Liefde maakt blind, jaloezie maakt ziende

Het geldt als kwalijke emotie, waaruit zelden iets goeds voortkomt: jaloezie. Ten onrechte, meent Carien Karsten. Het is de motor die een mens drijft naar wat écht belangrijk is.

‘Jaloezie en geflirt’: werk uit 1874 van de Brit Haynes King. Collectie Victoria and Albert Museum, Londen

Het was op een zomeravond in Amsterdam-Zuid. Buiten klonk het geplok van tennisballen. Binnen zat ik met negen psychotherapeuten in leertherapie bij de psychiater en psychoanalyticus Louis Tas. Hij was toen ver in de zeventig en zeer charmant. Ik maakte me er boos over dat hij alle ruimte gaf aan de vrouwen in de groep, en mannen vaak met een kat de mond snoerde. Daar zei ik wat van.

Hij zat ontspannen en onderuitgezakt in zijn fauteuil, keek me aan, was even stil, en zei: „Liefde maakt blind, jaloezie ziende.”

Het was het soort uitspraak waarop hij patent had: bijtend en als in steen gehouwen.

Hij had gelijk, ik was jaloers op zijn aandacht voor sommige van mijn vrouwelijke collega’s. Achter mijn uitgesproken wens dat hij iedereen in de groep gelijk zou behandelen, lag de diepere wens de enige voor hem te zijn.

Vreemd genoeg voelde ik me niet op mijn plek gezet door zijn opmerking. Ik besefte dat de jaloezie, waarmee ik zo vertrouwd was, niet slecht was, maar me sterk had gemaakt.

Jaloezie had mij aangespoord hard te werken, mijn gevoel voor rechtvaardigheid te ontwikkelen en mijn blik op andere mensen te scherpen. Dat komt me goed van pas als therapeut. En nog steeds denk ik dat het goed is jaloezie op waarde te schatten.

Het goede van jaloezie is dat het duidelijk maakt wat belangrijk voor je is. Een voorbeeld. Een collega van mij was headhunter geworden, nadat hij, teleurgesteld over het mislukken van zijn proefschrift, de psychologie de rug had toegekeerd. Hij deed het goed als headhunter, verdiende veel, en reed in een mooie auto. Maar hij had niet het idee zijn bestemming te hebben gevonden. Op een dag sprak hij met een hoogleraar die graag gemeentesecretaris wilde worden. De man bleek daarvoor niet geschikt, maar vertelde zo bevlogen over het proefschrift waaraan hij had gewerkt dat mijn collega er jaloers van werd: wat heerlijk zo gegrepen door je werk te zijn. Dat wilde hij ook. Kort daarna is hij weer aan zijn proefschrift gaan werken, dat hij met succes heeft afgerond.

Dat is het ik-ook-mechanisme van jaloezie. Het maakt je bewust van wat je écht wilt, het zet je aan je best te doen dit te bereiken.

Soms werkt dat niet en ben je jaloers op iets waarvan je weet dat je het nooit kunt krijgen. Maar ook dan kan jaloezie je helpen. Ik was twee toen mijn zusje werd geboren. De kraamvisite hield niet op haar pijpenkrullen en groene ogen te prijzen. Ik was jaloers en besefte dat ik haar nooit in haar schoonheid kon evenaren. Vanaf dat moment wist ik dat ik de slimmerik moest zijn.

Een andere positieve kant van jaloezie is dat het je gevoel voor rechtvaardigheid kan scherpen. Hoe verwrongen het misschien ook was, het was niet verkeerd om bij de groepstherapie op te komen voor de belangen van mijn mannelijke collega’s. Het was niet voor het eerst dat ik zoiets deed. Als oudste in een gezin van vijf volgde ik altijd met argusogen de verrichtingen van mijn moeder als ze limonade voor ons inschonk: ieder glas moest precies even vol zijn. Natuurlijk kwam het gevoel voor rechtvaardige verdeling voort uit mijn angst zelf te kort te komen, maar dat doet niets af aan het gevoel voor rechtvaardigheid.

Nietzsche noemde dit een vorm van slavenmoraal: omdat het je niet zint dat anderen meer hebben dan jij, en je er niet voor kunt zorgen dat je zelf het meeste krijgt, kom je met het idee van rechtvaardigheid. Ik zie niet in waarom je daarover zo smalend zou moeten doen als Nietzsche deed. Waarom zou je de gevolgen van een gevoel afkeuren, als de emotie zelf je niet aanstaat? Het tientje dat je overmaakt voor een hongerig kind omdat je daarmee je geweten sust, is niet minder dan het tientje dat geheel uit altruïsme wordt gestort. En zo is er ook niets mis met een gevoel voor rechtvaardigheid dat voortkomt uit jaloezie.

In de liefde kan jaloezie evengoed een positieve rol spelen. Darwin gaf al aan hoe functioneel jaloezie is bij mannen en vrouwen. Bij mannen draagt jaloezie eraan bij dat ze erop toezien dat de kinderen die hun vrouwen baren, hun eigen kinderen zijn. Jaloezie bij vrouwen heeft de functie mannen bij het gezin te houden, opdat ze ervoor kunnen zorgen. Recent onderzoek bevestigt deze sekseverschillen: mannen vinden de seksuele ontrouw van vrouwen het ergst, vrouwen de emotionele ontrouw van hun man.

Maar ook in psychologische zin kan jaloezie in de liefde positief uitwerken. De pijn die het veroorzaakt, leert je de waarde kennen die de ander voor je heeft. Ook wat dat betreft, kan jaloezie je ziende maken. Of je komt tot de conclusie: ik wil mijn geliefde toch houden en je zet je daarvoor in, of je denkt dat je ex het toch niet waard is en accepteert de pijn die het verbreken van een relatie met zich meebrengt.

Om ervoor te zorgen dat jaloezie geen obsessie wordt, moet je het vooral niet negeren. Zodra je het wegdrukt, verdrijf je ook het besef wat echt belangrijk voor je is en verspil je de kans daarmee wat te doen. Laat je de jaloezie toe en gebruik je het als motor om te krijgen wat je wilt, dan is hij daarmee ook opgelost. De paradox van jaloezie is dat het blijft als je ’t afweert en verdwijnt als je het accepteert.

Carien Karsten is psycholoog, psychotherapeut en coach