Noorden van Mali in de greep van extremisten

Geen buitenlander waagt zich aan de frontlinie in Mopti. Ontheemden uit Noord-Mali vertellen over Toearegstrijders en radicalen.

Correspondent Oost-Afrika

Mopti. Achter zouthandelaar Bah Diaviakoye onttrekt een waas van hitte en stof Noord-Mali aan het gezichtsveld. „De extremisten zijn daar aan de macht”, wijst hij vanaf de kade naar de andere kant van de Niger. „Alle handel is tot stilstand gekomen. Niemand uit het zuiden durft meer naar Mopti te komen. Iedereen probeert het noorden te ontvluchten.”

Mopti was het hartje van Mali, een kruispunt voor handelaren tussen de woestijn van het noorden en de boomsavannes in het zuiden. Nu is het de frontlinie in een oorlog tussen een zwakke regering in het zuiden en internationale extremisten in het noorden. „Veel inwoners trekken weg”, vertelt toeristengids Niamanou, „uit angst dat het regeringsleger de stad niet kan verdedigen. De banken zijn gesloten en uit wraak zijn er Toearegs vermoord. We gaan elke avond met angst slapen.”

In het kielzog van de rebellie van het Toearegvolk trokken extremisten een mantel van rigide islam over Noord-Mali. Toeareg-opstandelingen van de Nationale Beweging voor de Bevrijding van de Azawad (MNLA), die vochten in het leger van de gevallen Libische leider Gaddafi, keerden terug naar Mali en sloten een alliantie met Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb (AQIM) en strijders van Ansar ud-Din.

Het MNLA dacht deze extremisten te kunnen inzetten bij de stichting van de seculiere Toeareg-staat Azawad. In plaats daarvan zwaaien nu de moslimradicalen, rijk geworden met smokkel, drugshandel en ontvoering van westerse toeristen, de scepter in vrijwel alle veroverde steden.

Garagehouder Traore hangt rond op het terrein van de brandweer in Mopti. Hij ontvluchtte vorige maand zijn geboortestad Hombori in het noorden. „Ik ben garagehouder. Eind maart arriveerden de Toearegrebellen en stalen mijn auto’s. Kort daarna herstelden de strijders van Ansar ud-Din de orde. Ik vluchtte zonder bagage. Als de strijders je zien met al je spullen houden ze je tegen.”

Hij laat op zijn mobieltje een video zien, opgenomen toen Ansar ud-Din Hombori binnenkwam. Oumar, een zwaarbewapende leider, spreekt tot de bevolking: „Ons enige wapen is de islam. We zijn verenigd door Allah. We willen dat de sharia in heel Mali wordt ingevoerd. Met de islamitische wetgeving zullen alle problemen worden opgelost.”

Traore steekt een sigaret op. „Dat mag nu niet meer. Drank is verboden en vrouwen moeten sluiers dragen.” Hij drukt de knop op zijn mobiel weer in. „De Toeareg-rebellen van de MNLA veroorzaken paniek, ze verkrachten vrouwen en stelen. We arresteerden enkelen en zullen hen executeren als het moet”, schreeuwt de bebaarde Ansar ud-Din-leider Oumar. „Het MNLA heeft ons verraden, we willen geen onafhankelijk Azawad, wij vechten in naam van Allah.”

Alle ontheemden vertellen over plunderende MNLA-strijders, waarna Ansar ud-Din de orde kwam herstellen. „De Toeareg-rebellen braken de warenhuizen van het Rode Kruis open en gingen er met graan vandoor”, zegt Abubakar Maiga uit de grote stad Gao. „ Ansar ud-Din deelt voedsel uit in de moskee. De jongens van MNLA zijn onze buren en vrienden, maar hoe kunnen we ze vertrouwen als ze van ons stelen? De Ansar ud-Din-strijders betrachten discipline. Maar wij willen de sharia niet.”

Gossi Doumbe komt uit Douentza, waar onder meer het befaamde Dogonvolk leeft. De Dogons aanbidden hun voorvaderen, wat eeuwenlang werd toegestaan. Voor Ansar ud-Din is het ‘haram’, strikt verboden. „Na het vrijdaggebed trokken strijders van Ansar ud-Din naar het Dogon-heiligdom en sloegen alle beelden kapot. De Dogons zijn woedend, maar durven zich niet te verzetten.”

De opstand begon in januari met de aanval op het oostelijke stadje Menaka. Terwijl met de meeste steden in Noord-Mali nog mobiel telefoonverkeer mogelijk is, werd de antenne in Menaka vernietigd. Anderboukane Gassera, een gevluchte oud-regeringsmilitair: „Menaka is onherkenbaar. De meeste inwoners zijn gevlucht, alle ontwikkelingsprojecten en vele huizen zijn vernietigd. De Toeareg-strijders kwamen met veel beter wapentuig dan wij in het regeringsleger ooit tot onze beschikking hadden. Een oorlog met zulke wapens heb ik hier nog nooit gezien.”