We wachten op mijn man

Els Duran en Evelien Vehof reisden de wereld rond om te zien hoe staatlozen leven zonder nationaliteit. Vandaag: Hongarije.

Op een winterse dag rijden we van de stad Boedapest naar Mohac, een dorpje in het zuiden van Hongarije, aan de grens met Kroatië. Mirjana Lukic wacht ons op bij het hek. Binnen in de keuken klinkt Kroatische muziek uit de radio en pruttelt de koffie op de kachel. Mirjana legt een stapel paspoorten van haar en haar kinderen voor zich op tafel. „Deze kregen we een half jaar geleden. Het zijn paspoorten voor staatlozen.”

Ze zijn hiermee geen burger van Hongarije, maar hebben wél een bewijs van bestaan en een geldig reisdocument. „Twaalf jaar geleden verloren wij onze Joegoslavische nationaliteit en ik ben sindsdien bezig om hier voet aan de grond te krijgen. Een half jaar geleden – ik was voor de zoveelste keer bij het Hongaarse immigratiebureau – hoorde ik van een nieuwe regeling waardoor ik een paspoort voor staatlozen kon krijgen. Eerlijk gezegd had ik nog nooit van staatloosheid gehoord. Ik was er heel blij mee, want al die jaren kon ik Hongarije niet uit. Eindelijk kon ik weer naar Kroatië reizen waar mijn man en een aantal van zijn familieleden wonen.”

Mirjana is geboren in Osijek, in Joegoslavië. Het dorp ligt in Krajina, het tegenwoordige Kroatië, destijds werd het bezet door het Servische leger. „De oorlog was verschrikkelijk: al onze spullen werden afgenomen, mijn dochter kreeg een geweer op haar gericht en mijn man werd gedwongen te werken voor de Serviërs. We hebben het lang volgehouden, maar uiteindelijk vluchtten we, als laatste familie uit het dorp, naar Hongarije, zo’n 40 kilometer verderop.”

In 1995 kwamen Mirjana, haar man en drie kinderen aan in Mohac. Ze konden een kleine kamer betrekken in een huis aan de Donau. „In 1999, toen de oorlog voorbij was, wilden we terug naar huis. Mijn man meldde zich bij het consulaat en hij kreeg een nieuw paspoort. Maar ik kon alleen een nieuwe, tijdelijke verblijfsvergunning krijgen, voor Hongarije. Mijn oude identiteitskaart was ongeldig omdat Joegoslavië niet meer bestond. En mijn geboorte-uittreksel was verloren gegaan bij bombardementen. Ik was onvindbaar in hun systeem.”

Mirjana’s echtgenoot moest met zijn nieuwe paspoort het land binnen 24 uur verlaten. „Ik deed ondertussen mijn best te bewijzen wie ik was. Maar alle deuren die ik probeerde te openen, bleven voor mij gesloten. Ik kon niet terug naar Kroatië en ik kon Hongarije niet uit.”

De immigratieregels in Hongarije zijn streng. Haar man, die dus een Kroatisch paspoort heeft, mag niet bij Mirjana wonen. „Hij mag hier één maand zijn om te werken en moet vervolgens terug om een hele maand in Kroatië te verblijven. Op zijn fiets reist hij op en neer tussen onze oude dorp en ons nieuwe huis hier in Hongarije. Ik zie hem al jarenlang steeds om de maand.”

Heel lang mocht ik niet werken in Hongarije. Ik kon af en toe wat illegale klusjes doen en was afhankelijk van liefdadigheid. Op een gegeven moment kreeg ik een verblijfsvergunning van vijf jaar, waarmee ik ook mocht werken. Ik kreeg een baan bij een zadenfabriek hier in de buurt.”

Sinds Mirjana haar officiële staatloze paspoort heeft, is ze één keer teruggeweest in Kroatië. „Bij de Kroatische douane deden ze heel moeilijk toen ik mijn staatloze paspoort liet zien. Ze begrepen er niets van.” Mirjana’s schoonmoeder was net overleden en ze wilde naar de begrafenis. „Ik had bloemen bij me voor de begrafenis, gelukkig lieten ze me door. Ik kreeg 24 uur. Het voelde goed om daar te zijn, ik was zo lang niet in Kroatië geweest. Tegelijkertijd voelde ik me ook niet meer thuis en wilde ik snel terug naar huis in Hongarije.”

Nu Mirjana de staatloze status heeft, kan ze de Hongaarse nationaliteit aanvragen. „Het is wel vreemd dat we eerst officieel staatloos moesten worden voordat we kans maken op een Hongaars paspoort.” De procedure om te naturaliseren is lang en kostbaar. „Alles bij elkaar kost dit per persoon wel zo’n 500.000 forint (ongeveer 1.700 euro). Daar moet ik heel hard voor werken. Ik heb nu het geld bij elkaar voor mijn oudste twee kinderen en mijzelf. Voor de jongste ben ik nog aan het sparen.”

Mirjana wacht op de dag dat Kroatië lid wordt van de Europese Unie. „Dan kan mijn man eindelijk weer bij ons gezin wonen. We willen hier niet meer weg. Ons oude dorp in Kroatië is totaal verlaten en mijn kinderen en ik wonen al zolang in Hongarije dat we eigenlijk Hongaars zijn geworden.”

Kijk voor meer verhalen over staatlozen op www.citizensofnowhere.net