Israelische schrijvers negeren de bezetting

Op cultureel gebied wil Israel graag gezien worden als een ‘normaal’, westers land. Een festival met schrijvers uit binnen- en buitenland moet dat bevorderen.

Israël, vaak in een adem genoemd met zijn bezetting van de Palestijnse gebieden, wil op cultureel gebied graag ‘normaal’ worden behandeld en zich meten met de (westerse) wereld. Een jaarlijks internationaal schrijversfestival moet volgens de organisatie „het imago van Jeruzalem wereldwijd verbeteren”. Het is het soort gebeurtenis waar de Israëlische ambassade in Den Haag Nederlandse correspondenten in Israël graag op wijst.

Op de derde editie treden deze week zestig schrijvers op. Ze komen uit Groot-Brittannië, Zwitserland, Nederland (Herman Koch) en de Verenigde Staten, maar vooral uit Israël. Alle grote namen zijn er. Oz, Grossman, Shalev. Er is geen overkoepelend thema, maar een schrijversfestival in Jeruzalem is toch anders dan in Parijs of Frankfurt. Achter het podium zie je de Muur over de bezette Westelijke Jordaanoever lopen en over het festivalterrein valt de schaduw van het conflict.

De Algerijnse schrijver Boualem Sansal opende maandagmiddag voor zijn optreden stilletjes zijn post. Een brief van een Palestijnse Israëliër uit Nazareth. Hoe kan Sansal, afkomstig uit een land dat ook leed onder bezetting zich laten fêteren in Israël? De Palestijn is, zo schrijft hij, diep gekwetst door het bezoek. Sansal haalt zijn magere schouders op. Stupide, vindt hij. Net als het commentaar van het ministerie van Cultuur in de Palestijnse Gazastrook, die wordt geregeerd door de Hamas. Volgens Hamas zou de Arabier Sansal door het festival te bezoeken niet alleen het Palestijnse volk verraden, maar ook de ‘martelaren’ van de Algerijnse bevrijdingsoorlog (1954-1962) tegen de Franse kolonisator.

„Ik ben een vrij mens”, luidt Sansals simpele verweer. „Israël is niet mijn vijand.” Bovendien zijn het in Israël vooral schrijvers die zich uitspreken tegen onrecht. „Als we hen boycotten, lijden juist de Israëliërs die de Palestijnen helpen.”

De meeste Israëlische schrijvers negeren de bezetting geheel, zei de Israëlische auteur Avirama Golan gisteren tijdens een debat over literatuur in conflictgebied. „Het is alsof je in een villa woont, omringt door iets wat op je deur klopt en op de ramen tikt. En jij zit binnen thee te drinken met je oren dicht. We zijn doodsbang voor de confrontatie met onszelf.” Het onderwerp is veel te groot voor hem, klaagde haar Israëlische collega Sami Berdugo daarop.

De Israëlische schrijver Nir Baram, die in 2010 voor opschudding zorgde met een speech waarin hij zei dat de slachtofferrol die Israël voor zichzelf opeist in tegenspraak was met Israëlische mensenrechtenschendingen, sneed in gesprek met de Britse schrijver Rob Smith alleen het boycotthema even aan. Smith ontving vorige week vele mails van de Palestijnse boycotbeweging. „Toen werd het opeens een politiek besluit om te gaan”, aldus Smith. Daarmee wil hij geen politieke opinie geven, zegt Smith – in de politieke situatie heeft hij zich niet verdiept. Met zijn komst wil hij alleen maar zeggen: „de rol van een schrijver is reizen en met mensen praten”. Bovendien voelde het „onbeleefd” om zo laat nog af te zeggen. Hij krijgt spontaan applaus.