Vallende domino's als houvast

Achteraf bezien is het eigenlijk merkwaardig dat Europa zo kort na ‘1989’ een nieuwe vorm van planeconomie heeft omarmd. Want de geschiedenis van de euro is een schoolvoorbeeld van de manier waarop de economie dienstbaar kan worden gemaakt aan een politiek ideaal. Met dat doel van eenwording was op zichzelf niets mis, maar het middel van de munt heeft veel onbedoelde gevolgen. Dat zien we nu: de euro lokt conflicten tussen en binnen landen uit, die juist moesten worden getemd.

En denk niet dat de eindeloze geldstroom naar Griekenland daar wel leidt tot veel steun voor Europa. De afgelopen maanden bewijzen ten overvloede dat afhankelijkheid nooit dankbaarheid oplevert. Integendeel, het roept niet alleen een gebrek aan verantwoordelijkheid op – uiteindelijk zullen we wel gered worden – maar leidt ook nog eens tot weerstand. Want de hulp is eigenlijk een „dictaat”.

Een paar maanden geleden hoorde ik een toespraak van de Griekse oud-minister van Financiën, de man die als eerste het werkelijke begrotingstekort had onthuld – ergens tegen de 15 procent – en met de moed der wanhoop had gepoogd om daar enige werkelijkheidszin tegenover te stellen. Een sympathiek betoog, waarin vooral opviel hoe vaak hij benadrukte dat een Grieks failliet meer landen zou meetrekken en dus uiteindelijk Europa als geheel. Die vallende domino’s waren zijn laatste houvast.

De ontwerpers van de eenheidsmunt gingen ervan uit dat hun bouwwerk voor de eeuwigheid was. Hoewel het een experiment betrof, mislukken was en is ondenkbaar. De nieuwe munt moest de eenwording voor eens en voor altijd bezegelen. Zo’n vooruitgangsgeloof staat echter op gespannen voet met democratie: ‘De trein rijdt, u kunt niet meer uitstappen.’ Weliswaar is niet helemaal duidelijk waarheen de reis gaat, maar de vaart zit er lekker in.

Het ging goed zolang ‘Brussel’ een beperkte betekenis had, maar dreigt te verongelukken nu de invloed van de Unie verder is uitgedijd. Dat inmiddels de rijksbegroting moet worden goedgekeurd door een niet-gekozen eurocommissaris zegt weinig over de kwaliteit van diens oordeel en veel over een democratisch tekort.

Het conflict over de eenheidsmunt heeft tegenstrijdige gevolgen. Europa is dichterbij dan ooit: de Franse en Griekse verkiezingen zijn inmiddels ook onze verkiezingen. Met de vermijding is het wel gedaan en dat is goed. Zo wordt het buitenland langzaam binnenland: de europeanisering van de nationale politiek is in volle gang.

Dat is een optimistische uitleg, maar op dat beeld valt wel wat af te dingen. Het ‘onomkeerbare’ europroject roept ook wrokkige reacties op: de europeanisering brengt van de weeromstuit een nationalisering van de politiek met zich mee. De opkomst van het populisme in tal van landen wordt gevoed door de manier waarop de integratie nu vorm krijgt.

De prijs van de munt is hoog, zo hoog dat niemand zich nog een voorstelling durft te maken van een mislukking. In die zin werkt de gok met de euro. Dat stemt zacht gezegd onbehaaglijk: Europa staat steeds meer in het teken van een zelfgekozen onvrijheid. Het gemarchandeer rond de munt maakt een open debat onmogelijk. Verantwoordelijke politici verklaren om de paar maanden tegen beter weten in dat het ergste inmiddels achter ons ligt. Speculeren over een aftocht van een of meer lidstaten roept immers nog meer speculatie van de markten op.

Mocht Griekenland opnieuw naar de stembus gaan, dan biedt dat niet veel soelaas. Er is namelijk geen reden om te denken dat de kiezers opeens zullen terugkeren naar de gediscrediteerde partijen die het land met corrupt bestuur aan de rand van de financiële afgrond hebben gebracht. Luister maar naar Alexis Tsipras, de leider van de radicaal-linkse partij Syriza, over de bezuinigingen die door de middenpartijen worden geaccepteerd: „Ze vragen of we medeplichtig willen worden aan een misdaad.”

Een nieuwsitem liet onlangs nog eens helder die frauduleuze bestuurscultuur zien. We zagen een klein eilandje waar niet minder dan vijfhonderd mensen een uitkering kregen omdat ze blind waren. Dat een flink aantal daarnaast werkte als taxichauffeur, geeft aan dat iedereen weleens een oogje dichtdeed. Na controle bleek dat het eigenlijke aantal blinden op dit eiland zo ongeveer twintig bedroeg.

Zulke cultuurverschillen zijn natuurlijk niet snel overbrugd. Zeg daarom niet dat deze crisis een verrassing is, velen hebben de ontwrichting zien aankomen. De dwangbuis van de euro mag van eigen makelij zijn, hij omvat te veel ongelijksoortige landen. Van de geschiedenis van de Europese Gemeenschap had geleerd kunnen worden dat de uitbreiding van de oorspronkelijke zes naar de huidige 27 leden bijna een halve eeuw heeft gekost.

Griekenland heeft gekozen tegen de curatele van Europa. Wanneer een meerderheid die echt niet meer wil, dan is een vertrek uit de euro de enige oplossing. Democratie is uiteindelijk trial and error, het vermogen om te leren van fouten die zijn gemaakt. Nu de euro in Griekenland zo hard op de democratie botst, moet duidelijk zijn wat daar het zwaarste weegt.