OM: inzet kroongetuige terecht

Het Openbaar Ministerie staat onverkort achter de inzet van de kroongetuige in het Amsterdamse liquidatieproces. Dat heeft officier van justitie Betty Wind gesteld in het proces over acht liquidaties en zes pogingen daartoe in de Amsterdamse onderwereld. Gisteren begon het requisitoir in deze zaak, dat zes dagen zal duren.

Het gebruik van kroongetuige Peter la S. in dit proces is omstreden omdat die wordt verdacht van het medeplegen van twee liquidaties (Kees Houtman en Thomas van der Bijl) en een poging daartoe (Houtman). Ook is er onduidelijkheid over de vergoeding die hij krijgt. Het is in Nederland niet toegestaan te betalen voor verklaringen van kroongetuigen. La S. krijgt geld en een lening om een nieuw bestaan op te bouwen.

Het OM is zich bewust van de ethische bezwaren die kleven aan inzet van een kroongetuige die „zelf van moord wordt verdacht”, maar officier Wind noemde diens inzet „onontbeerlijk” om de liquidaties op te kunnen lossen. De bereidheid om te getuigen is in de onderwereld „minimaal”. De kring rond een slachtoffer „zorgt liever zelf voor vergelding”.

De Nederlandse regeling voor kroongetuigen is nu te beperkt, vindt het OM. De strafeis tegen een criminele informant mag maximaal gehalveerd worden. Wind ondersteunde gisteren een betoog van criminoloog Cyrille Fijnaut, die vindt dat het Openbaar Ministerie kroongetuigen meer moet kunnen bieden, zoals volledige immuniteit voor strafvervolging. Dat voorkomt volgens hem dat een verdachte het proces frustreert door onzekerheid over zijn toekomst.

De „extreem gewelddadige groepering” waartoe de verdachten in deze zaak volgens het OM behoorden was zich „onaantastbaar gaan wanen”. Het is door de verklaringen van La S. „tot op zekere hoogte” gelukt de groepering een halt toe te roepen. Ondanks waarschuwingen van La S. zijn overigens nog twee liquidaties geslaagd, die van August A. (2008) en Nedim Imaç (2007).

Volgens het OM waren de verklaringen van La S. op de zittingen „consistent en betrouwbaar”. Voor hem zou ook pleiten dat hij zichzelf belasterd heeft in zaken waarvan politie en justitie op dat moment geen weet hadden. Een aantal gebleken onjuistheden in zijn verklaringen is volgens het OM totaal ondergeschikt aan de grote hoeveelheden „juist gebleken verklaringen”.

Het OM maakt op vrijdag 25 mei de eisen in dit proces bekend. De uitspraak volgt na de zomer.