‘Niet doen: elkaar steeds aftroeven’

Strijd tussen mensen is vooral spannend wanneer ze wel wíllen maar niet kúnnen samenwerken. Regisseur Peter de Baan over vrijheid, macht en durven improviseren.

„Gevechtjes in de politiek zijn niet interessant. Dan kom je nooit verder.” Foto Anais Lopez

Afgelopen zomer maakte Peter de Baan de kanotocht van zijn leven: 750 kilometer over de rivier de Yukon in Alaska. Drie vaders, drie zonen. Zijn eigen zoon, toen vijftien, zat voorin de boot. Tussen hen in: tonnen met voedsel en kampeeruitrusting voor twintig dagen. Het gebied is wijds en grotendeels onbetreden. Er is geen bereik voor mobiele telefoons. Er zijn rotsen, elanden en grizzlyberen.

Peter de Baan zou koken. In de enige supermarkt die ze op de route tegenkomen, doet hij inkopen voor zes hongerige mannen. De Baan loopt dan niet met een boodschappenlijstje langs de schappen. Nee, dat verbiedt hij zichzelf. Hij graait een zak uien mee – die blijven lang goed. Een bos penen. Aardappelen. Wat Koreaanse kruiden. En dan maar zien of het genoeg is. En of het wat wordt.

Nog nóóit zulke lekkere hutspot gegeten.

Regisseur Peter de Baan (66) is bij het brede publiek bekend als bedenker en presentator van De vloer op – een televisieprogramma waarin acteurs geïmproviseerde scenes spelen. Twee acteurs krijgen een opdracht – ‘je wordt wakker in een vreemde omgeving, naast je ligt een vrouw in boerka’ – en dan beginnen ze te spelen, zonder enige voorbereiding. Komende vrijdag begint het twaalfde seizoen.

Is het programma veranderd in die twaalf jaar?

„Enorm. De kwaliteit van de improvisaties is veel beter. Ik ben beter geworden en de acteurs zijn beter geworden.”

Wat doet u beter?

„In het begin waren mijn opdrachten ingewikkelder. Ik had altijd een driebedrijven-structuur in mijn hoofd. De klassieke dramaturgie. Je introduceert iets, dan komt de tegenstelling en dan de oplossing aan het eind. Ik stuurde de improvisaties steeds die kant op.”

U was aan het regisseren?

„Ja. En dat moet juist niet. Nu grijp ik bijna nooit meer in. Ik laat het los. De opdrachten zijn ook beter. Ik durf dingen te zeggen als: ‘Pierre (Bokma) en Jacob (Derwig): jullie zitten al jaren op hetzelfde bankje, maar vandaag gebeurt er iets’. Dat is echt minimaal. Ze horen ‘bank’ en ‘er gebeurt iets’. Waarmee impliciet gezegd is dat er op andere dagen niks gebeurt. Dat is het. Een overdosis aan vrijheid. Dat durf ik nu.”

Durft u dat in uw eigen leven ook?

„Ik streef naar zoveel mogelijk vrijheid. Dat is iets waarvoor veel mensen terugschrikken. Die zeggen: ik ben gefocust. Dat betekent dat ze een plan in hun hoofd hebben en dat gaan uitvoeren. Dan word je stekeblind! Dat is ook waarom mensen zo vaak verdrietig zijn: omdat ze zich een doel hebben gesteld en dat valt dan tegen, of ze halen maar de helft… Diepe treurnis natuurlijk.”

Vrijheid maakt ook kwetsbaar. Wie improviseert zonder helder doel geeft al snel de macht uit handen z’n eigen situatie een bepaalde kant op te duwen.

„Ja, maar in zo’n machtsspel moeten mensen elkaar niet voortdurend willen aftroeven. Mensen vragen mij wel eens: wat is het verschil met De Lama’s? (een improvisatie-programma waarin een winnaar wordt aangewezen, red.). Nou, De Lama’s, dat is: wie is de leukste, wie is de meest gevatte?”

Dat geldt toch ook voor De vloer op?

„In De vloer op moet je eerst méé met de ander. Totdat je weet waar die naartoe wil, en dan begin je. Dan kun je kiezen: of je buigt mee, of je gaat ertegenin. Op die manier kan een conflict, of een emotie veel harder aankomen dan wanneer je, ‘pang’, meteen de ander probeert af te troeven. De spanning zit juist in de samenwerking, dáár schuurt het. De Lama’s, dat is penalty schieten. Wat wij doen, is een eindeloos positiespel.”

En dat is beter?

„Je komt er verder mee. Kijk naar de politiek. Politici zijn Lama’s, maar dan zonder humor, terwijl politici eigenlijk De vloer op als uitgangspunt zouden moeten nemen: laat maar komen. Kijken, kijken, en dan pas beslissen: meegaan of bestrijden. Op inhoudelijke argumenten. Er is dan, als het goed is, ook nooit één winnaar.”

U pleit ervoor dat mensen meer samenwerken.

„Ja, en dan: ultiem samenwerken. Omdat je inspiratiebron de ander is. Het is de bereidheid jezelf afhankelijk te maken van de ander. Eigenlijk zou het ideaal zijn als iedereen dat wat vaker deed. Nee, dat meen ik serieus. Dat je die ander gewoon wat meer toelaat. Dat het in de politiek niet steeds om die gevechtjes draait. Die zijn niet interessant. Omdat je dat allemaal al weet. Je moet proberen verder te komen dan wat je al weet – van jezelf, en van de ander.”

Uw politieke bewustzijn schemert ook in de opdrachten wel eens door.

„Ik kan niet ontkennen dat ik ervan geniet als Pierre (Bokma) Rutte op de hak neemt. Maar een opdracht moet ook niet te veel over de realiteit gaan. Dat werkt niet. Dan ontneem je een acteur dus vrijheid. Ik neem de actualiteit als uitgangspunt, maar kleed die vervolgens helemaal uit.”

Zoals?

„Ik heb wel eens een improvisatieopdracht geïnspireerd op Rob Oudkerk, toen hij naar de hoeren was geweest. En niet gewoon naar de hoeren, maar naar een heroïnehoer. Veel lager kun je toch niet zinken!? Toen heb ik, zonder Oudkerks naam te noemen, Leopold (Witte) de opdracht gegeven aan zijn vrouw te vertellen waarom hij naar de hoeren was geweest. Dat was geweldig. Die liet zo’n intens zwarte kant zien. Een kant die veel mannen hebben overigens. Het ging over de behoefte om te vernederen. Ook in seks. Omdat vrouwen niks terug kunnen doen. Omdat ze zo hulpeloos zijn, omdat het schapen zijn. Hij ging zo ver-schrik-ke-lijk ver. Daar is Grunberg voorzichtig bij. En dat ter plekke geïmproviseerd, waardoor het zoveel extra hitte krijgt. Dat is sensationeel.”

Wat is dat, die hitte?

„Dat is een acteur die wankelt – die niks heeft om op terug te vallen. Dat is acteren zonder vangnet. Het is die lichte doodsangst die je ongelooflijk creatief maakt. Ik ben ook het sterkst als ik met mijn rug tegen de muur sta. Als ik het gevoel heb: het kan eigenlijk niet, maar toch moet het. Dan begint je hele lijf te tintelen.”

Gaat het ook weleens mis?

„Er is ieder seizoen wel een avond dat ik denk: ik stop ermee. Onmiddellijk. Want als een improvisatie niet lukt, heeft het iets heel genants. Dat voelt iedereen in de zaal. En ik voel dat tien keer zo hard. Dat is erg. Dat is genant.”

Misschien is dat wat het spannend maakt. Dat je weet: het kan gruwelijk misgaan.

„Natuurlijk, dat is het aantrekkelijke: het is gevaarlijk. Net als die kanotocht van mij, die was ook best gevaarlijk. Je neemt voortdurend risico’s. We hadden geen contact met de bewoonde wereld. Als één van ons met zijn kop tegen een rots was geknald, hadden we op een andere kano moeten wachten. En die komt maar eens in de twee dagen langs. Dan ben je allang overleden.”

Dat maakt het leuk?

„Dat geeft de opwinding. Het elastiek wordt opgerekt. Natuurlijk, in de maanden ervoor dacht ik wel: als mijn zoon iets overkomt, dan kan ik niet verder leven. Dan houdt het op.”

En toch gaan.

„Natuurlijk. Je moet jezelf uitdagen. Zo ervaar je dingen die je nooit had kunnen plannen. En zeg nou zelf: drie vaders, drie zoons, in een kano op zoek naar beren. Dat is toch zo romantisch als de hel?”

Komende vrijdag, 18 mei, begint een nieuwe reeks van het tv-programma De vloer op (HUMAN, Nederland 2, 22.55 uur.)