Vloeiend het water in, zonder te spetteren

Yorick de Bruijn is de beste schoonspringer van Nederland, op weg naar de Spelen. Deze week doet hij mee aan de EK in eigen land. „Ik weet niet of ik dit nog vier jaar kan opbrengen.”

In opperste concentratie loopt Yorick de Bruijn naar de springplank in het Pieter van den Hoogenband Stadion in Eindhoven. Hij droogt zich nog één keer goed af met zijn gele handdoek – omdat hij anders „de grip verliest” in de lucht – neemt vervolgens een aanloop en zet zich daarna met kracht van de plank af. Met een verbeten blik zweeft hij door de lucht om na een dubbele salto voorwaarts in een vloeiende beweging het water in te glijden. Bijna zonder spetters achter te laten, het ultieme doel van elke schoonspringer.

Het is een van de laatste trainingen van De Bruijn voor de Europese kampioenschappen schoonspringen, die vandaag zijn begonnen in Eindhoven. Morgen staat De Bruijn op de 1 meterplank, een dag later springt hij van drie meter het water in.

Op dat laatste onderdeel kwalificeerde De Bruijn zich onlangs als eerste Nederlandse schoonspringer in twintig jaar voor de Olympische Spelen. Met een goede klassering in een internationale wedstrijd voldeed hij aan de kwalificatie-eisen. Sportkoepel NOC*NSF moet De Bruijns uitverkiezing nog bevestigen, maar dat lijkt een formaliteit.

Tijdens het toernooi waarop hij zich voor de Spelen plaatste, kreeg De Bruijn bezoek van Edwin Jongejans, de laatste olympische schoonspringer uit Nederland. „Hij is coach van de Britten en vroeg mij of hij me in mijn voorbereiding mocht filmen”, vertelt De Bruijn. „Na afloop feliciteerde hij me. Ik hoop dat ik niet zo lang als hij moet wachten op een opvolger bij de Spelen.”

Schoonspringen is een kleine sport in Nederland, zeker in vergelijking met landen als China en de Verenigde Staten die sinds jaar en dag domineren op de internationale podia. „Er komen hier niet elke dag talenten bovendrijven”, verklaart De Bruijn. „En als die er zijn, moeten ze de juiste ondersteuning krijgen om de internationale top te bereiken. Dat lukt ook niet altijd.”

De 25-jarige Yorick de Bruijn is niet zijn hele leven schoonspringer geweest. Tot zijn twaalfde was hij gymnast, bedreven in het trampolinespringen. Na een conflict met een trainer maakte hij de overstap naar het water. „De ritmische en acrobatische aspecten aan het schoonspringen trokken me aan”, verklaart De Bruijn zijn overstap. „Een zwemmer was ik niet. Ik lag wel eens op het strand of in het zwembad, maar dat was het dan ook. Je hoeft geen zwemtalent te zijn om een goede schoonspringer te worden.”

Volgens De Bruijn is het schoonspringen op bepaalde aspecten te vergelijken met de trampolinesport. „De lichaamshouding tijdens de sprongen en de techniek om van een draaibeweging naar een schroefbeweging te gaan, zijn ongeveer hetzelfde. Maar goed, er zijn ook wel wat technische verschillen en het grootste verschil is natuurlijk dat je bij het schoonspringen het water induikt en bij een trampolinesprong weer op je voeten terechtkomt.”

Per wedstrijd doet De Bruijn zes sprongen, waarbij vijf verschillende draairichtingen moeten zitten. „Belangrijk is dat je zo’n sprong stapje voor stapje uitvoert. Niet nadenken over hoe je uiteindelijk in het water moet eindigen, dan gaat het zeker fout. Bij de aanloop begint het al met het ritme tijdens het lopen en de positie van de armen. Daarna loop ik in mijn hoofd elk detail na dat tot de perfecte sprong moet leiden. Als je al in de lucht denkt dat het goed gaat, kun je het uiteindelijk alsnog verknallen. Pas als je door het water glijdt, ben je klaar.”

Een goede sprong moet er zo mooi en makkelijk mogelijk uitzien, vertelt De Bruijn. „Dat is het natuurlijk niet, maar de indruk moet je wel wekken. De perfecte sprong is hoog, netjes en laat zo min mogelijk spetters achter. Je moet in een goede lijn in het water aankomen, waardoor je in een vloeiende beweging in het water glijdt.”

Na een sprong probeert De Bruijn zich zo min mogelijk te laten afleiden door zijn score en de reactie van het publiek. „Naar het scorebord kijk ik sinds begin dit jaar niet meer. Ik merkte dat ik me erdoor liet afleiden en de score met me meenam naar volgende sprongen. Nu kijk ik voor een sprong alleen op de borden naast het bad. Daarop staat welke sprong ik moet doen. Na afloop stap ik het zwembad uit en kijk ik naar de grond of naar mijn trainer. Ik wil niets weten over mijn score of mijn plaats in de wedstrijd. Wel bespreek ik even heel kort met de coach hoe de sprong ging, maar dan sluit je dat hoofdstuk ook meteen af. Je moet je blijven concentreren op de volgende sprong en zo min mogelijk op andere dingen letten.”

Voor De Bruijn is de EK in Eindhoven een uitgelezen mogelijkheid de belangstelling voor zijn sport in Nederland te vergroten. „Deze EK kunnen een enorme stimulans zijn, zeker als de Nederlanders goed gaan presteren.” Toch weigert De Bruijn zich als rolmodel voor de jeugd te zien. „Er komt nu opeens heel veel op me af, maar ik zie mezelf nog niet als een voorbeeld. Ik ben misschien de beste springer in Nederland, buiten Nederland zijn er veel meer jongens die op hetzelfde niveau zitten of beter zijn dan ik. Dan is al die aandacht in Nederland leuk, maar ik weet niet of dat ook echt terecht is. Misschien besef ik nog onvoldoende dat ik aan de olympische eis heb voldaan.”

Ondanks het succesvolle seizoen is Yorick de Bruijn er nog niet over uit of hij na dit jaar verder gaat met de sport. „Ik weet niet of ik dit nog vier jaar kan opbrengen”, twijfelt hij.

Op de Olympisch Spelen in 2016 is hij 29 jaar, nog altijd een goede leeftijd voor een schoonspringer. „Van deze sport word je niet rijk. Ik wil eerst bepalen wat ik in de rest van mijn leven ga doen. Het is lastig dat ik juist nu van collega’s en trainers hoor hoeveel progressie ik maak. Het is gewoon zonde nu te stoppen. Daar moet ik eens goed over nadenken.”