Komt Berlijn nu zelf in de beklaagdenbank?

Ze vliegen je dezer dagen om de oren: inschattingen, berekeningen, scenario’s en kansverdelingen rond een Grieks vertrek uit de eurozone. De Grexit is in hoog tempo een vertrouwde term geworden.

Dit soort exercities is nuttig en noodzakelijk, want banken, grote bedrijven en overheden moeten zich hebben voorbereid op de meest extreme scenario’s. Van een geïsoleerde Griekse uittocht – al dan niet vrijwillig – tot een scenario waarin de dominostenen één voor één vallen.

Zo groot is de aandacht voor het drama dat er een variant over het hoofd dreigt te worden gezien. Dat is het vrijwel onbeperkte vermogen van Europa om door te modderen. De Amerikaanse econoom Paul Krugman voorspelde zondag een Grieks vertrek, „mogelijk binnen een maand”. Zou het?

Alles kan, maar in de huidige actiefilm van de euro moet het monster van het rampscenario rekenen op een ervaren tegenstander van formaat: het monster van het mistige compromis. Dat heeft al diverse malen toegeslagen, en eigenlijk is het nog het meest waarschijnlijk dat het de overhand houdt.

De Griekse kiezers zijn er voor meer dan 80 procent voorstander van in de euro te blijven. Tegelijk hebben zij er voor gezorgd dat er geen gekozen regering kan komen die dit nog kan bewerkstelligen. In de peilingen voor een eventuele herhaling van de verkiezingen volgende maand krimpt de minderheid van de partijen die achter het huidige bezuinigingsbeleid staan nog verder. Het land is op een ramkoers met de rest van de eurozone, met name Duitsland.

Hoe is deze schijnbare tegenstelling te verklaren? Slechts op één manier: de Grieken gaan er kennelijk van uit dat zij én het bezuinigingsprogram in de huidige vorm niet hoeven uit te voeren én dat zij in de euro blijven. Er wordt hier aangestuurd op een verzachting van de voorwaarden van de trojka van EU, ECB en IMF. En misschien krijgen ze wel gelijk.

Of dat wenselijk is, is een tweede. Maar de zaak begint wel te draaien. Duitsland rapporteerde vanmorgen een economische groei van 0,5 procent van kwartaal op kwartaal – vijf maal meer dan de 0,1 procent die analisten hadden voorspeld. Op jaarbasis is de groei 1,7 procent. De enorme kapitaalinstroom vanuit het zuiden, jaagt de Duitse rentes sterk omlaag. De tienjaars staatslening doet nu minder dan 1,5 procent. De tweejarige Schatz minder dan 0,5 procent.

De meningen in, en over, Duitsland veranderen. Tot nu toe was er het beeld van de kampioen van de moderne economie met zijn industriële basis en exportmachine, immuun voor het onheil om zich heen. Of is er hier sprake van een land dat bovenmatig profiteert van zijn status van vluchthaven te midden van een chaos die het zelf mee heeft helpen scheppen?

Dit is geen intellectuele oefening. Dit is een kwestie van wat tegenwoordig framing wordt genoemd. Het Duitse geduld met de rest van de eurozone raakte de aflopen anderhalf jaar steeds verder op. Maar er is een zaak te maken van het omgekeerde: het geduld van de rest met Duitsland bereikt ook zijn grenzen.

Nu de renteschillen met Italië en Spanje oplopen – dat laatste zelfs tot een record – groeit de kans dat Duitsland zelf in de beklaagdenbank komt. Want zelfs als je dus alles doet wat Berlijn eist, word je er kennelijk toch slechter van, terwijl het zo te zien Duitsland zelf is dat er van profiteert.

De Grieken mogen voor gek worden verklaard, maar misschien voelen ze het wel aan. Ze zijn minder eenzaam dan nu nog lijkt. Aansturen op een compromis mag dan hoog spel zijn, helemaal kansloos is het zeker niet.

Maarten Schinkel