Nut opwekken weeën omstreden

De geboorte inleiden aan het einde van de zwangerschap kan het risico op overlijden van het kind beperken zonder dat het leidt tot meer keizersneden of andere complicaties bij de moeder. Dat blijkt uit een grote Schotse studie die eerder deze week gepubliceerd werd in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal.

De onderzoekers uit Glasgow en Edinburgh bekeken de statistieken van bijna 1,3 miljoen zwangerschappen in Schotland in de periode 1981 tot 2007. Ruim 900.000 vrouwen uit de studiegroep bevielen zonder hulp van weeënopwekkende middelen, tegenover een groep van ruim 300.000 waarbij de bevalling wél werd ingeleid. Van die laatste groep was er bij iets minder dan de helft een dwingende medische reden om de bevalling kunstmatig in te zetten, zoals bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk van de moeder. Maar het ging de onderzoekers om de andere helft van ruim 150.000 vrouwen bij wie de bevalling tussen week 37 en week 41 met medicijnen werd opgewekt. Deze vrouwen waren gemiddeld ouder, het betrof vaker de zwangerschap van hun eerste kind en hun kinderen hadden een hoger geboortegewicht.

De Schotse studie – de grootste ooit op dit gebied – laat zien het inleiden van de bevalling positief uitpakt bij zowel moeder als kind, vergeleken met de groep waarin de natuurlijke bevalling gewoon werd afgewacht. Moet de bevalling dan niet bij alle vrouwen worden opgewekt? „Zeker niet”, zegt gynaecoloog Kitty Bloemenkamp van het Leids Universitair Medisch Centrum in een reactie. „Uit de cijfers blijkt dat je duizend vrouwen moet inleiden om de sterfte van één kind te voorkomen. Maar dan heb je ook 130 extra opnames op de afdeling neonatologie.”

Bovendien hadden de Schotten geen informatie over bijvoorbeeld overgewicht van de moeder, iets wat van invloed kan zijn op de kindersterfte, zegt Bloemenkamp. „Ook is er in deze studie niet gekeken hoe gezond de kinderen zijn als ze relatief vroeger ter wereld komen.”