wereldoorlog was Amsterdam het belangrijkste diamantcentrum, zegt voorzitter Ed Blik van de Vereniging Beurs voor den Diamanthandel. Maar er kwamen weinig diamantairs terug uit de concentratiekampen. „België was een jaar eerder bevrijd dan Nederland en had ook meer niet-Joodse diamantbewerkers.” In Antwerpen had de regering ook meteen na de bevrijding plannen klaar om de diamantsector te helpen, bijvoorbeeld door gunstige fiscale regelingen.

Op straat in de Antwerpse diamantbuurt staan vooral mannen. Er zijn orthodoxe Joden bij, maar de meeste diamanthandelaren in Antwerpen (zo’n 70 procent) zijn al jarenlang Indiërs. Ze komen bijna allemaal uit het dorp Palanpur in de deelstaat Gujarat en werken bijna allemaal in een familiebedrijf.

In zijn kantoor in Antwerpen vertelt Nishit Parikh, directeur van Diarough en voorzitter van de diamantairsorganisatie AWDC, over zijn vader die in de jaren zeventig van India naar België verhuisde en een diamantbedrijf oprichtte dat nu kantoren heeft over de hele wereld.

Parikh zegt dat de Indiërs hun plaats hebben veroverd – op de Joden – door heel hard te werken. „Wij hebben een uitdrukking: de eerste generatie verdient het geld, de tweede maakt er meer geld van en de derde raakt het kwijt. Ik hoor bij de tweede generatie.”

De Indiase diamantairs spelen in Antwerpen cricket. In Wilrijk, een deelgemeente van Antwerpen, bouwden ze een Jaïn-tempel – de grootste buiten India. Nishit Parikh heeft zelf net zijn huis laten verbouwen. De Indiërs, zegt hij, klagen dat het vaak regent en van de Belgische politiek begrijpen ze niks, maar verder vinden ze het leven in België goed. Ze willen er graag blijven en dus werkte Parikh hard mee aan het nieuwe ‘masterplan’ voor de Antwerpse diamantsector.

Volgens Parikh is Antwerpen de enige plaats ter wereld waar diamanthandelaren zonder problemen met elkaar samenwerken. „Joden gaan niet snel naar Dubai, Libanezen reizen niet graag naar Israël en iedereen is er altijd beducht voor om India te belangrijk te maken: dus zijn we allemaal graag in Antwerpen.”

Maar het is altijd moeilijk, zegt hij ook, om „de machtigste” te blijven. Dubai is als concurrent volgens hem een serieuze bedreiging voor Antwerpen. Er is ook onzekerheid over de toekomst van de Antwerpse Diamantbank (ADB), een dochteronderneming van de Belgische bank KBC, die overgenomen zal worden.

Parikh: „Antwerpen is altijd heel sterk geweest in de financiering van de handel. Als de ADB verdwijnt of als er twijfels zijn over de overname, kan dat schadelijk zijn.”

En dan is er nog de aanstaande verhuizing van de ‘Diamond Trading Company’ van mijnbouwbedrijf De Beers, de grootste leverancier van ruwe diamant. Die zit nu in Londen, maar vestigt zich eind dit jaar in Botswana. „Het is de grote vraag welke invloed dat op Antwerpen zal hebben”, zegt Parikh.

Maar het is zeker dat Antwerpen voor veel handelaren, bijvoorbeeld uit India, uit de route komt te liggen. België heeft ook geen directe vluchten naar Botswana – al heeft de Antwerpse diamantsector daar stevig voor gelobbyd.

Lobbyen lukt beter als je een goed imago hebt. Bij de koepelorganisatie AWDC, met een kantoor in de diamantbuurt, zeggen ze dat de sector zichzelf lange tijd isoleerde: vooral omdat dat veiliger was. Diamantbedrijven hoefden ook niet hun best te doen voor consumenten, het gaat om handel.

Maar er kwamen grote bedrijven in het nieuws die belasting ontdoken en geld witwasten – soms voor miljoenen, in één geval voor twee tot drie miljard euro. En er zou een grote groep diamantairs zijn met voor zo’n 700 miljoen euro zwart geld op een Zwitserse bank.

„Bij ‘diamant’ en ‘Antwerpen’ denken mensen in Vlaanderen nu: daar is iets mee”, zegt woordvoerder Caroline De Wolf van AWDC. De sector is vast van plan om daar iets tegen te doen. Bij de presentatie van het nieuwe ‘masterplan’ viel om de paar zinnen het woord ‘transparantie’.

Samen met de stad en de provincie Antwerpen – de diamanthandel is goed voor zo’n 35.000 banen – wil de koepelorganisatie Antwerpen laten zien als een keurig diamantcentrum, waar de controle op de regels strenger is dan in de rest van de wereld: als je daar je diamanten vandaan haalt, weet je dat de prijs en de kwaliteit kloppen en dat het geen ‘bloed-diamanten’ zijn, uit gebieden waar de opbrengst wordt gebruikt om oorlog te voeren.

Antwerpen heeft sinds dit voorjaar een VN-opleidingscentrum waar juweliers en diamantairs trainingen kunnen volgen in ‘sociaal-verantwoorde bedrijfsvoering’. En de koepelorganisatie AWDC benoemde vorig jaar een eigen compliance officer, Karla Basselier, die diamantairs helpt bij het aanvragen van vergunningen en de wetgeving uitlegt.

„De diamantairs zijn van goede wil”, zegt ze. En ze weten dat ze geen keus hebben: „Als ze tegen de lamp lopen, raken ze hun vergunningen kwijt.” Maar ze klagen ook, ze vinden bijvoorbeeld de regels tegen witwassen moeilijk uitvoerbaar: bij transacties van boven de 10.000 dollar moeten ze niet alleen de identiteit van een klant verifiëren, maar ook de statuten van het bedrijf dat de klant vertegenwoordigt. Basselier: „Die klanten zeggen dan soms: ik ga wel naar de buurman of naar Israël, waar die vragen niet worden gesteld.”

Diamantairs klagen ook over de belasting die ze moeten betalen, al zijn er speciaal voor hen gunstige regelingen: de hele sector betaalt toch nog zo’n drie- tot vijfhonderd miljoen euro per jaar. „In andere landen betalen ze zowat niks”, zegt Karla Basselier. „Ik heb het gevoel dat Antwerpen zo het succes van Dubai heeft gecreëerd. Er zijn veel kapers op de kust, de concurrentie is bikkelhard.”

Van de ruim achttienhonderd diamantbedrijven in Antwerpen zijn verreweg de meeste klein. „Kleine zelfstandigen zeggen nooit dat het goed met hen gaat”, zegt schepen Ludo Van Campenhout. „Men heeft al decennialang zorgen en er moet natuurlijk een kritische massa blijven: dat kopers weten dat er verkopers zijn en andersom. Maar Antwerpen is nog altijd onbetwist wereldleider.”

Petra de Koning