Zonder spetters het water in

Yorick de Bruijn is Nederlands beste schoonspringer. Deze week doet hij in Eindhoven mee aan de EK. „Ik let niet op mijn score.”

In opperste concentratie loopt Yorick de Bruijn naar de springplank in het Pieter van den Hoogenbandstadion in Eindhoven. Hij droogt zich nog één keer goed af met zijn gele handdoek, neemt een aanloop en zet dan met kracht af van de plank. Met een verbeten blik op zijn gezicht zweeft hij door de lucht om na een dubbele schroef voorwaarts in een vloeiende beweging het water in te glijden. Bijna zonder spetters achter te laten, het ultieme doel van elke schoonspringer.

Het is een van de laatste trainingen van De Bruijn voor de Europese kampioenschappen schoonspringen, die vandaag beginnen in Eindhoven. Morgen staat De Bruijn op de 1-meterplank, een dag later springt hij van drie meter het water in.

Op dat laatste onderdeel kwalificeerde De Bruijn zich onlangs als eerste Nederlandse schoonspringer in twintig jaar voor de Olympische Spelen. Met een goede klassering in een internationale wedstrijd voldeed De Bruijn aan de kwalificatie-eisen. Sportkoepel NOC*NSF moet De Bruijns uitverkiezing nog bevestigen, maar dat lijkt een formaliteit.

Schoonspringen is een kleine sport in Nederland, zeker in vergelijking met landen als China en de Verenigde Staten, die sinds jaar en dag domineren op de internationale podia. „Er komen hier niet elke dag talenten boven drijven”, verklaart De Bruijn. „En als die talenten er zijn, moeten ze de juiste ondersteuning krijgen om de internationale top te bereiken. Dat lukt ook niet altijd.”

De 25-jarige Yorick de Bruijn is niet zijn hele leven schoonspringer geweest. Tot zijn twaalfde was hij gymnast, bedreven in het trampolinespringen. Na een conflict met een trainer maakte hij de overstap naar het water. „De ritmische en acrobatische aspecten aan het schoonspringen trokken me aan”, verklaart De Bruijn zijn overstap. „Een zwemmer was ik niet. Ik lag wel eens op het strand of in het zwembad, maar dat was het dan ook. Je hoeft ook geen zwemtalent te zijn om een goede schoonspringer te worden.”

Volgens De Bruijn is het schoonspringen op bepaalde aspecten te vergelijken met de trampolinesport. „De lichaamshouding tijdens de sprongen en de techniek om van een draaibeweging naar een schroefbeweging te gaan, zijn ongeveer hetzelfde. Maar goed, er zijn ook wel wat technische verschillen en het grootste verschil is natuurlijk dat je bij het schoonspringen het water in duikt en bij een trampolinesprong weer op je voeten terechtkomt.”

Per wedstrijd doet De Bruijn zes verschillende sprongen, waar vijf verschillende draairichtingen bij moeten zitten. „Belangrijk is dat je bij zo’n sprong met het begin begint. Niet gaan nadenken over hoe je uiteindelijk in het water moet eindigen, dan gaat het zeker fout. Bij de aanloop begint het al met het juiste ritme tijdens het lopen en de positie van de armen. En daarna ga ik in mijn hoofd elk detail af die tot de perfecte sprong moet leiden. Als je al in de lucht gaat denken dat het goed gaat, kan je het alsnog verknallen.”

Die voorbereiding moet uiteindelijk leiden tot de perfecte sprong en een hoge jurywaardering. „Het moet er zo mooi en makkelijk mogelijk uitzien”, zegt De Bruijn. „Je moet in een goede lijn met genoeg ruimte aankomen in het water, waardoor je uiteindelijk zo min mogelijk spetters maakt. Dat is altijd het doel.”

Na een sprong probeert De Bruijn zich zo min mogelijk te laten afleiden door zijn score en de reactie van het publiek. „Naar het scoreboord kijk ik niet. Voordat ik spring, kijk ik kort naar de borden naast het bad waar de sprong op staat die ik moet doen. Als ik uit het water kom, kijk ik naar de grond of mijn trainer. Ik wil niets meekrijgen van mijn score of mijn plaats op de ranking. Dan ga ik daarover nadenken tijdens de volgende sprong. Dat moet je nooit doen.”